id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art.21
,§2 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Kamer van inbeschuldigingstelling Voorlopige hechtenis Herstel van vormverzuim bij de rechtspleging in hoger beroep Wettelijke bepalingen:
Art.21
,§2 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Voorlopige hechtenis Herstel van vormverzuim door de kamer van inbeschuldigingstelling Wettelijke bepalingen:
Art.21,§2 Tekst van de beslissing Nr.
P.05.1662.N O I, verdachte, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Frans Smeets, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling van het eerste onderdeel van het middel
- Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die uitspraak doen inzake voorlopige hechtenis.
- Een vonnis of arrest schendt de motiveringsplicht niet omwille van het loutere feit dat het een verweermiddel niet aanneemt.
- Anders dan het onderdeel aanvoert, beantwoordt het arrest eisers verweer wel.
- Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Beoordeling van het tweede onderdeel van het middel
- Artikel 21, ,§ 2, Wet Voorlopige Hechtenis schrijft voor dat de griffier, ten minste 24 uren vóór de verschijning voor de raadkamer die moet beslissen over de eerste handhaving van de voorlopige hechtenis, per faxpost of bij ter post aangetekende brief daarvan bericht moet geven aan de verdachte en aan zijn raadsman.
- Indien die verplichting niet of niet volledig werd nageleefd voor de raadkamer, kan het verzuim worden hersteld bij de rechtspleging in hoger beroep voor de kamer van inbeschuldigingstelling.
- Het onderdeel faalt naar recht. Beoordeling van het derde onderdeel van het middel
- Uit het antwoord op het tweede onderdeel van het middel blijkt dat het vormvoorschrift van de verwittiging van de verdachte en zijn raadsman, kan worden hersteld bij de rechtspleging in hoger beroep voor de kamer van inbeschuldigingstelling.
- Door het herstel van het vormverzuim van de verwittiging kan tevens de miskenning van het recht van verdediging dat zich bij de raadkamer heeft voorgedaan, worden hersteld.
- Het onderdeel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De beslissing op de strafvordering is gewezen met inachtneming van de substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen en overeenkomstig de wet. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt eiser in de kosten. Begroot de kosten op 50,85 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 3 januari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060103.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990727.21 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991110.22 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080528.3 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090414.1 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110615.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200225.2N.12 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220405.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div