Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN Vrije woorden: HUUR VAN DIENSTEN Aannemer Verplichtingen Wettelijke bepalingen:
Fiche 3 De uitvoeringsagent die door een contractant in zijn plaats wordt gesteld om het contract geheel of gedeeltelijk uit te voeren mag ten aanzien van de uitvoering van het contract en ten overstaan van de medecontractant van de opdrachtgever niet als een derde in de contractuele verhouding worden beschouwd. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Vrije woorden: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Uitvoeringsagent Verhouding tot de medecontractant Wettelijke bepalingen:
C.04.0527.N D.W. eiser, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Berderodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen V.W. verweerder, vertegenwoordigd door mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 2800 Mechelen, Battelsesteenweg 95, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 12 mei 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1101, 1134, 1135, 1142, 1143, 1144, 1145, 1147, 1148, 1149, 1150, 1151, 1382, 1383, 1779, 1787, 1789, 1797 en 1799 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen De appelrechter verklaart het hoger beroep van verweerder, dat ertoe strekt om bij hervorming van het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen van 5 april 2000 zijn oorspronkelijke vordering tegen eiser gegrond te horen verklaren en eiser dientengevolge te horen veroordelen tot betaling van de som van 19.010,88 euro als schadevergoeding, meer de vergoedende interesten vanaf 19 februari 1998 en meer de gerechtelijke interesten vanaf 5 januari 1999, gegrond op basis van de volgende overwegingen: "Aangenomen blijft dus, zoals reeds gesteld in het tussenarrest van 18 december 2002, dat (eiser) dient te worden beschouwd als een uitvoeringsagent van Flam Discount. (Eiser) sluit zich verder aan bij het oordeel van het hof, zoals gesteld in voormeld tussenarrest, dat hij in casu buitencontractueel aansprakelijk kan gesteld worden onder de voorwaarden van het 'Stuwadoorsarrest', met name dat hij aansprakelijk kan gesteld worden wanneer hij een fout heeft begaan die een tekortkoming uitmaakt van een algemene zorgvuldigheidsplicht en dat deze fout andere dan aan de slechte uitvoering van het contract te wijten schade heeft veroorzaakt. Volgens (eiser) is dit niet het geval. Volgens hem is de fout die hem wordt verweten van puur contractuele aard, met name een fout ter gelegenheid van de plaatsing van de verwarmingsketel en is de vordering, nu deze gesteund is op een inbreuk op artikel 1382 e.v. B.W., ongegrond, zoals de eerste rechter beoordeelde. Zoals reeds aangehaald, blijkt uit het deskundigenverslag dat de aan (eiser) ten laste gelegde fout bestaat in het feit dat hij de ketel niet geplaatst heeft op een brandvrije sokkel. Welnu, deze fout maakt wel degelijk een tekortkoming uit op de algemene voorzichtigheidsplicht en deze fout heeft overigens een andere dan aan de slechte uitvoering van het contract te wijten schade veroorzaakt. Volgens de offerte van Flam Discount diende (eiser) een K.V.B.G.-gekeurde verwarmingsketel te plaatsen van het merk Vaillant type VK 25, zijnde een gietijzeren hoogrendementsketel met atmosferische gasbrander uit inox, werkend met piëzo-ontsteking en thermo-elektrische waakvlambeveiliging. De ketel diende tevens te worden voorzien van een ingebouwd regelbord met de nodige beveiligingen en te worden geleverd met ingebouwde circulatiepomp met instelbaar debiet. Uit het deskundigenverslag in voorlezing blijft dat de circulatiepomp, die normaal een geheel vormt met de geleverde gasketel, uitgenomen werd en opnieuw gemonteerd werd in de aanvoerleiding naar de warmwaterboiler. De deskundige stelt in dit verband op bladzijde 9 van zijn verslag in voorlezing dat de geplaatste ketel K.V.B.G.