id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051205.2 Rolnummer: S.04.0189.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2006-11-15 Raadplegingen: 500 - laatst gezien 2026-07-04 01:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een vordering die ertoe strekt te horen zeggen dat verscheidene juridische entiteiten, waarvan minstens één ervan een aanvang heeft genomen met de verkiezingsprocedure, één technische bedrijfseenheid vormen, is ten aanzien van al die juridische entiteiten een beroep inzake sociale verkiezingen en de procedure hieromtrent, waarover de arbeidsrechtbank in laatste aanleg oordeelt
(1).
(1)Zie Cass., 8 maart 2004, AR S.02.0051.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040308.3, nr
- Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - VERKIEZINGEN Vrije woorden: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - VERKIEZINGEN Procedure Technische bedrijfseenheid Juridische entiteiten Opstarten van procedure door aparte technische bedrijfseenheid Rechtsvordering Beroep Laatste aanleg Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 15-05-2003 - Art.9 Fiche 2 Het beroep tegen de beslissing van de werkgever of tegen de afwezigheid ervan, moet worden ingesteld ten aanzien van alle juridische entiteiten waarvan de insteller van het beroep meent dat zij een technische bedrijfseenheid vormen. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - VERKIEZINGEN Vrije woorden: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - VERKIEZINGEN Procedure Vordering in rechte Juridische entiteiten Technische bedrijfseenheid Afwezigheid van beslissing Beslissing Beroep Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 15-05-2003 - Artt.8en9,ee Tekst van de beslissing Nr. S.04.0189.N.-
- GHEYS BEHEER, commanditaire vennootschap op aandelen, met zetel te 2400 Mol, Voortstraat 17,
- TRANSPORT GHEYS, naamloze vennootschap, met zetel te 2400 Mol, Kapellestraat 41,
- GARAGE GHEYS, naamloze vennootschap, met zetel te 2400 Mol, Zuiderring 102,
- GHEYS QUALY STORAGE, naamloze vennootschap, met zetel te 2400 Mol, Zuiderring 104,
- GHEMOTRANS, naamloze vennootschap, met zetel te 2400 Mol, Munchenlaan 4,
- BELGIAN CLEANING CENTER, naamloze vennootschap, met zetel te 3580 Beringen, Industrieweg 156,
- BELGIAN LOGISTIC CENTER, naamloze vennootschap, met zetel te 2400 Mol, Zuiderring 102, eiseressen, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (A.C.V.), representatieve werknemersorganisatie, met zetel te 1030 Schaarbeek, Haachtsesteenweg 579, verweerder, en in aanwezigheid van
- ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (A.B.V.V.), representatieve werknemersorganisatie, met zetel te 1000 Brussel, Hoogstraat 42,
- ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN, (A.C.L.V.B.), representatieve werknemersorganisatie, met zetel te 9000 Gent, Koning Albertlaan 95,
- NATIONALE CONFEDERATIE VOOR HET KADERPERSONEEL (N.C.K.), met zetel te 1090 Jette, Carton de Wiartlaan 148, verweerders, partijen minstens opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest,
- HUVER, naamloze vennootschap, met zetel te 3580 Beringen, Industrieweg 158, partij opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 27 september 2004 in laatste aanleg gewezen door de Arbeidsrechtbank te Turnhout. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen De eiseresen voeren in hun verzoekschrift twee middelen aan.
- Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 14, ,§1, eerste en tweede lid, 1°, en ,§2, b, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, - artikel 14, ,§1, eerste lid, vervangen bij wet van 28 januari 1963 en bij genummerd koninklijk besluit nr. 4 van 11 oktober 1978 ; - artikel 14, ,§1, tweede lid, 1°, zoals gewijzigd bij wet van 3 mei 2003 ; - artikel 14, ,§2, ingevoegd bij koninklijk besluit nr. 4 van 11 oktober 1978, en artikel 14, ,§2, b, later vervangen bij wet van 5 maart 1999 en gewijzigd bij wet van 3 mei 2003; - de artikelen 49, eerste en tweede lid, 1°, en 50, ,§3, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, - artikel 49, tweede lid, 1°, zoals gewijzigd bij wet van 3 mei 2003 ; - artikel 50, ,§3, zoals vervangen bij wet van 5 maart 1999 en gewijzigd bij wet van 3 mei 2003 ; - de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk, dat werd bekrachtigd bij wet van 2 april 2004, Bestreden beslissing De eerste kamer van de Arbeidsrechtbank te Turnhout verklaart in het vonnis van 27 september 2004 de vordering van verweerster met betrekking tot het organiseren van sociale verkiezingen onontvankelijk jegens de NV Huver, doch ontvankelijk ten aanzien van eiseressen. De rechtbank oordeelt dat verweerster zich kan beroepen op het vermoeden dat de eiseressen één technische bedrijfseenheid vormen, doch heropent de debatten teneinde de eiseressen de mogelijkheid te geven te bewijzen dat het personeelsbeheer en het personeelsbeleid geen sociale criteria aan het licht brengen die kenmerkend zijn voor het bestaan van een technische bedrijfseenheid in de zin van de wetgeving inzake de overlegorganen. De arbeidsrechtbank grondt haar beslissing onder meer op volgende motieven : "Gelet op het inleidend verzoekschrift van het A.C.V. van 14 april 2004 ertoe strekkend, - te horen zeggen dat verwerende partijen één technische bedrijfseenheid vormen, waarvan de gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling minstens 100 bedraagt en dat één ondernemingsraad en één comité voor preventie en bescherming op het werk moet worden opgericht voor de technische bedrijfseenheid die gevormd wordt door de juridische entiteiten: a. CVA GHEYS BEHEER (...) b. NV TRANSPORT GHEYS (...) c. NV GARAGE GHEYS (...) d. NV GHEYS QUALY STORAGE (...) e. NV GHEMOTRANS (...) f. NV HUVER (...) g. NV BELGIAN CLEANING CENTER (...) h. NV BELGIAN LOGISTIC CENTER (...) - verwerende partijen te bevelen onverwijld over te gaan tot het verrichten van alle haar (lees : hen) door het koninklijk besluit van 15 mei 2003 (Belgisch Staatsblad, 4 juni 2003) opgelegde handelingen, met het oog op het organiseren van sociale verkiezingen voor de aanwijzing van personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming op het werk ; (...) Alle verwerende partijen behoren tot wat eisende partij omschrijft als de 'Groep Gheys'. Van deze ondernemingen heeft enkel de NV Huver, (zesde verwerende partij), als aparte technische bedrijfseenheid de procedure voor sociale verkiezingen opgestart volgens de in het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk (hierna Verkiezingsbesluit) beschreven werkwijze. Bij ontstentenis van kandidatenlijsten werd op 23 maart 2004 aangekondigd dat de sociale verkiezingen werden stopgezet. (...) 3.
- Afstand van geding t.o.v. NV Huver ; (Verweerder) heeft een afstand van geding ten opzichte van de zesde verwerende partij (NV Huver) gedaan met conclusie neergelegd ter griffie op 8 juni 2004, dit is nadat de zesde verwerende partij over het onderwerp van de vordering waarvan wordt afgezien conclusie had genomen. Uit geen enkel element van het dossier blijkt dat (de NV Huver) de afstand van geding heeft aangenomen, zodat de afstand van geding niet geldig is, en enkel uitspraak moet worden gedaan over de initiële vordering. 3.
- Ontvankelijkheid van de vordering - wijziging van de vordering ; Vermits sub 3.
- werd geoordeeld dat bij ontstentenis van geldige afstand van geding enkel moet worden geoordeeld over de initiële vordering, is de vraag of de wijziging van de vordering met conclusie neergelegd ter griffie op 8 juni 2004 al dan niet ontvankelijk is niet langer aan de orde. 3.
