← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.6 Rolnummer: P.05.1206.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-12-20 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-07-03 10:16 Fiche Thesaurus CAS: STRAF Tekst van de beslissing Nr. P.05.1206.N I PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE TURNHOUT, eiser, tegen

  1. M B, beklaagde,
  2. M A, civielrechtelijk aansprakelijke partij,
  3. S M, civielrechtelijk aansprakelijke partij, verweerders. II PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE eiser tot nietigverklaring. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 30 juni 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Turnhout. Het cassatieberoep van de eiser sub II, ingesteld in het belang van de wet en overeenkomstig artikel 442 Wetboek van Strafvordering, is gericht tegen hetzelfde vonnis. II. Rechtspleging voor het Hof Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft gevorderd en geconclu-deerd. III. Cassatiemiddelen De eiser sub I stelt in een memorie een middel voor. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van de memorie Overwegende dat de memorie die is neergelegd buiten de termijn van artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, niet ontvankelijk is; B. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser sub I Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat het cassatieberoep is betekend. Dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is; C. Cassatieberoep van de procureur-generaal bij het Hof Overwegende dat de procureur-generaal bij het Hof de vernietiging van het bestreden vonnis vordert wegens schending van artikel 37ter, ,§ 2, Strafwetboek; Overwegende dat, krachtens artikel 37ter, ,§ 2, Strafwetboek, de duur van de werkstraf minstens twintig uren bedraagt en ten hoogste driehonderd uren, een werkstraf van vijfenveertig uren of minder een politiestraf is en een werkstraf van meer dan vijfenveertig uren een correctionele straf; Overwegende dat M B vervolgd werd wegens: - telastlegging A, inbreuk op de artikelen 1, 2, ,§ 1, 20, 22, ,§ 1, 28 en 29 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, namelijk rijden zonder geldige verzekering; - telastlegging B, inbreuk op artikel 36, eerste lid, Wegverkeersreglement, namelijk geen valhelm dragen; - telastlegging C, inbreuk op de artikelen 21 en 30, ,§ 1, 1°, Wegverkeerswet, namelijk het rijden zonder geldig rijbewijs; Overwegende dat de zwaarst bestrafte inbreuk de telastlegging A is, die bestraft wordt met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 6 maanden en met geldboete van 100 euro tot 1.000 euro of met een van die straffen alleen, dit is een correctionele straf, zodat de werkstraf voor de bewezen verklaarde telastleggingen A, B en C minstens meer dan 45 uren moet bedragen; Overwegende dat de appelrechters M B wegens het bewezen verklaren van de telastleggingen A, B en C samen, een werkstraf opleggen van 30 uren; Dat zij aldus artikel 37ter, ,§ 2, Strafwetboek schenden; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep van de eiser sub I. Rechtdoende op het cassatieberoep van de procureur-generaal bij het Hof, Vernietigt, maar alleen in het belang van de wet, het bestreden vonnis van 30 juni 2005, in zoverre dat M B veroordeelt tot een werkstraf van slechts 30 uren; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; Zegt dat er geen grond is tot verwijzing; Laat de kosten ten laste van de Staat. Gezegde kosten begroot op de som van zesendertig euro drieënnegentig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zes december tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.