id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060126.8 Rolnummer: C.05.0219.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2006-05-17 Raadplegingen: 302 - laatst gezien 2026-07-03 09:30 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Als een privé-mededeling van een muziekstuk waartegen de auteur zich niet kan verzetten geldt de kosteloze mededeling die plaatsvindt in besloten kring ten overstaan van personen tussen wie een familiale band bestaat, daaronder begrepen een beperkte groep van personen tussen wie een dermate nauwe band bestaat dat hij kan worden gelijkgesteld met een familiale band
(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie en de erin aangehaalde verwijzingen. Thesaurus CAS: AUTEURSRECHT Vrije woorden: AUTEURSRECHT Muziekwerk Privé Mededeling Familiekring Wettelijke bepalingen: Wet - 30-06-1994 - Art.22,§1,3° Fiche 2 Concl. adv.-gen. m.o. CORNELIS, Cass., 26 jan. 2006, AR C.05.0219.N, A.C. 2006, nr ... Thesaurus CAS: AUTEURSRECHT Vrije woorden: AUTEURSRECHT Muziekwerk Privé Mededeling Familiekring Nota: C.05.0219.N Advocaat-generaal met opdracht P. Cornelis heeft in substantie gezegd:
- De vordering van eiseres tegen verweerster vóór de vrederechter betreft de betaling van een bedrag van 651,12 EUR vermeerderd met de vergoedende interesten voor rechten op grond van de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Een agent van eiseres had op 26 maart 2003 vastgesteld dat een radio, in de garagewerkplaats van verweerster, zeer luid speelde, toen 4 werknemers en een verkoper aanwezig waren. Het bestreden vonnis stelt vast dat verweerster een reeks foto's overlegde van haar bedrijfsgebouwen waaruit blijkt dat in het werkatelier een oud radiotoestel staat en dat op de toegangsdeur tot dit atelier een betredingsverbodteken staat voor onbevoegden.
- Eiseres roept in haar enig middel de schending in van art. 1, ,§1, eerste en vierde lid en 22, ,§ 1, enig lid, 3°, van de wet van 30 juni 1994, betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Volgens deze laatste wetsbepaling kan, wanneer een werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, een auteur zich niet verzetten tegen de kosteloze privé-mededeling in familiekring. De wet van 1994 heeft aan het vroegere concept van privé-uitvoering in de auteurswet van 1886, dat gelijk moet worden gesteld met dit van privé-mededeling in de huidige wet, het begrip "familiekring" toegevoegd. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet blijkt dat een amendement dat ertoe strekte het begrip familiekring uit te breiden tot scholen, v.z.w.'s (voor de leden), tehuizen en instellingen voor gehandicapten verworpen werd op grond van een commentaar van de deskundigen van de commissie voor justitie, volgens welke de strikte interpretatie van deze uitzondering moest gehandhaafd blijven.
- Sommige auteurs, zoals Janssens
(1), Gotzen
(2), Strowel en Triaille
(3), leiden uit de nieuwe formulering van de wettekst en uit de verwerping van het amendement af dat enkel de mededeling in eigen familiekring uitgezonderd was en niet meer, zoals vroeger, de uitvoering voor besloten gezelschappen. Er bestaat geen eensgezindheid in de doctrine over de perken binnen dewelke het begrip familiekring geïnterpreteerd moet worden. Volgens Gotzen
(4)kan de mededeling aan een publiek toegelaten worden, "dat door quasi-familiale banden verbonden is". Strowel en Ide
(5)stellen dat de familiekring andere personen dan familie kan omvatten. Volgens deze auteurs behoren de schoonfamilie en personen die dichtbij een of meerdere familieleden staan ook tot de "familiale sfeer". Vanhees
(6)beschouwt als de familiekring de "bijeenkomst van personen tussen wie geen bloed- of aanverwantschap bestaat, maar tussen wie een band bestaat die, door het absoluut gesloten karakter dat hun bijeenkomst kenmerkt, kan worden gelijkgesteld met een familiale band". Wat de mededeling betreft in het kader van een onderneming sluit hij niet uit dat wanneer het om een kleine onderneming gaat met een beperkt aantal werknemers, sprake kan zijn van een intieme band van familiale of sociale aard zodat de uitzondering van art. 22, ,§ 1, 3°, toegepast kan worden. Michaux