- Ontvankelijkheid van de vordering - laattijdigheid van de vordering : Artikel 9, eerste lid, van het Verkiezingsbesluit bepaalt : 'Uiterlijk op de zevende dag die volgt op de bij artikel 8 bedoelde vijfendertigste dag, kunnen de betrokken werknemers alsook de representatieve werknemersorganisaties tegen de in artikel 8 vermelde beslissingen of tegen de afwezigheid van een beslissing van de werkgever beroep instellen bij de arbeidsrechtbank'. De termijn van zeven dagen bedoeld in voornoemd artikel is een vervaltermijn zodat geen vordering meer kan worden ingeleid na het verstrijken van die termijn. (...) (De NV Huver) heeft haar beslissing ten aanzien van de technische bedrijfseenheid bekendgemaakt en medegedeeld op 8 januari 2004, zodat de vordering van (verweerder) uiterlijk op 15 januari 2004 moest worden ingeleid. De vordering van (verweerder) werd slechts ingeleid met verzoekschrift van 14 april 2004, dit is laattijdig. De vordering van (verweerder) ten opzichte van de zesde verwerende partij (NV Huver) is bijgevolg onontvankelijk. Er bestaat geen betwisting over het feit dat de eerste tot de vijfde en de zevende en achtste verwerende partij, (de eiseressen), nagelaten hebben de in artikel 8 van het Verkiezingsbesluit te verstrekken informatie mede te delen aan de in dit artikel vermelde bestemmelingen. (Verweerder) houdt voor dat de termijn van artikel 9 niet van toepassing is wanneer de vordering ertoe strekt een nalatige werkgever te veroordelen tot het organiseren van sociale verkiezingen. Uit het inleidende verzoekschrift blijkt dat de vordering van (verweerder) wel degelijk strekt tot het organiseren van sociale verkiezingen en niet louter gericht is tegen het uitblijven van een beslissing van de werkgever over het aantal technische bedrijfseenheden. De vordering van (verweerder) ten opzichte van (de eiseressen) is bijgevolg wel degelijk ontvankelijk". Grieven Ondernemingsraden, respectievelijk comités voor preventie en bescherming op het werk, moeten worden opgericht in de bij de artikelen 14 van de wet van 20 september 1948, houdende organisatie van het bedrijfsleven, en 49 van de wet van 4 augustus 1996, betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoelde technische bedrijfseenheden, die kunnen bestaan uit meerdere juridische entiteiten. De personeelsvertegenwoordigers in de bedoelde ondernemingsraden, respectievelijk comités voor preventie en bescherming op het werk, worden krachtens artikelen 18 van de genoemde wet van 20 september 1948 respectievelijk 8 van de genoemde wet van 4 augustus 1996, verkozen door het personeel. De regels inzake de verkiezingen voor de vernieuwing van deze overlegorganen in 2004 werden opgenomen in het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk, dat bekrachtigd werd bij wet van 2 april
- Artikel 6 van genoemd koninklijk besluit van 15 mei 2003 legt de werkgever binnen wiens onderneming sociale verkiezingen kunnen worden gehouden op om uiterlijk zestig dagen vóór de aanplakking van het bericht waarin de verkiezingsdatum wordt aangekondigd, bepaalde informatie te verstrekken aan respectievelijk de vakbondsafvaardiging, de werknemers, de ondernemingsraad en het comité. Zo zal overeenkomstig het eerste lid, 1°, van dit artikel 6 de vakbondsafvaardiging moeten worden geïnformeerd over de aard, de gebieden en de graad van zelfstandigheid of afhankelijkheid van de zetel ten opzichte van de juridische entiteit. Deze informatie moet worden verstrekt aan de raad of het comité wanneer reeds een raad of comité werd opgericht en zal dan alleen betrekking hebben