id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.4 Rolnummer: P.05.1304.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-05-15 Raadplegingen: 656 - laatst gezien 2026-07-04 10:24 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het wanbedrijf "oplichting" is voltrokken zodra de dader ervan, die gehandeld heeft met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort, erin geslaagd is zich deze zaak te doen afgeven of afleveren
(1).
(1)Cass., 27 okt. 1982, AR 2355, nr 141; 14 juni 1988, AR 2436, nr 625. Thesaurus CAS: OPLICHTING Vrije woorden: OPLICHTING Bestanddelen Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.496 Fiche 2 Enkel een positieve daad die voorafgaandelijk of gelijktijdig aan het misdrijf is gesteld kan een daad van strafbare deelneming als bedoeld in artikel 66 Strafwetboek uitmaken
(1).
(1)Cass., 12 mei 2004, AR P.04.0672.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040512.25, nr
- Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: MISDRIJF - DEELNEMING Strafbare deelneming Vereiste Fiche 3 Er is slechts strafbare deelneming aan oplichting wanneer door de mededader een positieve daad gesteld wordt voorafgaandelijk of gelijktijdig aan de afgifte of het afleveren van de zaak die de hoofddader zich wenst toe te eigenen. Thesaurus CAS: OPLICHTING Vrije woorden: OPLICHTING Strafbare deelneming Vereiste Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.66en496 Tekst van de beslissing Nr. P.05.1304.N I. P L, beklaagde, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie. II. V G F, beklaagde, eiser, de beide eisers tegen
- K M, burgerlijke partij,
- K E, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 2 september
- De eiseres sub I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser sub II voert geen middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel van het eerste middel
- Het wanbedrijf "oplichting" is voltrokken zodra de dader ervan, die gehandeld heeft met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort, erin geslaagd is zich deze zaak te doen afgeven of afleveren.
- Enkel een positieve daad die voorafgaandelijk of gelijktijdig aan dit wanbedrijf is gesteld kan een daad van strafbare deelneming als bedoeld in artikel 66 Strafwetboek uitmaken.
- Daaruit volgt dat er slechts strafbare deelneming aan oplichting is wanneer door de mededader een positieve daad gesteld wordt voorafgaandelijk of gelijktijdig aan de afgifte of het afleveren van de zaak die de hoofddader zich wenst toe te eigenen.
- De eiseres werd vervolgd wegens mededaderschap aan oplichting van kasbons en juwelen. Het arrest oordeelt dat "het wetens gaan verzilveren van de effecten die het voorwerp van de oplichting vormen, een daad van deelneming uitmaken". Daar uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat de verzilvering van de effecten noodzakelijk plaatsvond nadat de hoofddader zich deze heeft laten afgeven of afleveren, neemt het arrest als enige positieve daad van deelneming een handeling in aanmerking gepleegd nadat het misdrijf van oplichting voltrokken is. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.
- Het middel is gegrond. Overige grieven
- Deze grieven kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering ingesteld tegen de eiser sub II
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Omvang van de cassatie
- De hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing op de strafvordering tegen de eiseres sub I brengt de vernietiging mee van de beslissing op de tegen die eiseres ingestelde burgerlijke rechtsvordering die er het gevolg van is. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet ten aanzien van de eiseres sub I. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep van de eiser sub II. Laat de kosten van het cassatieberoep van de eiseres sub I ten laste van de Staat. Veroordeelt de eiser sub II in de kosten van zijn cassatieberoep. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Begroot de kosten in het geheel op 205,79 euro waarvan I. op het cassatieberoep van P L: 153,36 euro verschuldigd en II. op het cassatieberoep van V G F: 52,43 euro verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, en Paul Maffei, en op de openbare terechtzitting van 17 januari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081217.5 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230919.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040512.25 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230321.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div