← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.6 Rolnummer: P.05.1452.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-05-15 Raadplegingen: 432 - laatst gezien 2026-07-04 09:51 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het louter bestaan van twee zaken die ingeleid zijn voor verschillende rechtbanken, of het feit dat in een van deze zaken de vervolgende partij niet wil instemmen met een uitstel, leveren geen bestaand geschil van rechtsmacht op, waardoor de uitoefening van de strafvordering wordt belemmerd

(1).
(1)Zie Cass., 11 juni 1996, AR P.96.0380.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960611.5, nr
  1. Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen vonnisgerechten Vrije woorden: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen vonnisgerechten Twee zaken ingeleid voor verschillende rechtbanken Eén zaak ingeleid door rechtstreekse dagvaarding Tweede zaak ingeleid door dagvaarding na beschikking van verwijziging door de raadkamer Vraag tot uitstel van één zaak vanwege de beklaagde met het oog op de eventuele toepassing van artikel 65, ,§ 2 S.W. Vervolgende partij die weigert in te stemmen met het uitstel Verzoek tot regeling van rechtsgebied Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.05.1452.N R G, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, met als raadsman mr. Jo De Meester, advocaat bij de balie te Antwerpen, ter terechtzitting bijgestaan door mr. Laurent Mortelmans, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF In het verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vraagt eiser de regeling van rechtsgebied . Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. De verzoeker vordert de regeling van rechtsgebied in verband met: de door de minister van Financiën op 29 juni 2005 aan verzoeker en een medebeklaagde betekende rechtstreekse dagvaarding om te verschijnen voor de Correctionele Rechtbank te Dendermonde wegens mededaderschap te Melsele op 10 januari 2004 aan invoer zonder aangifte van goederen onderworpen aan invoerrechten, accijns, bijzondere accijns en BTW, en aan het onregelmatig voorhanden hebben van 35.405.000 stuks sigaretten met een waarde van 531.075 euro, niet voorzien van Belgische fiscale bandjes; de door de procureur des Konings te Antwerpen, na een beschikking tot verwijzing, op 28 september 2005 aan verzoeker en zes medebeklaagden betekende dagvaarding om te verschijnen voor de Correctionele Rechtbank te Antwerpen wegens te Antwerpen, te Schelle of elders in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen en/of bij samenhang te Melsele of elders in het Rijk, tussen 31 augustus 2002 en 3 februari 2004, wat verzoeker betreft: B. tussen 31 augustus 2002 en 3 februari 2004, meermaals wetens en willens deel te hebben genomen aan het nemen van welke beslissing dan ook in het raam van de activiteiten van een criminele organisatie; E. op 10 januari 2004, inbreuk op de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en naburige handel, namelijk bezit of invoer van in het totaal 35.405.000 namaaksigaretten; F. op klacht van de benadeelden, op 10 januari 2004, inbreuk op de wet van 1 april 1879 betreffende de fabrieks- en handelsmerken, namelijk in verband met in het totaal 35.405.000 namaaksigaretten. De verzoeker voert aan dat de minister van Financiën niet akkoord gaat met een uitstel op tegenspraak van de zaak ingeleid voor de Correctionele Rechtbank te Dendermonde "teneinde nadien eventueel toepassing te kunnen vragen van art. 65 ,§ 2 Sw. nadat de zaak ten gronde is behandeld voor de Correctionele rechtbank te Antwerpen". Het louter bestaan van twee zaken die ingeleid zijn voor verschillende rechtbanken, of het feit dat in een van deze zaken de vervolgende partij niet wil instemmen met een uitstel, leveren geen bestaand geschil van rechtsmacht op. Het verzoek tot regeling van rechtsgebied is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Wijst het verzoek af. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, en Paul Maffei, en op de openbare terechtzitting van 17 januari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960611.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.