op de wijzigingen die zich in de structuur van de onderneming hebben voorgedaan en op de nieuwe criteria van zelfstandigheid of afhankelijkheid van de zetel ten opzichte van de juridische entiteit. Vervolgens legt artikel 7 van genoemd koninklijk besluit van 15 mei 2003 de werkgever een raadplegingsverplichting op, die moet voldaan worden tussen de zestigste en de vijfendertigste dag vóór de aanplakking van het bericht waarin de verkiezingsdatum wordt aangekondigd. Deze raadpleging geldt luidens het eerste lid, 1°, van dit artikel 7 ten aanzien van de raad, het comité of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging, met betrekking tot
(1)het aantal technische bedrijfseenheden of juridische eenheden waarvoor organen moeten worden opgericht, alsmede over hun omschrijving en
(2)de indeling van de juridische entiteit in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en grenzen of over de samenvoeging van meerdere juridische entiteiten in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en grenzen. Tenslotte moet de werkgever uiterlijk de vijfendertigste dag vóór de aanplakking van het bericht waarin de verkiezingsdatum wordt aangekondigd, overeenkomstig artikel 8, eerste lid, 2°, van genoemd koninklijk besluit van 15 mei 2003 de raad en het comité of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging schriftelijk in kennis stellen van zijn beslissing nopens de twee hierboven genoemde punten. De arbeidsrechtbank stelt vast dat de NV Huver "als aparte technische bedrijfseenheid de procedure voor sociale verkiezingen (heeft) opgestart volgens de in het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk (...) beschreven wijze" en dat de NV Huver haar beslissing ten aanzien van de technische bedrijfseenheid heeft bekendgemaakt en medegedeeld op 8 januari
- Overeenkomstig artikel 9 van bedoeld koninklijk besluit van 15 mei 2003 kunnen uiterlijk op de zevende dag die volgt op de bij artikel 8 bedoelde vijfendertigste dag, de betrokken werknemers alsook de betrokken representatieve werknemersorganisaties tegen de in artikel 8 bedoelde beslissing van de werkgever (of tegen de afwezigheid van beslissing van de werkgever) beroep instellen bij de arbeidsrechtbank, wiens beslissing niet appèlabel is. Aldus dienden de vorderingen die ertoe strekten de beslissing aan te vechten van de NV Huver met betrekking tot de omschrijving van de technische bedrijfseenheid binnen dewelke sociale verkiezingen dienden te worden gehouden, uiterlijk op 15 januari 2004 te worden ingeleid. Met zijn inleidend verzoekschrift van 14 april 2004 vorderde het A.C.V.:
- te zeggen voor recht dat tegenpartijen één technische bedrijfseenheid vormen waarvan de gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling minstens 100 bedraagt, en dat één ondernemingsraad en één comité voor preventie en bescherming op het werk moet worden opgericht voor de technische bedrijfseenheid die gevormd wordt door de juridische entiteiten : a. GHEYS BEHEER C.V.A. (...) b. TRANSPORT GHEYS N. V. (...) c. GARAGE GHEYS N. V. (...) d. GHEYS QUALY STORAGE N. V. (...) e. GHEMOTRANS N. V. (...) f. HUVER N. V. (...) g. BELGIAN CLEANING CENTER N. V. (...) h. BELGIAN LOGISTIC CENTER N. V. (...)
- voorts tegenpartijen te bevelen onverwijld over te gaan tot het verrichten van alle haar (lees : hen) door het koninklijk besluit van 15 mei 2003 (Belgisch Staatsblad, 4 juni 2003) opgelegde handelingen, met het oog op het organiseren van sociale verkiezingen voor de aanwijzing van personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming op het werk.