-gekeurd is en dat derhalve hieraan geen veiligheidstoestellen mogen worden gewijzigd of uitgebouwd. Door de 3-toerenpomp te hebben uitgebouwd en het pompdraaisysteem te hebben uitgeschakeld, heeft (eiser) volgens de deskundige de normale fabriekswaarborg van de constructeur weggenomen. Waar het uitbouwen van de ingebouwde circulatie- of 3-toerenpomp niet contractueel werd voorzien, beging (eiser) een contractuele fout door dit toch niet te doen. Evenwel blijkt uit het deskundigenverslag dat de loutere afwezigheid van het pompdraaisysteem en van een Thermische Terugslag Beveiliging niet volstond om een brand teweeg te brengen en werd dit als oorzaak van de brand door de deskundige in zijn eindverslag uitgesloten. De brand in kwestie is volgens de deskundige - het weze herhaald - enkel veroorzaakt doordat de ketel niet geplaatst werd op een geïsoleerde sokkel. Zoals reeds aangehaald, was het plaatsen van een dergelijke sokkel niet voorzien in de overeenkomst van (verweerder) met Flam Discount. Door in de woning van (verweerder) een verwarmingsketel zonder brandvrije sokkel rechtstreeks te plaatsen op een houten lattenvloer, heeft (eiser) zijn verplichtingen uit overeenkomst met de BVBA Flam Discount niet miskend (aangezien dit in de overeenkomst met Flam Discount niet was voorzien), doch heeft (eiser) jegens (verweerder) wél zijn algemene zorgvuldigheidsplicht verzuimd, zoals (verweerder) terecht stelt. Uit het deskundigenverslag op bladzijde 5 blijkt dat de ketel in kwestie door (eiser) geplaatst is op de houten vloer van de zolderverdieping van (verweerder), mits tussenplaatsing van een houten plaat van circa 1,5 cm dikte, die werd bedekt met een gestabiliseerde vinyl vloerbedekking. De aanwezigheid van een compacte vinylbekleding onder de ketel was volgens de gerechtsdeskundige echter niet voldoende om brand te voorkomen. Nazicht van de brandattesten van de compacte vinyl vloerbedekking toonde aan dat deze geklasseerd zijn onder klasse A2 materialen die matig bijdragen tot vlamoverslag doch deze klasse 2 enkel toepasselijk is indien het vinyl gekleefd of bevestigd is op een ondergrond van beton of dergelijk onbrandbaar materiaal. Indien dit geplaatst werd op een ondergrond dewelke brandbaar is, heeft dit geen klasse A meer (bladzijde 4 en 5 eindverslag deskundige). Volgens de deskundige diende (eiser) als vakman te weten dat hij de ketel in kwestie op een brandvrije sokkel diende te plaatsen. Hij diende met andere woorden te weten dat, door dit niet te doen, hij een gevaarlijke toestand creëerde voor het doen ontstaan van brand in de woning van (verweerder), wat overigens ook twee jaar later gebeurde. Indien volgens zijn gezegde, (eiser) navraag heeft gedaan bij zijn opdrachtgever, Flam Discount voor een geventileerde sokkel en deze geantwoord zou hebben, dat dit niet voorzien was in de offerte, had hij aldus de gerechtsdeskundige - als installateur en vakman de ketel niet mogen monteren. Door dit wél te doen, minstens door (verweerder) als gebruiker van het pand niet te hebben gewezen op de brandonveilige toestand op de zolderverdieping, heeft (eiser) dan ook een fout begaan - fout welke duidelijk los staat van het contract tussen (verweerder) met Flam Discount, aangezien hierin de plaatsing van een brandvrije sokkel niet was voorzien. Het feit dat de brandverzekeraar van (verweerder) van oordeel was dat dit een contractueel geschil tussen haar verzekerde (verweerder) en Flam Discount betreft (cf. schrijven Argenta van 2 mei 2000 - stuk 18 bundel (verweerder), ontneemt aan (verweerder) niet het recht om een ander standpunt in te nemen en vergoeding te vorderen van (eiser) voor zijn schade op grond van artikel 1382 e.v. B.W. (Eiser) beging een fout bij de rechtstreekse plaatsing van de ketel in kwestie op de houten vloer en handelde aldus niet zoals van een gemiddeld normaal voorzichtig installateur van centrale verwarming mag verwacht worden. Met andere woorden is de brand in kwestie veroorzaakt door een fout, andere dan aan de slechte uitvoering van het contract te wijten. Het verloop van twee jaar tijd tussen de plaatsing van de ketel en het ontstaan van de brand is volgens de gerechtsdeskundige perfect verklaarbaar en is niet van aard om het oorzakelijk verband tussen de afwezigheid van een brandvrije sokkel en het ontstaan van de brand te doorbreken. Daar de brand zich bevond onder de ketel, was het smeulen insgelijks voorheen niet zichtbaar en heeft dit lang geduurd vooraleer het uitgebroken is. Als erkend installateur centrale verwarming wist of moest (eiser) weten dat de stralingswarmte onder het branderbed van de Vaillant ketel type VK 25 in normale omstandigheden kan oplopen tot 17é C en neemt het hout de vorm aan van pyrolyse t.t.z. een scheikundige werking en afbraak, ontleding door blootstelling aan grote hitte en begint langzaam te smeulen of branden zonder vlam met als gevolg een brandlucht en nadien bij voortzetting van de blootstelling aan de grote hitte een werkelijke brand (bladzijde 10 deskundigenverslag in voorlezing). Door de ketel te plaatsen rechtstreeks op de houten