← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.5 Rolnummer: P.05.1342.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2006-11-21 Raadplegingen: 615 - laatst gezien 2026-07-04 10:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De regel vervat in, onder meer de artikelen 214, 427 tot 429 Wetboek van Strafvordering en 1110 Gerechtelijk Wetboek, krachtens dewelke de rechter die heeft deelgenomen aan een vernietigde beslissing geen zitting kan houden in het gerecht dat, na cassatie, opnieuw uitspraak doet, houdt enkel in dat de rechter die na cassatie uitspraak doet, geen kennis van de zaak mag genomen hebben en niet mag deelgenomen hebben aan het beraad dat tot de vernietigde beslissing heeft geleid; niets belet derhalve de rechter, die, met toepassing van artikel 779, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, aangewezen is om een rechter die deelgenomen heeft aan de vernietigde beslissing bij de uitspraak te vervangen, zonder evenwel bij die gelegenheid zelf van de zaak kennis te hebben genomen, later, na de vernietiging van die beslissing, in de zaak ten gronde te zetelen

(1).
(1)Zie Cass., 8 sept. 1987, AR 1697, nr 13; 19 okt. 1983, AR 3069; 23 okt. 1997, AR D.97.0014.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971023.16, nr 424; 6 okt. 1998, AR P.98.1228.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981006.9, nr 345; 16 juni 1999, AR P.98.0738.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990616.7, nr 326 met concl. advocaat-generaal Spreutels. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Cassatie Rechter op verwijzing Samenstelling van de zetel Rechter die aangewezen werd om een wettig verhinderde rechter te vervangen bij de uitspraak van de vernietigde beslissing Zelfde rechter die na vernietiging van de beslissing als verwijzingsrechter zetelt Wettigheid Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Algemeen Cassatie Rechter op verwijzing Samenstelling van de zetel Rechter die aangewezen werd om een wettig verhinderde rechter te vervangen bij de uitspraak van de vernietigde beslissing Zelfde rechter die na vernietiging van de beslissing als verwijzingsrechter zetelt Wettigheid Fiches 3 - 5 De wetgever heeft de leden van de onderzoeksgerechten in geweten willen laten oordelen over de vraag of het onderzoek al dan niet voldoende bezwaren heeft opgeleverd om hetzij de inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht te verwijzen, hetzij een beslissing tot buitenvervolgingstelling te verantwoorden; geen enkele wettelijke bepaling schrijft voor dat de bezwaren worden gepreciseerd of de redenen worden vermeld waarom die bezwaren ontoereikend worden geacht, zodat, wanneer een conclusie betwist of aanvoert dat er, in feite, voldoende bezwaren bestaan, het onderzoeksgerecht hierop onaantastbaar antwoordt dat dergelijke bezwaren al dan niet bestaan
(1).
(1)Cass., 23 mei 2001, AR P.01.0317.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010523.6, nr 307 met concl. advocaat-generaal Loop; 8 mei 2002, AR P.01.1395.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.23, nr 281; 2 april 2003, AR P.03.0040.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7, nr
  1. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Conclusie Betwisting van het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren Motivering Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Conclusie waarbij het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren wordt betwist Motivering REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Bestaan van voldoende bezwaren Vaststelling Tekst van de beslissing Nr. P.05.1342.N W F, inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel, tegen D N, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 15 september 2005, op verwijzing gewezen ingevolge arrest van het Hof van 14 september
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht . Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd . II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Krachtens het beginsel onder meer in de artikelen 214, 427 tot 429 Wetboek van Strafvordering en 1110 Gerechtelijk Wetboek vervat, kan de rechter die deelgenomen heeft aan een vernietigde beslissing geen zitting houden in het gerecht dat, na cassatie, opnieuw uitspraak doet. Deze regel houdt enkel in dat de rechter die na cassatie uitspraak doet, geen kennis van de zaak mag genomen hebben en niet mag deelgenomen hebben aan het beraad dat tot de vernietigde beslissing heeft geleid. Niets belet derhalve de rechter die met toepassing van artikel 779, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek aangewezen is om een rechter die deelgenomen heeft aan de vernietigde beslissing bij de uitspraak te vervangen, zonder evenwel bij die gelegenheid zelf van de zaak kennisgenomen te hebben, later, na vernietiging van die beslissing, in de zaak ten gronde te zetelen.