- ondergeschikt : te zeggen voor recht dat een comité voor preventie en bescherming op het werk moet worden opgericht bij NV Huver en dat de sociale verkiezingen bij NV Huver verder georganiseerd dienen te worden en verder moeten worden voorbereid op basis van deze beslissing (...)". Oorspronkelijk vorderde het A.C.V. derhalve de technische bedrijfseenheid te laten erkennen ten aanzien van de acht vennootschappen, waaronder de NV Huver. Deze vordering strekte er dus toe de beslissing van de NV Huver van 8 januari 2004 met betrekking tot de technische bedrijfseenheid binnen dewelke sociale verkiezingen zouden moeten gehouden worden, te betwisten nu aangevoerd werd dat de NV Huver geen afzonderlijke technische bedrijfseenheid vormde, doch een technische bedrijfseenheid vormde tezamen met zeven andere vennootschappen, te weten de eerste tot vijfde en de zevende en achtste verweersters in de procedure voor de arbeidsrechtbank. Deze vordering diende derhalve, om ontvankelijk te zijn, te worden ingeleid binnen de door artikel 9, eerste lid, van het genoemde koninklijk besluit van 15 mei 2003 bedoelde termijn, te weten ten laatste op 15 januari
- De arbeidsrechtbank, die bij herhaling stelde uitsluitend uitspraak te doen over de initiële vordering, kon dienvolgens niet wettig oordelen dat deze vordering ontvankelijk was ten aanzien van de eerste tot vijfde en de zevende en achtste toenmalige verweersters, te weten huidige eiseressen. De arbeidsrechtbank schendt dienvolgens : - artikel 14, ,§1, eerste lid en tweede lid, 1°, en ,§2, b, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, zoals vermeld in de aanhef van het middel ; - de artikelen 49, eerste lid en tweede lid, 1°, en 50, ,§3, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, zoals vermeld in de aanhef van het middel. - de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk, dat werd bekrachtigd bij wet van 2 april
- Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet ; - artikel 1138, 4°, van het Gerechtelijk wetboek ; - de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk wetboek. Bestreden beslissing De eerste kamer van de Arbeidsrechtbank te Turnhout verklaart in het vonnis van 27 september 2004 de vordering van verweerster met betrekking tot het organiseren van sociale verkiezingen onontvankelijk jegens de NV Huver, doch ontvankelijk ten aanzien van eiseressen. De rechtbank oordeelt dat verweerster zich kan beroepen op het vermoeden dat de eiseressen één technische bedrijfseenheid vormen, doch heropent de debatten teneinde de eiseressen de mogelijkheid te geven te bewijzen dat het personeelsbeheer en het personeelsbeleid geen sociale criteria aan het licht brengen die kenmerkend zijn voor het bestaan van een technische bedrijfseenheid in de zin van de wetgeving inzake de overlegorganen. De arbeidsrechtbank grondt haar beslissing onder meer op volgende motieven : "Gelet op het inleidend verzoekschrift van het A.C.V. van 14 april 2004 ertoe strekkend, - te horen zeggen dat verwerende partijen één technische bedrijfseenheid vormen, waarvan de gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling minstens 100 bedraagt en dat één ondernemingsraad en één comité voor preventie en bescherming op het werk moet worden opgericht voor de technische bedrijfseenheid die gevormd wordt door de juridische entiteiten : a. CVA GHEYS BEHEER (...) b. NV TRANSPORT GHEYS (...) c. NV GARAGE GHEYS (...) d. NV GHEYS QUALY STORAGE (...) e. NV GHEMOTRANS (...) f. NV HUVER (...) g. NV BELGIAN CLEANING CENTER (...) h. NV BELGIAN LOGISTIC CENTER (...) - verwerende partijen te bevelen onverwijld over te gaan tot het verrichten van alle haar (lees : hen) door het koninklijk besluit van 15 mei 2003 (Belgisch Staatsblad, 4 juni 2003) opgelegde handelingen, met het oog op het organiseren van sociale verkiezingen voor de aanwijzing van personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming op het werk ; (...) 3.
- Afstand van geding ten opzichte van NV Huver (Verweerder) heeft een afstand van geding ten opzichte van de zesde verwerende partij gedaan met conclusie neergelegd ter griffie op 8 juni 2004, dit is nadat de (NV Huver) over het onderwerp van de vordering waarvan wordt afgezien conclusie had genomen. Uit geen enkel element van het dossier blijkt dat (de NV Huver) de afstand van geding heeft aangenomen, zodat de afstand van geding niet geldig is, en enkel uitspraak moet worden gedaan over de initiële vordering. 3.
- Ontvankelijkheid van de vordering - wijziging van de vordering Vermits sub 3.