(7), in een studie gewijd aan de verspreiding van werken en prestaties binnen het bedrijf besluit dat de uitzending van muziek binnen de bedrijven een publieke mededeling uitmaakt. Zulke uitzending wordt aan het exclusieve recht van de producer onderworpen in alle gevallen waar de uitzending gebeurt in een plaats die niet voor eenieder toegankelijk is. Dit is voor hem klaarblijkelijk het geval voor bedrijfsrestaurants, werkhuizen, montagelijnen enz. 4. Uw rechtspraak houdt rekening met de vaststellingen van de feitenrechter: In uw arrest van 8 oktober 1999
(8)hebt U beslist dat de bodemrechter niet wettig kon beslissen dat de mededeling niet publiek was uit de omstandigheid dat een voetbalspeler zijn verjaarsdag vierde, dat hij 35 personen uit twee voetbalploegen had verenigd en dat het niet bewezen was dat vreemde personen aanwezig waren. In uw arrest van 18 februari 2000
(9)hebt U aanvaard dat volstaat om te beslissen dat een uitvoering een privé-karakter heeft, de overweging dat de uitvoering plaats vond voor een beperkte kring van bewoners van een bejaardentehuis die er "in familie" wonen en tussen wie nauwe, nagenoeg familiale contacten heersen. Volgens Uw arrest van 21 november 2003
(10)kon niet op grond van de vaststellingen wettig beslist worden dat er geen publieke mededeling was bij een personeelsfeestje voor 23 arbeiders met echtgenoten en kinderen. Het blijkt uit Uw rechtspraak dat de uitzondering van art. 22, ,§ 1, 3° op een beperkte wijze geïnterpreteerd moet worden, maar dat het begrip familiekring niet letterlijk moet opgevat worden. Uit de vaststellingen van de feitenrechter kan blijken dat een mededeling in omstandigheden kan gebeuren waar persoonlijke contacten tussen de aanwezige personen bestaan die gelijk kunnen worden gesteld met degenen die in een familiale omgeving kunnen heersen.
- De vrederechter heeft geoordeeld dat het begrip familiekring inhoudt dat het moet gaan om personen tussen wie een band van familiale of 'sociale' aard bestaat die gelijkgesteld kan worden met de familieband. Hij heeft verder vastgesteld dat de radiomuziek werd ten gehore gebracht in een afgesloten werkatelier dat enkel toegankelijk is voor het personeel van verweerster, zijnde vier arbeiders en één verkoper en dat deze vijf mensen dagelijks in elkaars aanwezigheid vertoeven en er derhalve tussen hen een "private en intieme band" bestaat. Hij heeft, mijns inziens, zo wettig kunnen beslissen dat slechts sprake kan zijn van een private opvoering waarvoor geen rechten verschuldigd zijn.
- Ik concludeer tot de verwerping. ___________________________
(1)M.-C. JANSSENS, "De betekenis van de auteursrechtelijke exploitatierechten", in, M.-C. JANSSEN (ed.), Intellectuele rechten in de informatiemaatschappij, Brussel, Bruylant, 1998,
(39)76.
(2)F. GOTZEN, "Overzicht van rechtspraak, Auteurs- en modellenrecht. 1990-2004", T.P.R. 2004,
(1439)pp. 1474-1477, nrs. 74-79.
(3)A. STROWEL en J.-P. TRIAILLE, Le droit d 'auteur, du logiciel au multimédia. Droit belge, droit européen, droit comparé, Brussel, Bruylant, 1997, p. 36-37, nr. 43.
(4)F. GOTZEN, " Overzicht van rechtspraak ", T.P.R. 2004, nr. 76.
(5)A. STROWEL en N. IDE, "Entre communication au public et privée: une frontière instable?", A&M 1998,
(224)227-228.
(6)H. VANHEES, "Het publiek mededelingsrecht van een auteur: het doek is nog steeds niet gevallen", R.W. 1999-2000,
(1401)1403; H. VANHEES, "Nogmaals het publiek mededelingsrecht van een auteur", noot onder Cass. 18 februari 2000, R.W. 2000-2001, 909.
(7)B. MICHAUX, "La diffusion d'oeuvres et de prestations au sein de l'entreprise", A&M 2003,
(245)252, nr. 15.
(8)Cass. 8 oktober 1999, AR C.98.0078.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991008.6, nr 519.
(9)Cass. 18 februari 2000, AR C.98.0517.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000218.9, nr 135.
(10)Cass. 21 november 2003, AR C.02.0347.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031121.6, nr.
