id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060202.3 Rolnummer: C.04.0495.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2006-06-01 Raadplegingen: 607 - laatst gezien 2026-07-04 07:18 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De vrederechter is enkel bevoegd om tot ontzegeling over te gaan in de gevallen dat hij bevoegd is om tot verzegeling over te gaan. Thesaurus CAS: VREDERECHTER Vrije woorden: VREDERECHTER Bevoegdheid Ontzegeling Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.597,1148, Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) Vrije woorden: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) Vrederechter Ontzegeling Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.597,1148, Fiche 3 Artikel 159 van de Grondwet dringt zich enkel op aan de rechter die rechtsmacht heeft of bevoegd is om kennis te nemen van het bij hem aanhangig gemaakte geschil. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 159 Vrije woorden: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 159 Fiche 4 Er is geen rechtsweigering als de rechter beslist dat hij geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van het bij hem aanhangig gemaakte geschil. Thesaurus CAS: RECHTSWEIGERING Vrije woorden: RECHTSWEIGERING Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.5 Tekst van de beslissing Nr. C.04.0495.N FRATEUR, naamloze vennootschap, met zetel te 2850 Boom, Jan-Baptist Corremansstraat 68, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE BOOM, met kantoren in het Gemeentehuis te 2850 Boom, Antwerpsestraat 44,
- BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE BOOM, in zijn hoedanigheid van orgaan van deze gemeente, die vertegenwoordigd wordt door het college van burgemeester en schepenen, met kantoren in het Gemeentehuis te 2850 Boom, Antwerpsestraat 44, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking, op 25 maart 2003 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen. De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 159 van de gecoördineerde Grondwet; - artikel 40 van de gecoördineerde Grondwet; - schending van het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten; - artikel 5 van het Gerechtelijk Wetboek; - de artikelen 563, 565, 566, 568, 584 en 1070 van het Gerechtelijk Wetboek; - de artikelen 1151 en 1167 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het vonnis dat het hoger beroep toelaatbaar doch ongegrond verklaart en de beslissing a quo bevestigt in de mate deze geoordeeld had dat de vrederechter onbevoegd was om van de zaak kennis te nemen op grond o.m. van de volgende overwegingen: "De doelstellingen van het oorspronkelijk verzoek tot ontzegeling evenals de feiten die hieraan ten grondslag liggen, alsmede het standpunt van (eiseres), zijn uiteengezet in de bestreden beschikking. De rechtbank verwijst ernaar. De eerste rechter heeft, om oordeelkundige redenen die in hoger beroep niet weerlegd worden en die de rechtbank tot de hare maakt, geoordeeld dat de vordering van (eiseres) ontvankelijk was doch dat hij onbevoegd was tot het verwijderen van de door hem niet gelegde zegels en dat de kosten ten laste waren van (eiseres). De rechtbank benadrukt en voegt enkel nog toe wat volgt. Om voor te houden dat de eerste rechter bevoegd was om de ontzegeling te bevelen, verwijst (eiseres) vooreerst ten onrechte naar de artikelen in het Gerechtelijk Wetboek die handelen over de bevoegdheid van de vrederechter in het algemeen en over de procedure tot verzegeling en ontzegeling. Artikel 1167 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt wie de ontzegeling kan vorderen. Dat zijn diegenen die aanspraak maken op een recht in het gemeenschappelijk vermogen, in de nalatenschap of de onverdeeldheid, diegenen die de zegels hebben doen leggen of de schuldeisers die een uitvoerbare titel bezitten of wier titel door de vrederechter wordt erkend. (Eiseres) toont niet aan dat zij optreedt met een hoedanigheid zoals hiervoor omschreven of dat zij een dergelijk belang heeft. Verder blijkt uit de overgelegde stukken dat de burgemeester van de gemeente Boom op 21 oktober 1999 gehandeld heeft als een administratieve overheid toen hij ambtshalve besliste te verzegelen. Er is in deze derhalve geen sprake van de procedure van verzegeling en ontzegeling zoals geregeld in het Gerechtelijk Wetboek. (Eiseres) had zich op de geëigende administratiefrechtelijke manier tegen deze beslissing dienen te voorzien. De eerste rechter was in casu derhalve alleszins onbevoegd om van de vordering van (eiseres) kennis te nemen. Het hoger beroep dient ongegrond te worden verkaard en de bestreden beschikking dient derhalve bevestigd". Grieven Eerste onderdeel Overeenkomstig de artikelen 1167 en 1168 van het Gerechtelijk Wetboek, is de vrederechter bevoegd om de ontzegeling te bevelen. Het bestreden vonnis oordeelt dat de vrederechter zich terecht onbevoegd verklaarde. Nochtans viseert artikel 1151 van het Gerechtelijk Wetboek eveneens de