- werd geoordeeld dat bij ontstentenis van geldige afstand van geding enkel moet worden geoordeeld over de initiële vordering, is de vraag of de wijziging van de vordering met conclusie neergelegd ter griffie op 8 juni 2004 al dan niet ontvankelijk is niet langer aan de orde. 3.
- Ontvankelijkheid van de vordering - laattijdigheid van de vordering De vordering van (verweerder) ten opzichte van (de eiseressen) is bijgevolg wel degelijk ontvankelijk. 3.
- Gegrondheid van de vordering Tussen partijen bestaat klaarblijkelijk geen betwisting over het feit dat (de eiseressen) samen gewoonlijk gemiddeld meer dan 100 werknemers te werk stellen. Artikel 14, ,§1, eerste lid, Bedrijfsorganisatiewet bepaalt (...). Artikel 49, eerste lid, wet welzijn op het werk bepaalt (...). Artikel 14, ,§1, tweede lid, 1°, Bedrijfsorganisatiewet en artikel 49, tweede lid, 1°, wet Welzijn op het werk definiëren (...). Artikel 14, ,§2, b, Bedrijfsorganisatiewet en artikel 50, ,§3, Wet welzijn op het werk bepalen verder (...). In casu bewijst eisende partij dat aan het economisch criterium wel degelijk werd voldaan (...). Vervolgens dient te worden onderzocht of eisende partij ook het bewijs levert van elementen die wijzen op het bestaan van een sociale samenhang tussen de zeven juridische entiteiten. Als elementen van gemeenschappelijk personeelsbeleid weerhoudt de rechtbank : (...). Nu eisende partij zich kan beroepen op het vermoeden dat de zeven juridische entiteiten één technische bedrijfseenheid vormen, dient ten slotte te worden onderzocht of (...)". Grieven Luidens artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet moeten hoven en rechtbanken hun beslissingen regelmatig met redenen omkleden, wat onder meer inhoudt dat zij moeten statueren zonder dubbelzinnigheid noch tegenstrijdigheid. Luidens artikel 1138, 4°, van het Gerechtelijk wetboek staat voorziening in cassatie open tegen een in laatste aanleg gewezen vonnis dat tegenstrijdige beschikkingen bevat. De arbeidsrechtbank statueert tegenstrijdig. Enerzijds oordeelt de rechtbank dat "enkel uitspraak moet worden gedaan over de initiële vordering" (vonnis p. 4, punt 3.1., in fine) en dat "enkel moet worden geoordeeld over de initiële vordering" (vonnis p. 4, punt 3.2.). De arbeidsrechtbank stelt uitdrukkelijk dat "de vraag of de wijziging van de vordering met conclusie neergelegd ter griffie op 8 juni 2004 al dan niet ontvankelijk is niet langer aan de orde (is)" (vonnis p. 4, punt 3.2.). De initiële vordering luidde als volgt :
- te zeggen voor recht dat tegenpartijen één technische bedrijfseenheid vormen waarvan de gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling minstens 100 be-draagt, en dat één ondernemingsraad en één comité voor preventie en bescherming op het werk moet worden opgericht voor de technische bedrijfseenheid die gevormd wordt door de juridische entiteiten : a. GHEYS BEHEER C.V.A. (...) b. TRANSPORT GHEYS N. V. (..) c. GARAGE GHEYS N. V. (...) d. GHEYS QUALY STORAGE N. V. (...) e. GHEMOTRANS N. V. (...) f. HUVER N. V. (...) g. BELGIAN CLEANING CENTER N. V. (...) h. BELGIAN LOGISTIC CENTER N. V. (...)
- voorts tegenpartijen te bevelen onverwijld over te gaan tot het verrichten van alle haar (lees : hen) door het koninklijk besluit van 15 mei 2003 (Belgisch Staatsblad 4 juni 2003) opgelegde handelingen, met het oog op het organiseren van sociale verkiezingen voor de aanwijzing van personeels-afgevaardigden in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming op het werk.