  4. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht. Eerste onderdeel van het tweede middel
  5. Eiseres voerde in conclusie aan dat de door het openbaar ministerie gedane persmededelingen over haar zaak, het vermoeden van haar onschuld heeft miskend. Het arrest oordeelt dat uit de door de eiseres aangeklaagde mededelingen niet kan worden afgeleid dat de onderzoeksrechter of de onderzoekers niet onpartijdig zijn geweest of het vermoeden van onschuld hebben miskend en dat die mededelingen het eerlijke karakter van het proces en het recht van verdediging van de eiseres niet in het gedrang hebben gebracht. Aldus beantwoorden de appelrechters het bedoelde verweer zonder dat ze ertoe gehouden waren meer bijzonder te antwoorden op de in het onderdeel aangehaalde argumenten die enkel aangewend werden ter ondersteuning van dit verweer maar afzonderlijk geen verweermiddelen uitmaakten.
  6. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel van het tweede middel
  7. Het arrest oordeelt dat de aangeklaagde persmededelingen geen nadelige invloed hebben op het eerlijke karakter van het proces en op het recht van verdediging van eiseres. Bijgevolg hoefden de appelrechters niet meer te antwoorden op het doelloos geworden verweer met betrekking tot de regelmatigheid van de modaliteiten van de door het openbaar ministerie gedane persmededelingen.
  8. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Derde middel
  9. De eiseres voerde in conclusie aan dat de onmogelijkheid na te gaan of voor de aangeklaagde persmededelingen de voorwaarden van artikel 57 Wetboek van Strafvordering werden nageleefd, een schijn van partijdigheid van de onderzoeksrechter laat blijken zodat de onderzoeksdaden gesteld vanaf de datum van die persmededelingen door nietigheid aangetast zijn. Het arrest oordeelt dat het gerechtelijk onderzoek loyaal en met inachtneming van het recht van verdediging alsook met het oog op een eerlijk proces werd gevoerd en dat uit de aangeklaagde persmededelingen van het openbaar ministerie geen schijn van partijdigheid in hoofde van de onderzoeksrechter kan worden afgeleid. Aldus beantwoordt het arrest het bedoelde verweer zonder dat het meer bijzonder hoefde te antwoorden op de in het middel aangehaalde argumenten die enkel werden aangewend ter ondersteuning van dit verweer maar afzonderlijk geen verweermiddelen uitmaken.
  10. Anders dan het middel aanvoert, laten de redenen van het arrest toe de wettelijkheid van de beslissing na te gaan.
  11. Het middel kan niet aangenomen worden. Vierde middel
  12. Het arrest oordeelt dat het beroepsgeheim niet absoluut is en dat de eiseres als advocaat dit immers niet kan inroepen met betrekking tot een misdrijf waarvan zijzelf verdacht is. Het oordeelt eveneens dat alle onderzochte stukken verband hebben met de ten laste gelegde feiten. Die redenen dragen de beslissing dat er geen nietigheid of onregelmatigheid kan gevonden worden.
  13. Het middel dat opkomt tegen een overtollige reden, is niet ontvankelijk. Vijfde middel
  14. Uit de artikelen 128, 129, 229 en 231 Wetboek van Strafvordering volgt dat de wetgever de leden van de onderzoeksgerechten in geweten heeft willen laten oordelen over de vraag of het onderzoek al dan niet voldoende bezwaren heeft opgeleverd om hetzij de inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht te verwijzen, hetzij een beslissing tot buitenvervolging te verantwoorden.
  15. De artikelen 127, 135 en 223 Wetboek van Strafvordering waarvan de schending in het middel wordt aangevoerd, noch enige andere wetsbepaling schrijven voor dat de bezwaren worden gepreciseerd of de redenen worden vermeld waarom die bezwaren ontoereikend worden geacht. Hieruit volgt dat wanneer een conclusie betwist of aanvoert dat er, in feite, voldoende bezwaren bestaan, het onderzoeksgerecht hierop onaantastbaar antwoordt dat dergelijke bezwaren al dan niet bestaan.
  16. Het arrest oordeelt dat de beroepen beschikking vaststelt dat er ten laste van de eiseres voldoende bezwaren bestaan en dat aldus op voldoende wijze op de conclusie van de eiseres is geantwoord. Hierdoor onderzoekt het arrest of de raadkamer de conclusie van eiseres heeft beantwoord en is de beslissing regelmatig met redenen omkleed.
  17. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  18. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep, Veroordeelt de eiseres in de kosten, Begroot de kosten op 94,74 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, en Paul Maffei, en op de openbare terechtzitting van 17 januari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140402.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971023.16 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981006.9 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990616.7 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010523.6 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.23 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.5 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.6 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.