id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art.2
Thesaurus CAS: BEROEPSVERENIGINGEN Vrije woorden: BEROEPSVERENIGINGEN Orde der apothekers Wettelijke bepalingen:
Art.2
Fiche 6 De overheid heeft aan de Orde der apothekers bepaalde taken opgedragen, inzonderheid toe te zien op het eerbiedigen van de deontologie en de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van zijn leden; de Orde streeft hierbij geen economisch doel na maar vervult die wettelijke taak waarvoor zij overigens van die overheid een regulerende bevoegdheid heeft gekregen; dit belet evenwel niet dat zij een ondernemingsvereniging is, in de zin van artikel 2, ,§ 1, van de Mededingingswet, waarvan de besluiten, in de mate zij ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt aangetast, door de tuchtorganen van de Orde getoetst moeten worden aan de eisen van die wet
(1).
(1)Cass., 7 mei 1999, AR D.98.0013.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990507.10, nr 270; met concl. O.M.; Cass., 3 jan. 2002, AR D.00.0024.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020103.4, nr 6; zie Cass., 2 mei 2002, AR D.01.0011.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020502.8, nr 267 (arts). Thesaurus CAS: APOTHEKER Vrije woorden: APOTHEKER Orde der apothekers Opdracht Doel Gevolg Mededingingswet Wettelijke bepalingen:
Art.15
,§1 Fiche 7 Een besluit van een orgaan van de Orde der apothekers dat aan één of meer van zijn leden beperkingen oplegt in de mededinging die niet vereist zijn om de fundamentele regels van het beroep te handhaven en dat in werkelijkheid ertoe strekt bepaalde materiële belangen van apothekers te begunstigen of een economisch stelsel te installeren of in stand te houden, kan een besluit zijn van een ondernemingsvereniging, waarvan de nietigheid van rechtswege kan worden vastgesteld door de raad van beroep
(1).
(1)Cass., 7 mei 1999, AR D.98.0013.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990507.10, nr 270; met concl. O.M.; Cass., 3 jan. 2002, AR D.00.0024.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020103.4, nr 6; zie Cass., 2 mei 2002, AR D.01.0011.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020502.8, nr 267 (arts). Thesaurus CAS: APOTHEKER Vrije woorden: APOTHEKER Orde der apothekers Organen Besluiten Raad van beroep Beslissing Aard Gevolg Mededingingswet Fiche 8 De beslissing die een tuchtstraf grondt op de niet-naleving, door een apotheker, van de wachtdienstregeling in zoverre zij een algemene sluitingsdag oplegt, zonder aan te geven hoe in concreto de continuïteit van de dienstverlening met betrekking tot de toediening van de gezondheidszorgen daardoor bedreigd wordt, is niet naar recht verantwoord
(1).
(1)Zie Cass., 3 jan. 2002, AR D.00.0024.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020103.4, nr 6 (vakantieregeling); zie Cass., 2 mei 2002, AR D.01.0011.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020502.8, nr 267 (arts, reclame). Thesaurus CAS: APOTHEKER Vrije woorden: APOTHEKER Wachtdienstregeling Sluitingsuren Niet-naleving Tuchtstraf Verantwoording Tekst van de beslissing Nr. D.04.0020.N L.A. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN APOTHEKERS, met zetel te 1060 Brussel, Henri Jasparlaan 94,
- B.W.,
- A.J., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 21 oktober 2004 gewezen door de Nederlandstalige raad van beroep van de Orde der apothekers. De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1 en 2, ,§1 en ,§2, van de Wet van 5 augustus 1991 op de bescherming van de economische mededinging, zowel in de versie vóór als na de coördinatie bij K.B. van 1 juli
