id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.9 Rolnummer: P.05.0576.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-11-15 Raadplegingen: 516 - laatst gezien 2026-07-04 08:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Inzake het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen heft de toestemming van het slachtoffer noch het wederrechtelijk karakter van de feiten, noch de schuld van de dader op en is derhalve geen rechtvaardigingsgrond
(1).
(1)Zie Cass., 6 jan. 1998, AR P.97.1353.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980106.5, nr
- Thesaurus CAS: MISDRIJF - RECHTVAARDIGING EN VERSCHONING - Rechtvaardiging Vrije woorden: MISDRIJF - RECHTVAARDIGING EN VERSCHONING - Rechtvaardiging Opzettelijke slagen en verwondingen Toestemming van het slachtoffer Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.392en398 Thesaurus CAS: OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN OPZETTELIJK DODEN Vrije woorden: OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN OPZETTELIJK DODEN Opzettelijke slagen en verwondingen Toestemming van het slachtoffer Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.392en398 Tekst van de beslissing Nr. P.05.0576.N
- E P en
- B S,
- E I, eisers, burgerlijke partijen, met als raadsman mr. Nadine Verbeest, advocaat bij de balie te Gent, tegen D J A, verweerder, beklaagde. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 29 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eisers stellen in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof
- Eerste middel in zijn geheel Overwegende dat de appelrechters de verweerder niet hebben vrijgesproken van de telastlegging A (verkrachting) omdat het slachtoffer zou hebben toegestemd maar omdat zij oordelen dat, om de redenen die zij vermelden en die geen tegenstrijdigheid op dit punt bevatten, verweerder gehandeld heeft ingevolge onoverwinnelijke dwaling; Dat het middel dat in zijn geheel uitgaat van een verkeerde lezing van het bestreden arrest, feitelijke grondslag mist;
- Tweede middel 2.
- Eerste onderdeel Overwegende dat de appelrechters vaststellen dat de onoverwinnelijke dwaling betreffende de leeftijd van de eiseres sub 3, constitutief bestanddeel van de telastlegging A omschreven als verkrachting, eveneens tot strafuitsluiting zou leiden in geval van omschrijving van die feiten als aanranding van de eerbaarheid zoals bedoeld in de artikelen 372 en 374 Strafwetboek; Overwegende dat de appelrechters aldus wettig hebben kunnen oordelen dat er geen reden tot heromschrijving van die feiten is; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; 2.
- Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel geheel opkomt tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters dat de feitelijke omstandigheden die het arrest vermeldt, tot onoverwinnelijke dwaling bij verweerder leiden; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is; 2.
- Derde onderdeel Overwegende dat de appelrechters, anders dan het onderdeel aanvoert, niet zeggen dat "de telastlegging A, te herkwalificeren als aanranding van de eerbaarheid, niet naar voldoening van recht bewezen (is)"; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
- Derde middel 3.
- Tweede onderdeel Overwegende dat inzake het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen de toestemming van het slachtoffer noch het wederrechtelijk karakter van de feiten, noch de schuld van de dader opheft en derhalve geen rechtvaardigingsgrond is; Overwegende dat de appelrechters vaststellen dat de geslaagde wijze van opzettelijke misleiding door het slachtoffer tot onoverwinnelijke dwaling in hoofde van verweerder leidt, ook wat betreft diens oordeel betreffende de mogelijkheid tot het geven van geldige toestemming door het slachtoffer "tot het onderhouden van een seksuele relatie gepaard gaande met het wederzijds toedienen van (lichte) slagen en verwondingen"; Dat in zoverre de appelrechters daarbij, op grond van dezelfde redenen als voor de telastlegging A, oordelen dat de onoverwinnelijke dwaling met betrekking tot de toestemming van het slachtoffer ook strafuitsluiting tot gevolg heeft voor verweerder wat betreft de feiten van de telastlegging C (toebrengen van opzettelijke slagen of verwondingen aan een minderjarige), die beslissing niet naar recht verantwoord is; Dat het onderdeel gegrond is; 3.
- Eerste onderdeel Overwegende dat het onderdeel dat niet tot ruimere cassatie kan leiden, geen antwoord behoeft; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet op de burgerlijke rechtsvordering van de eisers met betrekking tot de feiten van de telastlegging C; Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; Veroordeelt de verweerder in een vierde van de kosten en de eisers in de overige kosten; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. Gezegde kosten begroot op de som van driehonderd vijftien euro eenenzeventig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zes december tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980106.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div