- Annotaties Publicaties: D.C.C.R. - Philippe LAURENT; Olivier SASSERATH; Droit d'auteur: l'expression de communication privé revisité. - 2006, 31-50 AM. - H. VANHEES; Het "publieke" karakter van een mededeling opnieuw het voorwerp van rechtspraak van het Hof van cassatie. - nr 2, 182-185 R.W. - J. DEENE; De odyssee van de privé-mededeling doorheen het auteursrecht. - 2006-2007, 512-518 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0219.N BELGISCHE VERENIGING VAN AUTEURS, COMPONISTEN EN UITGEVERS SABAM, burgerlijke coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 1040 Brussel, Aarlenstraat 75-77, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen BRITISCH CAR CENTER, naamloze vennootschap, met zetel te 2800 Mechelen, Antwerpsesteenweg 277, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 24 november 2004 in laatste aanleg gewezen door de Vrederechter van het kanton Mechelen. De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL Geschonden wettelijke bepalingen de artikelen 1, ,§1, eerste en vierde lid, en 22, ,§1, enig lid, 3°, van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Aangevochten beslissingen De Vrederechter van het kanton Mechelen verklaart in het thans bestreden vonnis van 24 november 2004 eiseres' vordering ontvankelijk, doch ongegrond en veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding. Bovendien verklaart de vrederechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling. De vrederechter grondt deze beslissing op de volgende motieven (vonnis pp. 2-3): "
- Vooreerst bewijst (eiseres) niet dat de radiomuziek geproduceerd werd in een voor het publiek toegankelijke plaats of op een plaats waar het publiek de radiomuziek kon beluisteren. Het gaat om een afgesloten werkatelier enkel toegankelijk voor het personeel van (verweerster) (4 arbeiders en 1 verkoper). De aanwezigheid van publiek of de hoorbaarheid voor publiek bv. in de showroom is door de beëdigde agent van (eiseres) niet vastgesteld zelfs niet de mogelijkheid daartoe.
- Volgens de criteria door (eiseres) zelf aangehaald kan de uitzondering van art. 22, ,§1-3°, Auteurs(wet) ten deze in concreto wel degelijk toegepast worden omdat: a) de mededeling kosteloos en privé is. b) de verduidelijking van het begrip familiekring inhoudt dat het moet gaan om personen tussen wie een band van familiale of 'sociale' aard bestaat die gelijkgesteld kan worden met de familieband. c) dat dit niet het geval is in scholen, ziekenhuizen, rusthuizen en een fuif van een vereniging is begrijpelijk, enerzijds omwille van het aantal personen en anderzijds de meer losse en toevallige samenhang van de daar aanwezige personen. Anders ligt het zoals ten deze waar in een afgesloten ruimte 5 mensen werken dag in dag uit die elkaars aanwezigheid niet kunnen ontlopen. Tussen deze beperkte werknemers in de afgesloten ruimte van de werkplaats bestaat derhalve een dermate private en intieme band dat slechts sprake kan zijn van een private opvoering waarvoor geen rechten verschuldigd zijn". Grieven Overeenkomstig artikel 1, ,§1, eerste en vierde lid, van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (hierna Auteurswet) heeft alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht om het werk op welke wijze of in welke vorm ook te reproduceren of te laten reproduceren en om het werk volgens ongeacht welk procédé aan het publiek mede te delen. Artikel 22, ,§1, enig lid, 3°, van de Auteurswet luidt: "Wanneer het werk op geoorloofde wijze is openbaar gemaakt, kan de auteur zich niet verzetten tegen de kosteloze privé-mededeling in familiekring". De uitzondering van voormeld artikel 22, ,§1, enig lid, 3°, geldt slechts indien drie cumulatieve voorwaarden verenigd zijn:
(1)de mededeling moet kosteloos zijn,
(2)het moet gaan om een privé-mededeling en
(3)ze moet plaatshebben in familiekring. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet volgt dat de in laatstgenoemde bepaling omschreven voorwaarden beperkend moet worden uitgelegd. De nieuwe Auteurswet voegde de voorwaarde "in familiekring" toe. De bedoeling van de wetgever was de uitzondering van artikel 22, ,§1, enig lid, 3°, van de Auteurswet strikter te maken. Dit blijkt eveneens uit de verwerping door de Commissie voor Justitie van de Kamer van een amendement dat er toe strekte om scholen, bedrijven, ziekenhuizen, tehuizen en VZW's gelijk te stellen met de familiekring (Amendement Stengers in Verslag De Clerck, Gedr. St. Kamer 1991-92, nr. 473/5, p. 6 en nr. 473/33, 192 en 195; Vr. en Antw. Kamer 1995-96, 5 april 1996, 5901 (Vr. nr. 221 Eeman)). Mede gelet