zegellegging die ambtshalve op verzoek van onder meer de burgemeester geschiedt. De vrederechter, daarin bevestigd door het bestreden vonnis, kon zich dan ook niet onbevoegd verklaren (schending van de artikelen 1151, 1167 en 1168 van het Gerechtelijk Wetboek). Tweede onderdeel Indien de vrederechter, gelet op zijn toegewezen bevoegdheden, terecht zou hebben geoordeeld onbevoegd te zijn en de vordering bijgevolg voor de rechtbank van eerste aanleg had moeten gebracht worden, dan had de rechtbank van eerste aanleg, ingevolge artikel 1070 van het Gerechtelijk Wetboek, over de zaak zelf moeten beslissen. De rechtbank van eerste aanleg heeft immers, ingevolge de artikelen 563, 565, 566, 568 en 584 van het Gerechtelijk Wetboek, de volheid van bevoegdheid. Het bestreden vonnis kon bijgevolg niet oordelen zonder al deze bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek te schenden oordelen dat de vrederechter niet bevoegd was. Derde onderdeel Indien het correct is dat het Decreet van de Vlaamse regering van 28 juni 1985 in hoofdstuk VII een aantal toezicht- en dwangmaatregelen uitvaardigt waaronder de mogelijkheid voor de burgemeester om op te treden en het besluit van de Vlaamse executieve van 6 februari 1991 (VLAREM I) soortgelijke dwangmaatregelen voorziet en met de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Vlaamse regering, dan sluit een en ander niet uit dat een partij evenzeer de rechtbanken kan adiëren om de dwangmaatregelen te bestrijden. Artikel 159 van de gecoördineerde Grondwet bepaalt dat de hoven en rechtbanken moeten weigeren besluiten en verordeningen toe te passen indien zij niet met de wetten overeenstemmen. Daaruit vloeit de bevoegdheid en de plicht voort voor de rechter om administratieve rechtshandelingen op hun wettigheid te toetsen. Elk met eigenlijke rechtspraak belast orgaan heeft de macht en de plicht, naar luid van artikel 159 van de Grondwet, de wettigheid te toetsen van de besluiten die hij toepast en derhalve te onderzoeken of de overheden hun bevoegdheid niet hebben overschreden. Artikel 159 van de gecoördineerde Grondwet maakt geen onderscheid tussen de erin bedoelde besluiten. Deze bepaling is toepasselijk, zelfs op de niet verordenende beslissingen van het bestuur en op de administratieve handelingen, ook al zijn ze van individuele aard. De hoven en rechtbanken hebben bijgevolg rechtsmacht om uitspraak te doen over maatregelen genomen door de burgemeester, weze deze van administratieve aard. Artikel 159 van het Gerechtelijk Wetboek kan ingeroepen worden bij wijze van hoofdvordering, exceptie of verweer. Het bestreden vonnis kon dan ook niet, zonder artikel 159 van de gecoördineerde Grondwet te schenden, met de eerste rechter aannemen dat hij onbevoegd was tot het verwijderen van door hem niet gelegde zegels en dat eiseres zich op de geëigende administratiefrechtelijke manier tegen de beslissing had dienen te voorzien (schending van artikel 159 van de Grondwet). Vierde onderdeel Het is de hoven en de rechtbanken verboden te weigeren recht te spreken. Artikel 40 van de gecoördineerde Grondwet kent een deel van de staatsmacht exclusief toe aan de hoven en rechtbanken. Zij oefenen deze bevoegdheid onafhankelijk van de andere staatsmachten uit. Het is bijgevolg uitgesloten dat een andere staatsmacht deze noodzakelijke staatsfunctie in de plaats van de rechter zou uitoefenen, moest deze laatste aan zijn grondwettelijke taak verzaken. De weigering van een rechter om recht te spreken brengt met andere woorden de scheiding der machten, evenals het grondwettelijk evenwicht in het gedrang. Het principe van de scheiding der machten wordt door het Hof van Cassatie erkend als een algemeen rechtsbeginsel. Rechtsweigering bestaat wanneer de rechter weigert recht te spreken onder enig voorwendsel, zelfs van het stilzwijgen, de duisterheid of de onvolledigheid van de Wet, aldus artikel 5 van het Gerechtelijk Wetboek. Er is geen enkele bepaling die de zegellegging buiten de sfeer van de rechter zou brengen. Indien het juist is dat de bepalingen in verband met ontzegeling in het Gerechtelijk Wetboek (de artikelen 1167 t.e.m. 1173 Ger. W., nl. afdeling III van hoofdstuk I van boek IV, Bijzondere rechtsplegingen) geen uitdrukkelijke verwijzing inhouden naar de zegellegging door de burgemeester, dan sluit dit nog niet uit dat de rechter recht moet spreken, zelfs wanneer de wet het stilzwijgen zou bewaren, duister zou zijn of onvolledig. Het bestreden vonnis dat met de vrederechter oordeelt niet bevoegd te zijn om kennis te nemen van het verzet, schendt dan ook artikel 40 van de gecoördineerde Grondwet en artikel 5 van het Gerechtelijk Wetboek en het ermee verbandhoudende algemeen rechtsbeginsel der scheiding der machten. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Overeenkomstig artikel 597 van het Gerechtelijk Wetboek, is de vrederechter bevoegd inzake verzegeling. Overeenkomstig artikel 1167 van hetzelfde wetboek, kan de ontzegeling aan de vrederechter gevraagd worden.