- Aangevochten beslissingen De bestreden beslissing verklaart de telastlegging, met name de eer en de waardigheid van het beroep in opspraak te hebben gebracht door het niet naleven van de plaatselijke wachtbeurtregeling, bewezen en legt op die grondslag aan eiseres de tuchtstraf van berisping op, op grond van de volgende motivering: "Aan (eiseres) wordt verweten dat zij haar officina heeft opengehouden op zaterdagnamiddag, zijnde de algemene sluitingsdag zoals bepaald door de plaatselijke apothekersbond, de Kempense Apothekersvereniging. De omstandigheid dat (eiseres) geen lid is van de Kempense Apothekersvereniging, maar van de Koninklijke Apothekersvereniging van Antwerpen, heeft geen invloed op de afdwingbaarheid van de regeling: (eiseres) heeft immers haar officina in het werkingsgebied van de Kempense Apothekersvereniging en de beslissing van deze vereniging werd haar op regelmatige wijze ter kennis gebracht. Het vastleggen van de openings- en sluitingsuren en het opstellen van een wachtdienstregeling vormen een ondeelbaar geheel van maatregelen welke uitsluitend zijn ingegeven door de bekommernis van de continuïteit van de dienstverlening - d.i. de correcte terhandstelling van geneesmiddelen - te waarborgen; dit dient de volksgezondheid en strekt niet tot de begunstiging van de materiële belangen van bepaalde apothekers of tot de installatie of het instandhouden van één of ander economisch stelsel. De regeling is derhalve niet in strijd met art. 2 van de Mededingingswet. Door haar officina systematisch open te houden buiten de normale openingsuren heeft (eiseres) de goede werking van de dienst in het gedrang gebracht en daardoor gehandeld in strijd met de eer en de waardigheid van het beroep. Het opleggen van een tuchtstraf is dan ook gepast. (Eiseres) wijst erop dat verschillende geneesheren uit de streek nog consultaties houden op zaterdagvoormiddag en dat zij haar zouden gevraagd hebben om de officina open te houden op zaterdagvoormiddag teneinde hun patiënten in staat te stelle zich de voorgeschreven geneesmiddelen aan te schaffen zonder zich te moeten begeven bij de apotheker met wachtdienst; zij wijst ook op haar straffeloos disciplinair verleden en op het feit dat officina's met wachtdienst soms op grote afstand gelegen zijn. Deze gegevens kunnen de begane inbreuk niet rechtvaardigen omdat (eiseres) haar officina "systematisch" elke zaterdagnamiddag openhoudt en niet enkel wanneer dit wegens enige bijzonder reden noodzakelijk zou zijn. Deze omstandigheden kunnen wel in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de strafmaat. Een berisping komt te deze meer gepast voor". Grieven Krachtens artikel 1 van de Wet van 5 augustus 1991 dienen voor de toepassing van de wet als ondernemingen te worden verstaan alle natuurlijke of rechtspersonen die op duurzame wijze een economisch doel nastreven. Krachtens artikel 2 van diezelfde wet zijn verboden alle besluiten van ondernemingsverenigingen welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Belgische markt of op een wezenlijk deel ervan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Apothekers, ook al zijn zij geen kooplieden in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel en ook al hebben zij een maatschappelijke functie, oefenen een activiteit uit die gericht is op de uitwisseling van goederen of diensten. Dat zij op duurzame wijze een economisch doel nastreven en aldus in de regel ondernemingen zijn in de zin van artikel 1 van de Mededingingswet. De Orde der apothekers is een beroepsvereniging waarbij alle beroepsbeoefenaars wettelijk moeten aansluiten. De overheid heeft aan de Orde bepaalde taken opgedragen inzonderheid toe te zien op het eerbiedigen van de deontologie en de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van zijn leden. De Orde streeft hierbij geen economisch doel na maar vervult een wettelijke taak waarvoor zij overigens een regulerende bevoegdheid heeft gekregen van de overheid. Dit belet evenwel niet dat zij een ondernemingsvereniging is in de zin van artikel 2, ,§1, van de Mededingingswet waarvan de besluiten, in de mate zij ertoe strekken of tengevolge hebben dat de mededinging wordt aangetast, door de tuchtorganen van de Orde moeten getoetst worden aan de eisen van de Mededingingswet. Een besluit van een orgaan van de Orde dat aan één of meer van zijn leden beperkingen oplegt in de mededinging die niet vereist zijn om de fundamentele regels van het beroep te handhaven maar dat in werkelijkheid ertoe strekt bepaalde materiële belangen van de apothekers te begunstigen of een economisch stelstel te installeren of in stand te houden kan een besluit zijn van een ondernemingsvereniging waarvan de nietigheid van rechtswege kan worden