id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060123.3 Rolnummer: S.05.0053.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2006-05-15 Raadplegingen: 516 - laatst gezien 2026-07-04 06:28 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Nieuw en derhalve niet ontvankelijk is het niet voor de feitenrechter aangevoerd middel dat de vordering verjaard is op grond van artikel 15 Arbeidsovereenkomstenwet. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Nieuw middel Vrije woorden: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Nieuw middel Verjaring Arbeidsovereenkomst Fiche 2 Het middel van verjaring kan niet ambtshalve door de rechters worden toegepast behoudens in de materies die de openbare orde aanbelangen
(1).
(1)Cass., 25 sept. 1970, A.C. 1970, p. 78 met conclusie Eerste Adv.-Gen. P. Mahaux; 10 sept. 1984, AR 4246, A.C. 1984-85, nr
- Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Middel Geen ambtshalve toepassing Uitzondering Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.2223 Fiche 3 De rechter die een rechtspersoon die in vereffening is gesteld veroordeelt tot betaling van bepaalde geldsommen wanneer de partijen het erover eens zijn dat, staande de vereffening, de vereffenaar dient veroordeeld te worden om die geldsommen op te nemen in het passief van de vereffening, kent niet meer toe dan gevraagd en miskent evenmin het beschikkingsbeginsel. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Vrije woorden: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Vereffening Vereffenaar Akkoord van partijen Opname sommen in passief Rechter Veroordeling tot betaling van geldsommen Tekst van de beslissing Nr. S.05.0053.N HET CENTRUM, vereniging zonder winstoogmerk, in vereffening, met zetel te 9160 Lokeren, Kerkstraat 2-5, vertegenwoordigd door haar vereffenaar, de heer C. August, wonende te 9160 Lokeren, Rozenstraat 155, eiseres, toegelaten tot het voordeel van de kosteloze rechtspleging bij beslissing van het bureau voor rechtsbijstand van het Hof van 28 april 2004, nr. G.05.0083.N, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen P.M., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 14 januari 2005 gewezen door het Arbeidshof te Gent. Eiseres voert in haar verzoekschrift drie middelen aan. Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen - Artikel 15 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest "Zegt voor recht dat de vordering is ingesteld tegen (eiseres). Trekt de zaak tot zich in overeenstemming met artikel 1068, eerste lid, Ger. W. Verklaart de vordering in volgende mate gegrond. Veroordeelt (eiseres) tot het betalen aan (verweerder) van 8.5452,18 euro (achtduizend vierhonderd tweeënvijftig euro en achttien cent) als opzegvergoeding, vermeerderd met wettelijke intrest vanaf de datum van opeisbaarheid tot en met 4 oktober 2001, en met gerechtelijke intrest vanaf 5 oktober
- Veroordeelt (eiseres) tot het betalen aan (verweerder) van 11.484,71 euro (elfduizend vierhonderd vierentachtig euro en eenenzeventig cent) als achterstallig loon, vermeerderd met wettelijke intrest vaan de data van opeisbaarheid tot en met 4 oktober 2001, en met gerechtelijke intrest vanaf 5 oktober
- Verwijst (eiseres) overeenkomstig artikel 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep. Bepaalt de te vereffenen gerechtskosten als volgt (...)". Grieven Blijkens de inleidende dagvaarding van 5 oktober 2001 vorderde verweerder achterstallig loon over de periode van januari 1996 tot en met december 2000 ten bedrage van 11.484,71 euro. Krachtens artikel 15, eerste lid van de Arbeidsovereenkomstenwet verjaren de rechtsvorderingen die ut de overeenkomst ontstaan één jaar na het eindigen van deze overeenkomst of vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan, zonder dat deze termijn één jaar na het eindigen van deze overeenkomst mag overschrijden. Aldus is het gevorderde achterstallig loon dat betrekking heeft op de periode die de vijf jaar vóór het inleiden van de rechtsvordering op 5 oktober 2001 voorafgaat verjaard, hetzij het achterstallig gevorderd loon met betrekking tot de maanden januari 1996 tot en met september
