id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051201.7 Rolnummer: C.04.0515.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2006-11-15 Raadplegingen: 187 - laatst gezien 2026-07-03 10:21 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het gebrek aan voorafgaande registratie van het betekeningsexploot van het verzoekschrift houdende voorziening in cassatie tast de regelmatigheid van de neerlegging van dit verzoekschrift niet aan. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Registratie en zegel Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Registratie en zegel Gebrek aan voorafgaande registratie Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1073en10 Thesaurus CAS: REGISTRATIE (RECHT VAN) Vrije woorden: REGISTRATIE (RECHT VAN) Cassatieberoep Gebrek aan voorafgaande registratie Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1073en10 Tekst van de beslissing Nr. C.04.0515.N ADVANCED TECHNOLOGY COMPANY, naamloze vennootschap, met zetel te 9850 Nevele, IJsbeerlaan 1, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen EXEL FREIGHT MANAGEMENT BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1931 Zaventem, Brucargo 765, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 26 maart 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. III. Middel Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen &§9472; artikel 18 van het Internationaal Verdrag van 12 oktober 1929 tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationaal luchtvervoer, getekend te Warschau en goedgekeurd bij wet van 7 april 1936, hierna kortweg Verdrag van Warschau ; &§9472; de artikelen 1315 en 1784 van het Burgerlijk Wetboek ; &§9472; artikel 4 van de wet van 25 augustus 1891, vormende titel VIIbis van het Wetboek van Koophandel. Aangevochten beslissingen Na te hebben vastgesteld dat de zaak betrekking heeft op een luchtvervoer van computeronderdelen met een factuurwaarde van 1878.840 USD vanuit België naar het Spaanse Madrid, waarvoor verweerster opdracht kreeg van eiseres en : "Op 25 september 1997 verzond (verweerster) een bericht naar MSAS Madrid met betrekking tot deze vracht. In dit bericht werd heel uitdrukkelijk benadrukt dat de goederen in bewaring dienden te blijven (...) tot wanneer de geschreven machtiging werd overgemaakt om de goederen te overhandigen aan de klanten (...). Op 26 september 1997 bevestigde (eiseres) aan (verweerster) de opdracht tot vervoer onder de volgende bewoordingen : 'De goederen worden vanavond door ons afgegeven bij MSAS Brucargo om maandag in Madrid te zijn. (...) Zoals telefonisch afgesproken wordt de levering in Madrid op maandag niet vrijgegeven vooraleer er van (eiseres) een faxbevestiging komt dat de goederen betaald zijn'. (...) De betreffende goederen werden (nadien toch) aan (de koper) afgeleverd (...) door de verantwoordelijke van MSAS Madrid, en dit op eenvoudig vertoon van een betalingsopdracht door de klant", beslist het bestreden arrest dat, nu de vervoerovereenkomst werd gesloten tussen (eiseres) en (verweerster), laatstgenoemde contractueel verbonden is tot naleving van de vervoerovereenkomst, inclusief de levering en de daarbij horende afspraken, en zij aldus inzake aansprakelijk is voor het door haar ondervervoerder niet naleven van de contractuele verbintenissen. Vervolgens wijst het de schadevergoedingseis van eiseres evenwel af omdat de door haar ingeroepen schade niet zeker is. Grieven Zowel naar gemeen recht (artikel 4 wet 25 augustus 1891 en artikel 1784 van het Burgerlijk Wetboek), als ingevolge het Verdrag van Warschau 1929 (artikel 18) rust op de vervoerder een resultaatsverbintenis tot aflevering aan de door de afzender aangeduide persoon. Het bestreden arrest stelt vast dat de lading door de vervoerder werd afgeleverd aan een persoon in strijd met de vervoeropdracht. In de vervoercontractsverhouding vormt deze foutieve aflevering impliciet, maar zeker verlies van de lading. Bij verlies van de lading ontstaat op grond van de vervoerovereenkomst ten laste van de vervoerder het vermoeden van aansprakelijkheid ten belope van de waarde van de lading. De enige mogelijke gevolgtrekking uit deze overwegingen van het arrest bestond in het vermoeden van aansprakelijkheid ten belope van de vermelde waarde van de lading ten laste van de vervoerder. Het bestreden arrest kon dan ook niet beslissen dat de schade van eiseres niet zeker was zonder alle in het middel aangehaalde wetsbepalingen te schenden, uitgezonderd artikel 1315 van het Burgerlijk Wetboek. Minstens kwam het aan verweerster toe te bewijzen dat niet de gehele lading verloren was gegaan door het niet naleven van de op haar rustende resultaatsverbintenis. Door te beslissen dat eiseres faalde in het bewijs van haar schade, schendt het arrest ook artikel 1315, inzonderheid alinea 2, van het Burgerlijk Wetboek. IV. Beslissing van het Hof Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Over de door verweerster opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep : het ter griffie van het Hof op 2 november 2004 neergelegd origineel van het betekeningsexploot werd niet geregistreerd binnen de door artikel 1073 van het Gerechtelijk Wetboek gestelde termijn : Overwegende dat het gebrek aan voorafgaandelijke registratie van het verzoekschrift de regelmatigheid van de neerlegging van dit verzoekschrift niet aantast ; Dat de grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen ; Middel zelf Overwegende dat het middel ervan uitgaat dat de appèlrechters hebben beslist dat verweerster aansprakelijk is voor het niet naleven van de contractuele verbintenissen door haar ondervervoerder ; dat de appèlrechters die aansprakelijkheid niet vaststellen, maar oordelen dat "de beoordeling van de ingeroepen fout niet dienend (is)" ; Dat het middel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest feitelijke grondslag mist ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van achthonderd en vier euro vijfennegentig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd zevenenzestig euro zevenenveertig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, de raadsheren Luc Huybrechts, Eric Dirix en Paul Maffei, en in openbare terechtzitting van een december tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051201.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.