- ondergeschikt : te zeggen voor recht dat een comité voor preventie en bescherming op het werk moet worden opgericht bij NV Huver en dat de sociale verkiezingen bij NV Huver verder georganiseerd dienen te worden en verder moeten worden voorbereid op basis van deze beslissing. Oorspronkelijk vorderde het A.C.V. derhalve de technische bedrijfseenheid, binnen dewelke sociale verkiezingen zouden moeten worden gehouden, te laten erkennen ten aanzien van de acht vennootschappen, waaronder de NV Huver. Anderzijds verklaart de arbeidsrechtbank de vordering van het A.C.V. ontvankelijk ten aanzien van de huidige eiseressen alleen, zijnde oorspronkelijk de eerste tot vijfde en de zevende en achtste verweersters, en gaat ze na of de economische en sociale criteria vervuld zijn ten aanzien van eiseressen om alvast te besluiten dat "eisende partij zich kan beroepen op het vermoeden dat de zeven juridische entiteiten één technische bedrijfseenheid vormen" (vonnis p. 8, bovenaan). Aldus gaat de rechtbank de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de vordering van het A.C.V. ten aanzien van de eiseressen na. Dit maakte precies het voorwerp uit van de gewijzigde vordering van de oorspronkelijke eiseres. In de (tweede) conclusie neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank op 8 juni 2004 wordt door het A.C.V. immers gevorderd (p. 6) : "
- te zeggen voor recht dat tegenpartijen (dit zijn eiseressen; toevoeging door eiseressen) één technische bedrijfseenheid vormen waarvan de gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling minstens 100 bedraagt, en dat één ondernemingsraad en één comité voor preventie en bescherming op het werk moet worden opgericht voor de technische bedrijfseenheid die gevormd wordt door de volgende juridische entiteiten : a. GHEYS BEHEER C.V.A. (...) b. TRANSPORT GHEYS N. V. (..) c. GARAGE GHEYS N. V. (..) d. GHEYS QUALY STORAGE N. V. (..) e. GHEMOTRANS N. V. (...) f. BELGIAN CLEANING CENTER N. V. (...) g. BELGIAN LOGISTIC CENTER N. V. (...)
- voorts tegenpartijen te bevelen onverwijld over te gaan tot het verrichten van alle haar (lees : hen) door het koninklijk besluit van 15 mei 2003 (Belgisch Staatsblad 4 juni 2003) opgelegde handelingen, met het oog op het organiseren van sociale verkiezingen voor de aanwijzing van personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming op het werk". Deze eis wordt herhaald in de syntheseconclusie (p. 6). De erkenning van één enkele technische bedrijfseenheid bestaande uit de zeven vennootschappen, met name eiseressen, maakt dus het voorwerp uit van de gewijzigde vordering. Door te stellen dat de rechtbank alleen diende te oordelen over de initiële vordering en dat de ontvankelijkheid van de gewijzigde vordering daarom niet aan de orde was, en niettemin de gewijzigde vordering ontvankelijk te verklaren en reeds deels uitspraak te doen over de gegrondheid van deze gewijzigde vordering, bevat het bestreden vonnis tegenstrijdige beschikkingen en miskent het artikel 1138, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek, minstens is het vonnis aldus behept met een tegenstrijdige redengeving en is het niet regelmatig gemotiveerd (schending van artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet). Tevens miskent de arbeidsrechtbank, door aldus te oordelen, de bewijskracht verbonden aan het inleidend verzoekschrift van 14 april 2004, nu het daaraan een draagwijdte en betekenis toekent die totaal onverenigbaar zijn met de bewoordingen ervan. Het inleidend verzoekschrift strekte er immers niet toe de erkenning te bekomen, met het oog op het houden van sociale verkiezingen, van één technische bedrijfseenheid, bestaande uit de zeven vennootschappen gevormd door eiseressen. De arbeidsrechtbank miskent derhalve de bewijskracht, gehecht aan de gedinginleidende akte (schending van artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk wetboek). IV. Beslissing van het Hof