vastgesteld door de raad van beroep. Een wachtdienstregeling waarvan de vakantieregeling deel uitmaakt kan nuttig of nodig zijn om een regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen te waarborgen. Dergelijke regeling moet evenwel beantwoorden aan de eisen van een vrije mededinging en kan inzonderheid in stand blijven als zij beantwoordt aan de dringende eisen van de regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen. Dat hieruit voortvloeit dat de raad van beroep telkens moet nagaan of de wachtbeurtregeling waarvan de niet naleving de grondslag vormt voor de tuchtrechtelijke vervolging, beantwoordt aan de dringende eisen van de regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen. Te dezen voorzag de wachtbeurtregeling waarvan de miskenning werd aangevoerd niet enkel in een wachtbeurtregeling op zich, maar legde zij ook de openings- en sluitingsuren vast voor alle apothekers van de streek. Een wachtbeurtregeling beantwoordt evenwel enkel maar aan de dringende eisen van de regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen in zoverre zij voorschrijft dat men op bepaalde dagen en uren van wacht is, dit wil zeggen in zoverre zij de continuïteit van de regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen waarborgt, te weten het verstrekken van geneesmiddelen. In die zin kan als een deontologische tekortkoming worden beschouwd het niet openhouden van de officina tijdens de uren dat men van wacht is. Beantwoordt daarentegen niet aan de dringende eisen van de regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen het verbod om buiten de vastgelegde openingsuren zijn officina open te houden, zoals in casu het verbod om de officina open te houden op zaterdagnamiddag. Dergelijke opgelegde sluitingsverplichting op zaterdagnamiddag beperkt de mededinging en de vrijheid van onderneming zonder dat dit nuttig of nodig is om een regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen te waarborgen en behelst derhalve een mededingingsbeperking die er louter toe strekt de materiële belangen van bepaalde apothekers te begunstigen of een economisch stelsel te installeren of in stand te houden, en is mitsdien strijdig met de artikelen 1 en 2 van de Mededingingswet. Te dezen maakte eiseres enkel gebruik van haar recht om haar beroep op vrije wijze uit te oefenen door haar officina te sluiten op woensdagnamiddag doch open te houden op zaterdagnamiddag van 13.30 uur tot 17.00 uur en dit op verzoek van de geneesheren uit haar béurt die dan consultatie houden en voorschriften afleveren. Deze vaststelling klemt des te meer nu commerciële winkels in de regel zaterdagnamiddag open zijn. Door te oordelen dat het vastleggen van de openings- en sluitingsuren en het daaruitvloeiende verbod om zijn officina open te houden zaterdagnamiddag wanneer men niet van wacht is, niet in strijd is met artikel 2 van de Mededingingswet en op grond daarvan te beslissen dat eiseres, door haar officina systematisch open te houden buiten de normale openingsuren, gehandeld heeft in strijd met de eer en de waardigheid van het beroep en door haar op grond daarvan een tuchtstraf op te leggen, schendt de Raad van Beroep de in het middel aangeduide wetsbepalingen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1 van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 1 juli 1999, hierna Mededingingswet, dienen voor de toepassing van de wet als ondernemingen te worden verstaan alle natuurlijke of rechtspersonen die op duurzame wijze een economisch doel nastreven. Krachtens artikel 2, ,§1, van die wet, zijn alle besluiten van ondernemingsverenigingen verboden welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Belgische betrokken markt of op een wezenlijk deel ervan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst.
- Apothekers, ook al zijn zij geen kooplieden in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel en ook al hebben zij een maatschappelijke functie, oefenen een activiteit uit die gericht is op de uitwisseling van goederen of diensten. Zij streven op duurzame wijze een economisch doel na en zijn aldus in de regel ondernemingen in de zin van artikel 1 van de Mededingingswet.