op de parlementaire werkzaamheden van de Auteurswet, dient de uitzondering die in artikel 22, ,§1, 3°, van de Auteurswet is omschreven, op beperkende wijze te worden uitgelegd, zoals door eiseres in haar conclusies aangevoerd (conclusies p. 3, zesde alinea, en p. 4, bovenaan). Daarenboven voerde eiseres aan dat onder het begrip "familiekring", naast personen die een bloed- of aanverwantschapsband met elkaar hebben, weliswaar de personen moeten worden begrepen tussen wie een band van familiale of sociale aard bestaat die gelijkgesteld kan worden met de familieband, maar dat van dergelijke band in bedrijven, scholen of ziekenhuizen nooit sprake kan zijn (conclusies p. 4, zesde en zevende alinea). In het thans bestreden vonnis stelde de vrederechter
(1)dat de radiomuziek werd geproduceerd in een werkatelier dat toegankelijk was voor de personeelsleden van verweerster,
(2)dat de verduidelijking van het begrip "familiekring" inhoudt dat het moet gaan om personen tussen wie een band van familiale of sociale aard bestaat, die gelijkgesteld kan worden met de familieband en
(3)dat er tussen verweersters werknemers op de werkplaats binnen haar onderneming een dermate private en intieme band bestaat die met een familieband gelijk kan worden gesteld, zodat er sprake is van een private opvoering waardoor er geen rechten verschuldigd zijn (vonnis p. 2, onderaan en p. 3, bovenaan). Waar de feitenrechter soeverein de feiten vaststelt op grond waarvan hij besluit tot het al dan niet bestaan van een familiekring, behoort het evenwel aan het Hof toezicht uit te oefenen op de naleving van het wettelijk begrip "familiekring" in de zin van artikel 22, ,§1, enig lid, 3°, van de Auteurswet en kan dienvolgens de beslissing waarin de rechter besluit tot het bestaan van een "familiekring" op grond van feiten die daarmee onbestaanbaar zijn, vernietigd worden. Op grond van de hiervoren aangehaalde overwegingen kon de vrederechter niet naar recht beslissen dat de mededeling door verweerster van werken uit het repertorium van eiseres plaatshad in familiekring, zodat geen rechten verschuldigd waren (schending van de artikelen 1, ,§1, eerste en vierde lid en 22, ,§1, enig lid, 3°, van de Auteurswet van 30 juni 1994). BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ingevolge artikel 1, ,§1, van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, heeft alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht om het op welke wijze of in welke vorm ook te reproduceren of te laten reproduceren en om het werk ongeacht welk procédé aan het publiek mede te delen. Artikel 22, ,§1, 3°, van die wet bepaalt dat, wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, de auteur zich niet kan verzetten tegen de kosteloze privé-mededeling in familiekring. Uit de tekst van die met elkaar in verband gebrachte bepalingen en uit de parlementaire voorbereiding van de wet volgt dat de mededeling een publiek karakter heeft, zodra ze niet valt onder de uitzondering, die in het bovenaangehaalde artikel 22 op beperkende wijze is omschreven. Hieruit volgt dat als een privé-mededeling waartegen de auteur zich niet kan verzetten, de kosteloze mededeling geldt die plaatsvindt in besloten kring ten overstaan van personen tussen wie een familiale band bestaat, daaronder begrepen een beperkte groep van personen tussen wie een dermate nauwe band bestaat dat hij kan worden gelijkgesteld met een familiale band. Het bestreden vonnis overweegt dat de verduidelijking van het begrip familiekring inhoudt dat het moet gaan om personen tussen wie een band van familiale of "sociale" aard bestaat die gelijkgesteld kan worden met de familieband en stelt vast dat: de radiomuziek ten gehore werd gebracht in een afgesloten werkatelier dat enkel toegankelijk is voor het personeel van verweerster, zijnde vier arbeiders en één verkoper; deze vijf mensen dagelijks in elkaars aanwezigheid vertoeven en er derhalve tussen hen een "private en intieme band" bestaat. Het bestreden vonnis oordeelt zodoende wettig dat de uitvoering van muziekwerken in casu geen openbaar karakter had. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 491,87 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Ghislain Londers, Eric Dirix en Dirk Debruyne, en in openbare terechtzitting van 26 januari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060126.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991008.6 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000218.9 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031121.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div