- Uit de samenhang van die wettelijke bepalingen volgt dat wanneer de vrederechter tot verzegeling overgaat in de gevallen bepaald in de artikelen 1148 en 1151 van het Gerechtelijk Wetboek, de vrederechter bevoegd is om tot de ontzegeling over te gaan.
- De bestreden beschikking stelt vast, met verwijzing naar de beroepen beschikking, dat de zegels werden gelegd door de burgemeester van de gemeente Boom op grond van artikel 65, ,§1, van het Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van het Vlaamse reglement betreffende de milieuvergunning.
- Het onderdeel dat er van uitgaat dat ook in dergelijke omstandigheden de vrederechter bevoegd is om tot de ontzegeling over te gaan, kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- De appelrechters oordelen dat toen de burgemeester op 21 oktober 1999 ambtshalve besliste om tot verzegeling over te gaan, hij gehandeld heeft als een administratieve overheid, dat er derhalve geen sprake is van een procedure tot verzegeling en ontzegeling zoals geregeld in het Gerechtelijk Wetboek en dat "(eiseres) zich op de geëigende administratiefrechtelijke manier tegen deze beslissing (had) dienen te voorzien".
- Aldus geven de appelrechters aan dat het geschil onttrokken is aan de Rechterlijke Macht en dat derhalve noch de vrederechter, noch de rechtbank van eerste aanleg ter zake rechtsmacht heeft.
- Het onderdeel gaat er van uit dat de appelrechters oordelen dat de ontzegeling niet tot de materiële bevoegdheid van de vrederechter behoort, en dat het geschil niet onttrokken is aan de Rechterlijke Macht.
- Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- Krachtens artikel 159 van de Grondwet, passen de hoven en rechtbanken de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zover zij met de wetten overeenstemmen. Deze wettelijke bepaling dringt zich enkel op aan de rechter die rechtsmacht heeft of bevoegd is om kennis te nemen van het bij hem aanhangig gemaakte geschil.
- De appelrechters laten hun beslissing steunen op de in het eerste en het tweede onderdeel tevergeefs bekritiseerde reden dat eiseres zich op de geëigende administratiefrechtelijke manier had dienen te voorzien tegen de beslissing van verweerder om tot verzegeling over te gaan.
- De appelrechters die aldus vaststellen dat noch de vrederechter, noch de rechtbank van eerste aanleg rechtsmacht heeft om van het geschil kennis te nemen, dienden aldus artikel 159 van de Grondwet niet toe te passen.
- Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Vierde onderdeel
- Artikel 5 van het Gerechtelijk Wetboek, bepaalt dat rechtsweigering bestaat wanneer de rechter weigert recht te spreken onder enig voorwendsel, zelfs van het stilzwijgen, de duisterheid of de onvolledigheid van de wet.
- Er is geen rechtsweigering als de rechter beslist dat hij geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van het bij hem aanhangig gemaakte geschil.
- Het onderdeel faalt in zoverre naar recht.
- Het onderdeel gaat er verder van uit dat er geen wettelijke bepaling is die de zegellegging "buiten de sfeer" van de rechter zou brengen.
- Het arrest oordeelt dat de ontzegeling van de op verzoek van de burgemeester gedane zegellegging, zich situeert op het publiekrechtelijk vlak en het onderdeel geeft niet aan waarom dit onjuist zou zijn.
- Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 492, 64 euro jegens de eisende partij en op de som van 237,65 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Greta Bourgeois, Jean-Pierre Frère en Ghislain Londers, en in openbare terechtzitting van 2 februari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060202.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130222.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250512.3F.6 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251208.3F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div