id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051129.1 Rolnummer: P.05.0714.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-09-21 Raadplegingen: 493 - laatst gezien 2026-07-04 05:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche De door de rechter bij iedere veroordeling tot een criminele of correctionele hoofdstraf uit te spreken verplichting om een bijdrage te betalen aan het bijzonder Fonds tot hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden is geen straf; de rechter dient de verhoging van de op te leggen opdeciemen toe te passen vanaf de inwerkingtreding van de wet die deze verhoging bepaalt, ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten
(1)Cass., 18 dec. 1991, AR 9316, nr 357; Cass., 9 nov. 1994, AR P.94.0656.F ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941109.13, nr 480; Cass., 5 juni 1996, AR P.96.0004.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960605.3, nr
- Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI Vrije woorden: STRAF - ALLERLEI Bijdrage tot de financiering van het Fonds tot hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden Verplichting tot het betalen van een bedrag Aard Verhoging met opdeciemen Wettelijke bepalingen: Wet - 01-08-1985 - Art.29 Tekst van de beslissing Nr. P.05.0714.N
- U D, eiser, beklaagde, met als raadsman mr. Walter Van Steenbrugge, advocaat bij de balie te Gent,
- D K V, eiseres, beklaagde. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 12 april 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser sub 1 stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Eiseres sub 2 stelt geen middel voor. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel Overwegende dat volgens artikel 29 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, het bedrag van de door de rechter bij iedere veroordeling tot een criminele of correctionele hoofdstraf uit te spreken verplichting om een bijdrage te betalen aan het bijzonder Fonds tot hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, onderworpen is aan de verhoging bepaald in de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboeten; Overwegende evenwel dat die maatregel geen straf is en de rechter de verhoging van de op te leggen opdeciemen dient toe te passen vanaf de inwerkingtreding van de wet die deze verhoging bepaalt, ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten; Dat het middel faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van honderd en een euro een cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van negenentwintig november tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051129.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941109.13 ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960605.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060314.8 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061003.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div