id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.16 Rolnummer: P.05.1201.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2006-11-15 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-07-04 08:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer het feit van aard is om door een correctionele straf te worden gestraft, kan de rechter de dader, als hoofdstraf, een werkstraf opleggen, die niet lager dan zesenveertig uren, noch hoger dan driehonderd uren mag zijn
(1).
(1)Cass., 15 sept. 2004, AR P.04.0590.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040915.15, nr 413. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Feit van aard om door een correctionele straf te worden gestraft Werkstraf Duur Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.37ter Fiche 2 Wanneer het cassatieberoep van het openbaar ministerie bij het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen als niet ontvankelijk dient te worden verworpen wegens gebrek aan betekening aan de partij tegen wie het is gericht, vermag de procureur-generaal bij het Hof ter terechtzitting de vernietiging in het belang van de wet vorderen van een beslissing die schending inhoudt van de regel neergelegd in artikel 37ter, Strafwetboek, betreffende de duur van de werkstraf en een onwettige straf oplegt
(1).
(1)Zie Cass., 18 mei 1999, AR P.97.1518.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990518.5, nr 289. Thesaurus CAS: CASSATIE - VORDERINGEN TOT VERNIETIGING. CASSATIEBEROEP IN HET BELANG VAN DE WET Vrije woorden: CASSATIE - VORDERINGEN TOT VERNIETIGING. CASSATIEBEROEP IN HET BELANG VAN DE WET Onwettige straf Cassatieberoep van het openbaar ministerie bij het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen Geen betekening Niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep Vordering tot vernietiging ter terechtzitting door de procureur-generaal Artikel 442, Sv Fiche 3 Wanneer het cassatieberoep van het openbaar ministerie bij het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen als niet ontvankelijk dient te worden verworpen wegens gebrek aan betekening aan de partij tegen wie het is gericht, vernietigt het Hof, op vordering van de procureur-generaal, in het belang van de wet en derhalve zonder verwijzing, de bestreden beslissing die schending inhoudt van de regel neergelegd in artikel 37ter, Strafwetboek, betreffende de duur van de werkstraf en een onwettige straf oplegt
(1).
(1)Zie Cass., 15 mei 2001, AR P.01.0013.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010515.10, nr 284, met concl. O.M. Thesaurus CAS: CASSATIE - VORDERINGEN TOT VERNIETIGING. CASSATIEBEROEP IN HET BELANG VAN DE WET Vrije woorden: CASSATIE - VORDERINGEN TOT VERNIETIGING. CASSATIEBEROEP IN HET BELANG VAN DE WET Onwettige straf Cassatieberoep van het openbaar ministerie bij het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen Geen betekening Niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep Vordering tot vernietiging ter terechtzitting door de procureur-generaal Tekst van de beslissing Nr. P.05.1201.N I PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE TURNHOUT, eiser, tegen L N, verweerder, beklaagde. II PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE eiser tot nietigverklaring. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 16 juni 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Turnhout. Het cassatieberoep van de eiser sub II, ingesteld in het belang van de wet en overeenkomstig artikel 442 Wetboek van Strafvordering, is gericht tegen hetzelfde vonnis. II. Rechtspleging voor het Hof Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd en gevorderd. III. Cassatiemiddelen De eiser sub I stelt in een memorie een middel voor. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van de memorie Overwegende dat de memorie die is neergelegd buiten de termijn van artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, niet ontvankelijk is; B. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser sub I Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat het cassatieberoep is betekend. Dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is; C. Cassatieberoep van de procureur-generaal bij het Hof Overwegende dat de procureur-generaal bij het Hof de vernietiging van het bestreden vonnis vordert wegens schending van artikel 37ter, ,§ 2, Strafwetboek; Overwegende dat, krachtens artikel 37ter, ,§ 2, Strafwetboek, de duur van de werkstraf minstens twintig uren bedraagt en ten hoogste driehonderd uren, een werkstraf van vijfenveertig uren of minder een politiestraf is en een werkstraf van meer dan vijfenveertig uren een correctionele straf; Overwegende dat L N vervolgd werd wegens: - telastlegging A, inbreuk op artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement; - telastlegging B, inbreuk op artikel 33, ,§ 1, 1°, Wegverkeerswet, namelijk vluchtmisdrijf; - telastlegging C, inbreuk op de artikelen 21 en 30, ,§ 1, 1°, Wegverkeerswet, namelijk het rijden zonder geldig rijbewijs; Overwegende dat artikel 30, ,§ 1, aanhef, Wegverkeerswet, de inbreuk vermeld in de telastlegging C bestraft met een geldboete van 200 euro tot 2.000 euro, dit is een correctionele straf, zodat de werkstraf voor de bewezen verklaarde telastleggingen A en C minstens meer dan 45 uren moet bedragen; Overwegende dat artikel 33, ,§ 1, aanhef, Wegverkeerswet de inbreuk vermeld in de telastlegging B bestraft met een gevangenisstraf van 15 dagen tot 6 maanden en met geldboete van 200 euro tot 2.000 euro of met een van die straffen alleen, dit is een correctionele straf, zodat de werkstraf voor de bewezen verklaarde telastlegging B minstens meer dan 45 uren moet bedragen; Overwegende dat de appelrechters L N wegens het bewezen verklaren van de telastleggingen A en C samen, een werkstraf opleggen van 45 uren en wegens het bewezen verklaren van de telastlegging B, een werkstraf opleggen van eveneens 45 uren; Dat zij aldus artikel 37ter, ,§ 2, Strafwetboek schenden; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep van de eiser sub I. Rechtdoende op het cassatieberoep van de procureur-generaal bij het Hof, Vernietigt, maar alleen in het belang van de wet, het bestreden vonnis van 16 juni 2005, in zoverre dat L N slechts veroordeelt tot twee werkstraffen van elk 45 uren; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; Zegt dat er geen grond is tot verwijzing; Laat de kosten ten laste van de Staat. Gezegde kosten begroot op de som van veertig euro zes cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zes december tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duin slaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.16 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130917.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990518.5 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010515.10 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040915.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div