id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Artikel 30
, ,§ 3, tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis Toepasselijkheid Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Bescherming van de maatschappij Inobservatiestelling bevolen door de correctionele rechtbank Niet van zijn vrijheid benomen verdachte Hoger
Artikel 30
, ,§ 3, tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis Toepasselijkheid Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INOBSERVATIESTELLING Vrije woorden: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INOBSERVATIESTELLING Inobservatiestelling bevolen door de correctionele rechtbank Niet van zijn vrijheid benomen verdachte Hoger
Artikel 30
, ,§ 3, tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.05.1447.N D F M, eiser, beklaagde, met als raadsman mr. Walter Van Steenbrugge, advocaat bij de balie te Gent. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 11 oktober 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel
- Eerste onderdeel Overwegende dat artikel 4, eerste lid, Wet Bescherming Maatschapij bepaalt dat het openbaar ministerie en de verdachte of zijn advocaat hoger beroep kunnen instellen tegen de beslissing, waarbij de inobservatiestelling wordt gelast of geweigerd; Dat artikel 4, tweede lid, stelt: "Het hoger beroep wordt ingesteld en uitgewezen overeenkomstig de artikelen 19 en 20 van de wet van 20 april 1874"; Overwegende dat artikel 19 van de wet van 20 april 1874 het recht op hoger beroep erkende; Dat artikel 20 van de vermelde wet de termijn voor het instellen van hoger beroep bepaalde en de verdere rechtspleging regelde; Overwegende dat de wetgever met artikel 4, eerste lid, Wet Bescherming Maatschappij uitdrukkelijk het bestaan van het hoger beroep bevestigt, terwijl hij de oude procedureregels daarvoor opheft; Dat evenwel, bij analogie, voor dit hoger beroep de termijn en de rechtspleging van artikel 30 Wet Voorlopige Hechtenis moeten worden toegepast; Dat het onderdeel faalt naar recht;
- Tweede onderdeel Overwegende dat artikel 30, ,§ 3, Wet Voorlopige Hechtenis bepaalt: "Over het hoger beroep wordt uitspraak gedaan met voorrang boven alle andere zaken, het openbaar ministerie, de verdachte, de beklaagde of de beschuldigde en zijn raadsman gehoord. De verdachte blijft in hechtenis totdat over het hoger beroep is beslist, voor zover dit geschiedt binnen vijftien dagen nadat het beroep is ingesteld; de verdachte wordt in vrijheid gesteld als de beslissing niet gewezen is binnen die termijn"; Overwegende dat artikel 30, ,§ 3, tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis geen bestaansreden heeft wanneer, zoals hier, de verdachte niet van zijn vrijheid is benomen; Dat het onderdeel faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van drieënzestig euro negenendertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zes december tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duin slaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div