← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3 Rolnummer: P.05.1125.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2006-12-18 Raadplegingen: 693 - laatst gezien 2026-07-04 11:04 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die de rechtspleging regelen, aangezien hun beslissingen geen vonnissen zijn in de zin van dat artikel

(1).
(1)Cass., 26 maart 2003, AR P.03.0136.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030326.20, nr 206; 2 april 2003, AR P.03.0040.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7, nr 221. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Redengeving Artikel 149, Gw.
(1994)Toepasselijkheid Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Vrije woorden: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Toepasselijkheid Fiches 3 - 4 Tegenstrijdigheid van motieven is enkel mogelijk tussen de motieven van éénzelfde beslissing; er kan bijgevolg geen juridisch sanctioneerbaar motiveringsgebrek op grond van tegenstrijdigheid van motieven bestaan tussen een beslissing alvorens recht te doen en een eindbeslissing. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Tegenstrijdige motieven REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Beslissing alvorens recht te doen Eindbeslissing Tegenstrijdige motieven Fiches 5 - 7 Geen enkele wettelijke bepaling verplicht de onderzoeksgerechten om de bezwaren te vermelden of de redenen op te geven waarom die onvoldoende worden geacht, zodat, wanneer een conclusie het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren aanvoert of betwist, het onderzoeksgerecht daarop antwoordt door de onaantastbare vaststelling dat die bezwaren al dan niet bestaan
(1).
(1)Cass., 23 mei 2001, AR P.01.0317.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010523.6, nr 307 met concl. advocaat-generaal Loop; 8 mei 2002, AR P.01.1395.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.23, nr 281; 2 april 2003, AR P.03.0040.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7, nr 221; 17 jan. 2006, P.05.1342.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.5, nr ... Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Conclusie Betwisting van het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren Motivering Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Conclusie waarbij het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren wordt betwist Motivering REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Bestaan van voldoende bezwaren Vaststelling Tekst van de beslissing Nr. P.05.1125.N M R, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Norbert Verbeke, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2060 Antwerpen, Nachtegaalstraat 47, alwaar eiser woonplaats kiest, tegen V C M, inverdenkinggestelde, verweerster, met als raadsman mr. Lieve Roels, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 februari 2005 en 27 juni
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die de rechtspleging regelen. Hun beslissingen zijn immers geen vonnissen in de zin van dat artikel.
  3. In zoverre het middel de schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht. Eerste onderdeel van het eerste middel
  4. Het onderdeel voert aan dat de redenen van het arrest alvorens recht te doen van 14 februari 2005 tegenstrijdig zijn met die van het eindarrest van 27 juni
  5. Tegenstrijdigheid van motieven is enkel mogelijk tussen de motieven van eenzelfde beslissing. Er kan dan ook geen juridisch sanctioneerbaar motiveringsgebrek op grond van tegenstrijdigheid van motieven bestaan tussen een beslissing alvorens recht te doen en een eindbeslissing.
  6. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede en derde onderdeel van het eerste middel
  7. Uit de artikelen 128, 129, 130, 229 en 231 Wetboek van Strafvordering volgt dat de wetgever zich op de onderzoeksgerechten heeft verlaten teneinde te oordelen of er al dan niet voldoende bezwaren bestaan, die door het onderzoek zijn verkregen, om hetzij de verwijzing van de inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht, hetzij een beslissing van buitenvervolgingstelling te verantwoorden.
  8. Geen enkele wettelijke bepaling verplicht de onderzoeksgerechten om de bezwaren te vermelden of de redenen op te geven waarom die onvoldoende worden geacht. Wanneer een conclusie het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren aanvoert of betwist, beantwoordt het onderzoeksgerecht dit verweer door zijn onaantastbare vaststelling dat die bezwaren al dan niet bestaan.
  9. De onderdelen falen naar recht. Tweede middel
  10. In strijd met wat het middel aanvoert, stellen de appelrechters eiser in het ongelijk. Overeenkomstig artikel 162 Wetboek van Strafvordering veroordelen ze hem dan ook terecht tot de gerechtskosten van beide instanties.
  11. Het middel dat berust op een verkeerde lezing, mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing in overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 36,66 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 24 januari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121113.1 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121204.4 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140402.2 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251022.2F.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010523.6 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.23 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030326.20 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.5 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.6 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090331.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.