← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060105.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060105.11 Rolnummer: C.05.0055.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-04-21 Raadplegingen: 207 - laatst gezien 2026-07-03 09:57 Versie(s): Vertaling FR Fiche De in artikel 38, ,§ 1, Ger.W. bepaalde wijze van betekening is ook van toepassing wanneer de geadresseerde een rechtspersoon is. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Inleiding van de zaak - Dagvaardingsexploot Vrije woorden: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT Burgerlijke zaken Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.35,eerste Annotaties Publicaties: R.W. - Kris SLABBAERT; De betekening aan een rechtspersoon. - 2007-2008, 404-405 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0055.N

  1. DE NATIONALE KAMER VAN GERECHTSDEURWAARDERS, met zetel te 1060 Brussel, Henri Jasparlaan 93,
  2. R.J., eisers, vertegenwoordigd door mr. Philippe Gérard, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 523, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen UNDICI ARCHI VZW, met zetel gevestigd te 2000 Antwerpen, Vekestraat 19, verweerster, en ten aanzien van
  3. V.G.
  4. H.H. partijen opgeroepen in bindendverklaring. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 8 mei 2001 in laatste aanleg gewezen door de Vrederechter van het vijfde kanton te Antwerpen. De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 32, 35, 36, 38, ,§1 en 42, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het Vredegerecht van het vijfde kanton te Antwerpen zetelend in eerste en in laatste aanleg, heeft het derdenverzet van de eisers ontvankelijk doch ongegrond verklaard, onder meer op grond van volgende motieven: "(...) dat wij bij middel van ons vonnis waartegen thans derdenverzet werd aangetekend middels het gedinginleidend exploot de dato 3 april 1997 de procedure niet rechtsgeldig verklaarden daar zij werd uitgevoerd, het inleidend exploot, op basis van artikel 38 Ger. W. en dit lastens een rechtspersoon; (...) dat ingaande op de thans voorgebrachte stukken blijkt dat artikel 38 Ger. W. werd gewijzigd bij de wet van 24 mei 1985 waarbij de voorheen geldende reglementering, welke voorzag in een noodzakelijke tussenkomst van ondermeer de gemeentelijke overheden, werd afgeschaft en waarbij in een nieuwe reglementering werd voorzien waarbij de gerechtsdeurwaarder in de mogelijkheid werd gesteld om de zogenaamde betekening 'per depot' uit te voeren en dit overeenkomstig de voorwaarden zoals bepaald in voornoemd artikel. (...) dat artikel 38 Ger. W. in zijn context dient te worden gelezen samen met artikel 32 e.a. Ger. W.; (...) dat echter dient vastgesteld te worden dat de wetgever in artikel 38 Ger. W., in tegenstelling tot artikel 35, enkel melding heeft gemaakt van de woon- en/of verblijfplaats en met geen woord heeft gerept over de bepaling maatschappelijke en/of administratieve zetel; Dat (de eisers) hieruit ten onrechte (afleiden) dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de omstandigheid dat lastens rechtspersonen op rechtsgeldige wijze kan worden betekend zoals voorzien in art. 38 Ger. W.; Dat de door (eiser) aangehaalde argumenten terzake de wetsbepalingen niet weerleggen". Grieven Krachtens artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek geschiedt de betekening, indien zij niet aan de persoon kan worden gedaan, aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel. Krachtens artikel 38, ,§1, van het Gerechtelijk Wetboek bestaat de betekening, ingeval het exploot in andere dan in strafzaken niet kan worden betekend zoals vastgesteld is in artikel 35, in het door de gerechtsdeurwaarder achtergelaten aan de woonplaats of, bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, van een afschrift van het exploot onder gesloten omslag met vermelding van de gegevens bepaald in artikel 44, eerste lid. Artikel 38 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt de wijze van betekenen voor alle zaken, andere dan strafzaken, wanneer niet kan worden betekend op grond van artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek. Artikel 35 van hetzelfde wetboek, waarnaar artikel 38 verwijst, voorziet in de betekening aan de woon- of verblijfplaats voor natuurlijke personen en in de betekening aan de maatschappelijke of administratieve zetel voor rechtspersonen en is derhalve niet beperkt tot betekening aan natuurlijke personen. Artikel 42, 5°, van hetzelfde wetboek bepaalt dat de betekeningen worden gedaan aan vennootschappen met rechtspersoonlijkheid op de maatschappelijke zetel, of bij gebreke daarvan, de bedrijfszetel, of als er geen is, aan de persoon of aan de woonplaats van een der beheerders, zaakvoerders of vennoten. Uit de artikelen 35, 38 en 42, 5°, in onderling verband gelezen blijkt aldus dat de betekeningswijze bedoeld in artikel 38, ,§1, van het Gerechtelijk Wetboek niet beperkt is tot de betekening aan natuurlijke personen, maar van toepassing is op alle betekeningen bedoeld in artikel 35 behalve die in strafzaken, zodat de in artikel 38, ,§1, bedoelde betekening door achterlating van het exploot rechtsgeldig kan gebeuren ten opzichte van een rechtspersoon. Door te beslissen dat de betekening door achterlating, bedoeld in artikel 38, ,§1, van het Gerechtelijk Wetboek beperkt is tot betekening aan een woon- of verblijfplaats van een natuurlijke persoon met uitsluiting van de betekening aan de maatschappelijke of administratieve zetel van rechtspersonen, omdat de wetgever in artikel 38 enkel melding heeft gemaakt van de woon- en/of verblijfplaats en met geen woord heeft gerept over de bepaling maatschappelijke en/of administratieve zetel en door op grond daarvan het derdenverzet van de eisers ongegrond te verklaren, heeft het Vredegerecht van het vijfde kanton te Antwerpen zijn beslissing niet naar recht verantwoord (schending van alle bepalingen aangehaald in het middel). III. BESLISSING VAN HET HOF
  5. Krachtens artikel 35, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, geschiedt de betekening indien ze niet aan de persoon kan worden gedaan, aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel.
  6. Krachtens artikel 38, ,§1, eerste lid, van hetzelfde wetboek, bestaat de betekening, ingeval het exploot in andere dan in strafzaken niet kan worden betekend zoals is vastgesteld in artikel 35, in het door de gerechtsdeurwaarder achterlaten aan de woonplaats of, bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, van een afschrift van het exploot onder gesloten omslag met vermelding van de gegevens bepaald in artikel 44, eerste lid.
  7. Uit de samenhang van voormelde bepalingen volgt dat de in artikel 38, ,§1, bepaalde wijze van betekening ook van toepassing is wanneer de geadresseerde een rechtspersoon is.
  8. Het bestreden vonnis beslist met de reden dat artikel 38 van het Gerechtelijk Wetboek geen melding maakt van een maatschappelijke en/of administratieve zetel, dat aan een rechtspersonen niet overeenkomstig artikel 38 van het Gerechtelijk Wetboek kan worden betekend ;
  9. Het bestreden vonnis schendt zodoende dit artikel.
  10. Het middel is gegrond. Dictum, HET HOF, Vernietigt het bestreden vonnis; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis; Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partijen; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; Verwijst de zaak naar de Vrederechter van het eerste kanton te Antwerpen, zitting houdende in laatste aanleg. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Dirk Debruyne, en in openbare terechtzitting van 5 januari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060105.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.