- De Orde der apothekers is een beroepsvereniging waarbij alle beroepsbeoefenaars wettelijk moeten aansluiten. De overheid heeft aan de Orde bepaalde taken opgedragen, inzonderheid toe te zien op het eerbiedigen van de deontologie en op de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van haar leden. De Orde streeft hierbij geen economisch doel na maar vervult een wettelijke taak waarvoor zij overigens een regulerende bevoegdheid heeft gekregen van de overheid. Dit belet evenwel niet dat zij een ondernemingsvereniging is in de zin van artikel 2, ,§1, van de Mededingingswet waarvan de besluiten, in de mate zij ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt aangetast, door de tuchtorganen van de Orde getoetst moeten worden aan de eisen van de Mededingingswet.
- Een besluit van een orgaan van de Orde van apothekers dat aan een of meer van haar leden beperkingen oplegt in de mededinging die niet vereist zijn om de fundamentele regels van het beroep te handhaven maar dat in werkelijkheid ertoe strekt bepaalde materiële belangen van apothekers te begunstigen of een economisch stelsel te installeren of in stand te houden, kan een besluit van een ondernemingsvereniging zijn, waarvan de nietigheid van rechtswege kan worden vastgesteld door de raad van beroep.
- Een wachtdienstregeling, waarvan de openings- en sluitingsdagen en uren deel uitmaken, kan nuttig of nodig zijn om een regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen te waarborgen. Die regeling moet aan de eisen van een vrije mededinging beantwoorden en kan inzonderheid in stand blijven als zij beantwoordt aan de dringende eisen van de regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen. De raad van beroep moet aldus nagaan of de wachtdienstregeling waarvan de niet- naleving de grondslag vormt voor de tuchtregelijke vervolging, beantwoordt aan de dringende eisen van de regelmatige en normale toediening van de gezondheidszorgen.
- De bestreden beslissing stelt vast dat aan eiseres wordt verweten dat zij haar officina open heeft gehouden op zaterdagnamiddag, zijnde de algemene sluitingsdag, zoals bepaald door de plaatselijke apothekersbond, de Kempische Apothekersvereniging.
- De bestreden beslissing oordeelt dat het vastleggen van de openings- en sluitingsuren en het opstellen van een wachtdienstregeling een ondeelbaar geheel van maatregelen vormt welk uitsluitend zijn ingegeven door de bekommernis de continuïteit van de dienstverlening, dit is de correcte terhandstelling van geneesmiddelen, te waarborgen.
- De wachtdienstregeling van de Kempische Apothekersvereniging ontneemt aan de apothekers de vrijheid om ruimere uren op zaterdag open te zijn. De bestreden beslissing geeft evenwel niet aan hoe in concreto eiseres door het openhouden op zaterdagnamiddag van haar officina de continuïteit van de dienstverlening met betrekking tot de toediening van de gezondheidszorgen, bedreigt.
- Door te oordelen dat de voornoemde regeling van de Kempische Apothekersvereniging niet in strijd is met artikel 2 van de Mededingingswet en dat eiseres door haar officina systhematisch open te houden buiten de normale openingsuren de goede werking van de dienst in het gedrang heeft gebracht en daardoor heeft gehandeld in strijd met de eer en de waardigheid van het beroep, schendt de bestreden beslissing de in het middel aangewezen wetsbepalingen.
- Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden beslissing. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Veroordeelt de verweerster in de kosten. Verwijst de zaak naar de Nederlandstalige raad van beroep van de Orde der apothekers, zetelend te Brussel, anders samengesteld. De kosten zijn begroot op de som van 350 euro jegens de eisende partij en op de som van 109,67 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Greta Bourgeois, Jean-Pierre Frère en Ghislain Londers, en in openbare terechtzitting van 2 februari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060202.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2018:ARR.20180424.7 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170203.2 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180607.13 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990507.10 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020103.4 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020502.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091211.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div