- Hieruit volgt dat het bestreden arrest, door eiseres te veroordelen tot het betalen van 11.484,71 euro als achterstallig loon zoals gevorderd over de periode van januari 1996 tot en met december 2000, eiseres onwettig veroordeelt voor achterstallig loon waarvan de verjaring was ingetreden per 5 oktober 1996 (Schending van artikel 15 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten). Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen - Artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest "Zegt voor recht dat de vordering is ingesteld tegen (eiseres). Trekt de zaak tot zich in overeenstemming met artikel 1068, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Verklaart de vordering in volgende mate gegrond. Veroordeelt (eiseres) tot het betalen aan (verweerder) van 8.5452,18 euro (achtduizend vierhonderd tweeënvijftig euro en achttien cent) als opzegvergoeding, vermeerderd met wettelijke intrest vanaf de datum van opeisbaarheid tot en met 4 oktober 2001, en met gerechtelijke intrest vanaf 5 oktober
- Veroordeelt (eiseres) tot het betalen aan (verweerder) van 11.484,71 euro (elfduizend vierhonderd vierentachtig euro en eenenzeventig cent) als achterstallig loon, vermeerderd met wettelijke intrest vaan de data van opeisbaarheid tot en met 4 oktober 2001, en met gerechtelijke intrest vanaf 5 oktober
- Verwijst (eiseres) overeenkomstig artikel 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep. Bepaalt de te vereffenen gerechtskosten als volgt (...)". Grieven Eiseres wierp in besluiten neergelegd ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Dendermonde op 22 mei 2002, op p. 3 als verweer op: "Volledigheidshalve merkt (eiseres) op dat (verweerder) ook in natura werd vergoed doordat zij voor zichzelf en haar huisgenoten een woning ter beschikking had omvattende: - op gelijkvloers: living, ingerichte keuken, toilet en bergplaats op de verdieping: 3 slaapkamers en een ingerichte badkamer. In haar loonsberekeningen houdt (verweerster) met dit voordeel in natura geen enkele rekening". Eiseres heeft dit verweer uitdrukkelijk hernomen voor het arbeidshof in haar verzoekschrift tot hoger beroep op p.2 en in haar antwoordbesluiten neergelegd ter griffie van het Arbeidshof te Gent op 30 september 2004 op p.
- Hieruit volgt dat het bestreden arrest, dat met geen enkel motief op dit verweer heeft geantwoord, niet naar genoegen van recht gemotiveerd is (schending van artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet). Derde middel Geschonden wettelijke bepalingen - Het algemeen rechtsbeginsel houdende het beschikkingsbeginsel; - Artikel 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest "Zegt voor recht dat de vordering is ingesteld tegen (eiseres). Trekt de zaak tot zich in overeenstemming met artikel 1068, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek Verklaart de vordering in volgende mate gegrond. Veroordeelt (eiseres) tot het betalen aan (verweerder) van 8.5452,18 euro (achtduizend vierhonderd tweeënvijftig euro en achttien cent) als opzegvergoeding, vermeerderd met wettelijke intrest vanaf de datum van opeisbaarheid tot en met 4 oktober 2001, en met gerechtelijke intrest vanaf 5 oktober
- Veroordeelt (eiseres) tot het betalen aan (verweerder) van 11.484,71 euro (elfduizend vierhonderd vierentachtig euro en eenenzeventig cent) als achterstallig loon, vermeerderd met wettelijke intrest vaan de data van opeisbaarheid tot en met 4 oktober 2001, en met gerechtelijke intrest vanaf 5 oktober
- Verwijst (eiseres) overeenkomstig artikel 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep. Bepaalt de te vereffenen gerechtskosten als volgt (...)", na vastgesteld te hebben op p. 3 in het midden: "Ingeval de vereffening nog niet mocht afgesloten zijn, vraagt (verweerder) dat voor recht zou gezegd worden dat de Heer C., in zijn hoedanigheid van vereffenaar van (eiseres), in het passief van de vereffening een bedrag van 8.452,15 euro moet opnemen als aanvullende opzegvergoeding en 11.484, 71 euro als achterstallig loon, vermeerderd met intrest. Mocht de vereffening afgesloten zijn, dan vraagt zij de veroordeling van de heer C. tot het