id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051129.2 Rolnummer: P.05.0832.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-09-21 Raadplegingen: 621 - laatst gezien 2026-07-04 12:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche Aan de verplichting van de artikelen 195, eerste lid, en 211, Wetboek van Strafvordering wordt voldaan door de uitspraak die de tenlasteleggingen met aanwijzing van de hierop toepasselijke wetsartikelen van de dagvaarding overneemt; een uitdrukkelijke verwijzing hiernaar in het dictum is niet vereist
(1).
(1)Cass., 28 mei 1986, A.C. 1985-1986, AR 5020, nr 1191; Cass., 12 sept. 2000, AR P.98.0911.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000912.5, nr
- Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Veroordelende beslissing op de strafvordering Vermelding van de toegepaste wettelijke bepalingen Verplichting Appèlrechter Overname van de tenlasteleggingen met toepasselijke wetsartikelen van de dagvaarding Tekst van de beslissing Nr. P.05.0832.N A P G E M, eiser, beklaagde, met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel, tegen
- AQUAFIN nv, met zetel te Aartselaar, Dijkstraat 8,
- RENDAC nv, met zetel te Denderleeuw, Fabriekstraat 2, ter zitting bijgestaan door mr. Van Opstael, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Ballon, advocaat bij de balie te Brussel, verweersters, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 6 mei 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen Overwegende dat het cassatieberoep kennelijk slechts gericht is tegen de beschikkingen van het bestreden arrest die de eiser grieven;
- Eerste middel 1.
- Eerste onderdeel Overwegende dat de eiser schuldig verklaard wordt om als dader of mededader de vermengde telastleggingen A (oplichting), C (actieve private omkoping), D.1 (valsheid in geschriften), E.1 (gebruik van valse stukken) en F.1 (bedrog in koopwaren) te hebben gepleegd; dat de appelrechters oordelen dat zijn deelneming erin bestaat deze misdrijven "rechtstreeks te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering te hebben meegewerkt, of door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf niet had kunnen worden gepleegd, of door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt, als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het Strafwetboek"; Overwegende dat om een beklaagde te veroordelen als mededader aan een misdrijf, niet vereist is dat alle bestanddelen van het misdrijf begrepen zijn in de deelnemingshandelingen; dat het voldoende is dat vaststaat dat een dader het misdrijf heeft gepleegd en dat de mededader wetens en willens aan de uitvoering ervan heeft meegewerkt op een van de wijzen bepaald in artikel 66, tweede en derde lid, Strafwetboek; Overwegende dat de appelrechters de eiser als dader of mededader aan o.m. gebruik van valse stukken schuldig verklaren om volgende redenen: - de eiser leidde samen met W A de Impextra bvba; - in deze vennootschap stond de eiser in voor de facturatie en de bankactiviteiten; - de eiser kwam "er dikwijls bij staan toen E V aan het opladen was, zodat hij niet enkel moet hebben gezien dat de op de afhaalbonnen genoteerde hoeveelheden niet met de realiteit overeenstemden terwijl hij zelfs door zijn aanwezigheid nog bijkomende druk uitoefende op de omgekochte chauffeur"; - "het overduidelijke verschil in gegevens van E V enerzijds en de andere chauffeurs die kwamen ophalen anderzijds, (kan) niet onopgemerkt gebleven zijn voor degene die voor de facturatie en de bankzaken instond en toch deze kennelijk onjuiste gegevens verwerkte"; Dat zij aldus hun beslissing regelmatig met redenen omkleden en naar recht verantwoorden; Dat het onderdeel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende dat, in zoverre het onderdeel opkomt tegen de beslissing met betrekking tot de telastleggingen A, D.1, C en F.1, op strafgebied de uitgesproken straf naar recht verantwoord is wegens de bewezen verklaarde telastlegging E.1; dat ook op burgerlijk gebied de tegen eiser uitgesproken veroordeling naar recht verantwoord is op grond van diezelfde telastlegging E.1; Dat het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk is; 1.
- Tweede onderdeel Overwegende dat anders dan het onderdeel stelt eiser schuldig werd verklaard niet alleen "op grond van de loutere vaststelling dat eiser dikwijls aanwezig was bij het opladen en dat hij hierdoor bijkomende druk uitoefende op de omgekochte chauffeur" maar ook op andere gronden die eiser niet in zijn kritiek betrekt; Overwegende dat het onderdeel uitgaat van een onvolledige lezing van het bestreden arrest, mitsdien feitelijke grondslag mist; 1.
- Derde onderdeel Overwegende dat de appelrechters met de redenen, vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel van dit middel, het verweer van de eiser beantwoorden; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist; 1.
- Vierde onderdeel Overwegende dat de appelrechters met de redenen die het onderdeel bekritiseert, naar geen stukken of verklaringen verwijzen, mitsdien de bewijskracht ervan niet miskennen; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
- Tweede middel Overwegende dat aan de verplichting van de artikelen 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering wordt voldaan door de uitspraak die de telastleggingen met aanwijzing van de hierop toepasselijke wetsartikelen van de dagvaarding overneemt; dat een uitdrukkelijke verwijzing hiernaar in het dictum niet is vereist; Dat het middel faalt naar recht;
- Derde middel Overwegende dat de appelrechters met de redenen die zij vermelden, niet oordelen dat de eiser slechts onachtzaam is geweest; Dat het middel feitelijke grondslag mist; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van honderd dertien euro vijfenvijftig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van negenentwintig november tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051129.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200930.2F.8 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240228.2F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000912.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div