- Eerste middel Overwegende dat artikel 9, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk, bepaalt dat de betrokken werknemers alsook de betrokken representatieve werknemersorganisaties uiterlijk op de zevende dag die volgt op de bij artikel 8 van dat besluit bedoelde vijfendertigste dag, tegen de in artikel 8 vermelde beslissingen van de werkgever of tegen de afwezigheid van een beslissing van de werkgever beroep kunnen instellen bij de arbeidsrechtbank ; Dat tot de beslissingen bedoeld in het eerste lid, 2°, van voormeld artikel 8 behoort die welke de werkgever uiterlijk op de vijfendertigste dag die de aanplakking voorafgaat van het bericht waarin de datum van de verkiezingen wordt aangekondigd, ter kennis moet brengen aan de aldaar gepreciseerde bestemmelingen en welke betrekking heeft op het aantal technische bedrijfseenheden of juridische entiteiten waarvoor organen moeten worden opgericht, met hun beschrijving, en de indeling van de juridische entiteit in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en grenzen of de samenvoeging van meerdere juridische entiteiten in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en grenzen ; Dat een vordering die ertoe strekt te horen zeggen dat verscheidene juridische entiteiten, waarvan minstens één ervan een aanvang heeft genomen met de verkiezingsprocedure, één technische bedrijfseenheid vormen, ten aanzien van al die juridische entiteiten een beroep is inzake sociale verkiezingen en de procedure hieromtrent, in de zin van artikel 9 van het koninklijk besluit van 15 mei 2003, waarover de arbeidsrechtbank in laatste aanleg oordeelt ; Dat het beroep bedoeld in artikel 9 tegen een in artikel 8 vermelde beslissing van de werkgever of tegen de afwezigheid ervan, moet worden ingesteld ten aanzien van alle juridische entiteiten waarvan de insteller van het beroep meent dat zij een technische bedrijfseenheid vormen ; Overwegende dat het bestreden vonnis vaststelt dat de initiële rechtsvordering van verweerster ertoe strekt :
- te horen zeggen dat de eiseressen en de NV Huver één technische bedrijfseenheid vormen, waarvan de gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling minstens 100 bedraagt en dat voor deze technische bedrijfseenheid één ondernemingsraad en één comité voor preventie en bescherming op het werk moet worden opgericht ;
- deze partijen te bevelen onverwijld over te gaan tot het verrichten van alle haar door het koninklijk besluit van 15 mei 2003 opgelegde handelingen, met het oog op het organiseren van sociale verkiezingen voor de aanwijzing van personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming op het werk ; Overwegende dat het bestreden vonnis voorts vaststelt dat van de ondernemingen waartegen de initiële vordering was gericht "enkel de NV Huver (...) als aparte technische bedrijfseenheid de procedure voor sociale verkiezingen (heeft) opgestart volgens de in het koninklijk besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk (...) beschreven werkwijze" en dat deze partij "haar beslissing ten aanzien van de technische bedrijfseenheid (heeft) bekendgemaakt en meegedeeld op 8 januari 2004, zodat de vordering van (verweerder tegen de NV Huver) uiterlijk op 15 januari 2004 moest worden ingeleid" ; Overwegende dat het bestreden vonnis de rechtsvordering ten aanzien van eiseressen ontvankelijk verklaart ondanks het verstrijken van de bij artikel 9 van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 voorgeschreven termijn, op grond "dat de vordering van (verweerder) wel degelijk strekt tot het organiseren van sociale verkiezingen en niet louter gericht is tegen het uitblijven van een beslissing van de werkgever over het aantal technische bedrijfseenheden" ; Dat de bestreden beslissing door aldus te oordelen de in het middel aangevoerde wetsbepalingen schendt ; Dat het middel gegrond is ;
- Overige grieven Overwegende dat de overige grieven niet tot een ruimere cassatie kunnen leiden ; OM DIE REDENEN, HET HOF Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de vordering tegen de eiseressen ontvankelijk verklaart ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Arbeidsrechtbank te Antwerpen. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois, Ghislain Londers en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van vijf december tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051205.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240216.1 ECLI:BE:TTBRL:2012:JUG.20120203.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040308.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081027.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div