betalen van de voornoemde bedragen". op grond van de motieven op p. 4 onderaan: "Het is ook voldoende duidelijk dat vereffening thans nog niet werd gesloten. De rechter heeft ook geen uitstaans met de wijze waarop de vereffeningswerkzaamheden tot dusver verliep. Elke onderzoeksmaatregel terzake is overbodig". Grieven Eiseres wierp in tweede besluiten, neergelegd ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Dendermonde op 30 september 2002, op p. 3 als verweer op: "Indien de vordering van (verweerder) gegrond is kan (eiseres) enkel veroordeeld worden om de vordering op te nemen in het passief van de vereffening". Eiseres heeft dit verweer uitdrukkelijk hernomen voor het arbeidshof in haar verzoekschrift tot hoger beroep op p.2 en haar antwoordbesluiten neergelegd ter griffie van het Arbeidshof te Gent op 30 september 2004 op p. 1 . Verweerder vorderde in het dispositief van zijn synthesebesluiten, gedateerd op 26 oktober 2004 op p.7 in overeenstemming daarmee: "Dienvolgens, in het geval de vereffening nog niet afgesloten is, te horen zeggen voor recht dat de (vereffenaar), in zijn hoedanigheid van vereffenaar van (eiseres), de hierna begrote vordering van (verweerder) dient op te nemen in het passief van de vereffening: - 8.452,18 euro uit hoofde van aanvullende opzeggingsvergoeding; - 11.484,71 euro bruto, als zijnde achterstallig loon; - de verwijsintresten in toepassing van artikel 10 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon en de gerechtelijke interesten vanaf 5 oktober 2001". De appelrechters stellen vast op p. 4 "dat de vereffening thans nog niet werd gesloten". Krachtens het algemeen rechtsbeginsel houdende het beschikkingbeginsel en artikel 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek kan de rechter niet meer toekennen dan gevraagd werd. Hieruit volgt dat het bestreden arrest, door eiseres te veroordelen tot het betalen aan verweerder van "8.5452,18 euro (achtduizend vierhonderd tweeënvijftig euro en achttien cent) als opzegvergoeding (...)" en "11.484,71 euro (elfduizend vierhonderd vierentachtig euro en eenenzeventig cent) als achterstallig loon", ultra petita eiseres veroordeelt tot de niet door verweerder gevorderde betaling, dewelke daarentegen in geval dat de vereffening nog niet gesloten was enkel verzocht de opname te horen uitspreken door de vereffenaar in het passief van de hoger aangehaalde bedragen en geen veroordeling van eiseres (schending van het algemeen rechtsbeginsel houdende het beschikkingsbeginsel en artikel 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Ingevolge artikel 2223 van het Burgerlijk Wetboek mag de rechter het middel van verjaring niet ambtshalve toepassen. Een dergelijk middel kan derhalve, behoudens in materies die de openbare orde betreffen, niet voor het eerst in cassatie worden aangevoerd.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat eiseres voor de feitenrechter heeft aangevoerd dat de vordering tot betaling van het achterstallige loon met betrekking tot de maanden januari 1996 tot september 1996 verjaard is overeenkomstig artikel 15 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
- Het middel is nieuw en derhalve niet ontvankelijk. Tweede middel
- Eiseres heeft het bedoelde verweer enkel "volledigheidshalve" gevoerd zonder hieruit enig rechtsgevolg af te leiden. De appelrechters dienden niet te antwoorden op dergelijk verweer.
- Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- De rechter die een rechtspersoon die in vereffening is gesteld veroordeelt tot betaling van bepaalde geldsommen wanneer de partijen het erover eens zijn dat, staande de vereffening, de vereffenaar dient veroordeeld te worden om die geldsommen op te nemen in het passief van de vereffening, kent niet meer toe dan gevraagd en miskent evenmin het beschikkingsbeginsel.
- Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois, Ghislain Londers en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van drieëntwintig januari tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060123.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230113.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div