id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060207.6 Rolnummer: P.05.1346.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-06-01 Raadplegingen: 597 - laatst gezien 2026-07-04 08:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een beklaagde kan voor het Hof van cassatie de schending van artikel 149 van de Grondwet aanvoeren doordat de rechter niet heeft geantwoord op de conclusie van een medebeklaagde wanneer daarin een verweer wordt aangevoerd dat ook dienstig is voor het oordeel over de strafvordering tegen de beklaagde, ook al splitste de rechter de zaak van de medebeklaagde, na de oorspronkelijke gezamenlijke behandeling, af van de zaak van de beklaagde
(1).
(1)Cass., 4 sept. 1990, AR 3103, nr 1; 5 april 2000, AR P.99.1889.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000405.10, nr 225; DECLERCQ R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3de Editie 2003, p. 622, nr 1337. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Algemeen Geen antwoord op de conclusie van een medebeklaagde Verweer dat ook dienstig is voor het oordeel over de strafvordering tegen de eiser Afsplitsing van de zaak van de medebeklaagde na de oorspronkelijke gezamenlijke behandeling Ontvankelijkheid Fiche 2 Het artikel 149 van de Grondwet verplicht de rechter in strafzaken te antwoorden op het door de partijen in conclusie voorgedragen verweer; de rechter moet ook de conclusie van een medebeklaagde beantwoorden, wanneer daarin een verweer wordt aangevoerd dat ook dienstig is voor het oordeel over de strafvordering tegen een andere beklaagde, ook al heeft hij de zaak van de medebeklaagde na de oorspronkelijke gezamenlijke behandeling afgesplitst van de zaak van deze andere beklaagde
(1).
(1)Cass., 4 sept. 1990, AR 3103, nr 1; 5 april 2000, AR P.99.1889.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000405.10, nr 225; DECLERCQ R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3de Editie 2003, p. 622, nr
- Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Conclusie van een medebeklaagde Verweer dat ook dienstig is voor het oordeel over de strafvordering tegen een andere beklaagde Afsplitsing van de zaak van de medebeklaagde na de oorspronkelijke gezamenlijke behandeling Verplichting van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.05.1346.N D. A. H. F., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pieter Helsen, advocaat bij de balie te Hasselt. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF VAN BEROEP De eiser en een medebeklaagde zijn in hoger beroep gekomen van het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Hasselt van 11 augustus 2003 dat hen beiden onder meer veroordeelde wegens de telastlegging A.3, zijnde mededaderschap aan een inbreuk op de Drugwet hier bestaande in het bezit, vervaardigen en verkoop van cannabis. Het hof van beroep behandelde de zaak tegen beide beklaagden op de terechtzitting van 24 maart
- Op die terechtzitting nam de medebeklaagde een conclusie. De medebeklaagde voerde in zijn conclusie onder meer aan dat het artikel 26bis, 2°, van het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies, zoals ingevoegd bij het artikel 2 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003, het onder de telastlegging A bedoelde feit van teelt van cannabisplanten voor eigen gebruik thans wel strafbaar stelt, maar dat deze wetsbepaling wegens haar algemene bewoording te vaag is en hierdoor het legaliteitsbeginsel miskent. Bij het bestreden arrest doen de appelrechters uitspraak over het hoger beroep van de eiser en splitsen ze de behandeling van de zaak tegen de medebeklaagde af en bevelen daarin de heropening van het debat. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het artikel 149 Grondwet verplicht de rechter in strafzaken te antwoorden op het door de partijen in conclusie voorgedragen verweer. De rechter moet ook de conclusie van een medebeklaagde beantwoorden wanneer daarin een verweer wordt aangevoerd dat ook dienstig is voor het oordeel over de strafvordering tegen de beklaagde.
- De appelrechters beantwoorden het verweer van de medebeklaagde betreffende de schending van het legaliteitsbeginsel niet. Dit verweer was ook dienstig voor de eiser. De appelrechters, ook al hebben zij de zaak van de medebeklaagde na de oorspronkelijke gezamenlijke behandeling afgesplitst van de zaak van de beklaagde, zijn tekortgekomen aan hun grondwettelijke motiveringsplicht.
- Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de strafvordering tegen de eiser. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Begroot de kosten op 115,30 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 7 februari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060207.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20111129.2 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20131211.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000405.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150414.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div