← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.13 Rolnummer: P.05.0688.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-06 Raadplegingen: 175 - laatst gezien 2026-07-03 10:09 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Bij ontstentenis van een conclusie die in het bijzonder de toepassing van de strafuitsluitingsgrond bij een instandhoudingsmisdrijf inzake stedenbouw inroept, moet de strafrechter niet in het bijzonder zijn oordeel met betrekking tot de niet-toepassing van deze uitsluitingsgrond wegens het gelegen zijn van de constructie in een ruimtelijk kwetsbaar gebied motiveren

(1).
(1)Het in het arrest gehanteerde begrip "strafuitsluitingsgrond" moet worden verstaan als "omstandigheid waarin er geen misdrijf is". Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Stedenbouw Instandhoudingsmisdrijf Strafuitsluitingsgrond Motiveringsverplichting van de rechter Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALLERLEI Vrije woorden: STEDENBOUW - ALLERLEI Instandhoudingsmisdrijf Strafuitsluitingsgrond Geen conclusie Motiveringsverplichting van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.05.0688.N V. L. L. E. J., eiser, beklaagde, met als raadsman mr. Bart Spriet, advocaat bij de balie te Turnhout. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 20 april 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  1. Eerste middel 1.
  2. Eerste onderdeel Overwegende dat artikel 146, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6° en 7°, Stedenbouwdecreet 1999, dat de wettelijke bestanddelen van het instandhoudingsmisdrijf bepaalt, geenszins vereist dat de wederrechtelijk opgerichte constructies gelegen zijn in een ruimtelijk kwetsbaar gebied; dat deze vereiste alleen bestaat voor de niet-toepassing van de strafuitsluitingsgrond van artikel 146, derde lid, dat bepaalt dat de strafsanctie voor het instandhouden van de inbreuken bedoeld in het eerste lid niet geldt voor zover de wederrechtelijk opgerichte constructies niet gelegen zijn in een ruimtelijk kwetsbaar gebied; dat bij onstentenis van een conclusie die in het bijzonder de toepassing van deze strafuitsluitingsgrond inroept, de strafrechter niet in het bijzonder zijn oordeel met betrekking tot de niet-toepassing van deze uitsluitingsgrond wegens het gelegen zijn van de constructie in een ruimtelijk kwetsbaar gebied moet motiveren; Dat het onderdeel faalt naar recht; 1.
  3. Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel geheel is afgeleid uit het vergeefs aangevoerde eerste onderdeel dat zelfs bij onstentenis van conclusie die in het bijzonder de toepassing van de strafuitsluitingsgrond bepaald in artikel 146, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999 inroept, de rechter zijn oordeel dienaangaande in het bijzonder moet motiveren; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is;
  4. Tweede middel Overwegende dat de appelrechters, met overname van de redenen van het beroepen vonnis, een effectieve geldboete die zij passend achten, uitspreken rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten en het gunstig strafrechterlijk verleden van de eiser; dat zij aldus de redenen vermelden waarom het gevraagde uitstel wordt geweigerd; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
  5. Derde middel Overwegende dat de appèlrechters als gevolg van de in het middel bedoelde conclusie van eiser de dwangsom, door het beroepen vonnis bepaald op 500 euro per dag vertraging, verlagen tot 125 euro per dag vertraging en aldus, zij het gedeeltelijk, gevolg geven aan eisers conclusie; dat zij aldus eisers conclusie beantwoorden; Dat het middel feitelijke grondslag mist; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van drieënzestig euro negenendertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van dertien december tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.