vloer van de zolder, heeft (eiser) dan ook een buitencontractuele fout begaan in de zin van artikel 1382 e.v. B.W., zodat hij gehouden is tot vergoeding van de door (verweerder) geleden schade". Grieven De uitvoeringsagent die door een contractant in zijn plaats wordt gesteld om het contract geheel of gedeeltelijk uit te voeren is ten aanzien van de uitvoering van het contract en ten overstaan van de medecontractant van de opdrachtgever geen derde. Hij kan enkel extra-contractueel aansprakelijk worden gesteld indien de hem verweten fout de schending uitmaakt, niet van de contractueel aangegane verbintenis doch van algemene zorgvuldigheidsplicht die voor eenieder geldt en indien die fout een andere dan uit louter uit de gebrekkige uitvoering van het contract ontstane schade heeft veroorzaakt. Luidens artikel 1135 van het Burgerlijk Wetboek verbinden overeenkomsten niet alleen tot hetgeen daarin uitdrukkelijk bepaald is, maar ook tot alle gevolgen die door de billijkheid, het gebruik of de wet aan de verbintenis, volgens de aard ervan, worden toegekend. Daaruit volgt dat de aannemer niet enkel gehouden is tot hetgeen uitdrukkelijk in de overeenkomst met de opdrachtgever is bedongen, maar ook tot de uitvoering van de opdracht volgens de regels van de kunst. Na te hebben vastgesteld dat eiser dient te worden beschouwd worden als de uitvoeringsagent van de medecontractant van verweerder, met name Flam Discount en hij aldus volgens de offerte een K.V.B.G.-gekeurde verwarmingsketel diende te plaatsen, beslist de appelrechter dat eiser blijkens de vaststellingen van de deskundige een fout heeft begaan welke bestaat uit het rechtstreeks plaatsen van de ketel op de houten vloer van de zolder in plaats van op een brandvrije sokkel en dat eiser minstens verweerder had moeten wijzen op de brandonveilige toestand op de zolderverdieping. Met deze vaststellingen en overwegingen oordeelt de appelrechter in wezen dat eiser, als vakman, de hem toevertrouwde opdracht niet overeenkomstig de regels van de kunst heeft uitgevoerd. Uit deze overwegingen kon de appèlrechter derhalve niet naar recht afleiden dat de fout van eiser los staat van het contract tussen verweerder en Flam Discount op grond van de enkele vaststelling dat de plaatsing van een brandvrije sokkel niet uitdrukkelijk in de overeenkomst was voorzien. Door op deze enkele grond te oordelen dat eiser een fout heeft begaan die een tekortkoming op de algemene voorzichtigheidsplicht uitmaakt en eiser op extra-contractuele grondslag jegens verweerder tot schadeloosstelling te veroordelen, schendt het arrest derhalve de artikelen 1134 en 1135 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke bepalingen betreffende de contractuele aansprakelijkheid (schending van de artikelen 1101, 1134, 1142 tot 1145, 1147 tot 1151 van het Burgerlijk Wetboek), inzonderheid in zoverre zij toepassing vinden op aannemers jegens hun opdrachtgevers (schending van de artikelen 1779, 1787, 1789, 1797 en 1799 van het Burgerlijk Wetboek) en de wettelijke bepalingen betreffende buitencontractuele aansprakelijkheid (schending van de artikelen 1382 en 1383 van hetzelfde wetboek). Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994; - de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen De appelrechter verklaart het hoger beroep van verweerder, dat ertoe strekt om bij hervorming van het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen van 5 april 2000 zijn oorspronkelijke vordering tegen eiser gegrond te horen verklaren en eiser dienvolgens te horen veroordelen tot betaling van 19.010,88 euro als schadevergoeding, meer de vergoedende interesten vanaf 19 februari 1998 en de gerechtelijke interesten vanaf 5 januari 1999, gegrond op basis van de volgende overwegingen: "(Verweerder) kan in het kader van artikel 1382 e.v. B.W. aanspraak maken op integrale vergoeding van het geheel van zijn schade. (Verweerder) vordert een vergoeding van 11.930,60 euro, zijnde het bedrag, zoals begroot door de deskundige in zijn eindverslag (6.860 euro + 3.000 euro), verhoogd met de BTW. De schadebegroting door de gerechtsdeskundige wordt ten onrechte betwist door (eiser). De argumenten die (eiser) thans aanvoert zijn dezelfde als de opmerkingen die hij ten aanzien van de deskundige heeft gemaakt op diens verslag in voorlezing en waarop de deskundige op gemotiveerde en correcte wijze heeft geantwoord in zijn eindverslag op bladzijde 2, 3 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.