id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060214.5 Rolnummer: P.05.1081.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-06-01 Raadplegingen: 188 - laatst gezien 2026-07-03 09:17 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het feit dat iemand zich voorbereidt op een sportmanifestatie of eraan deelneemt, kan zich uitstrekken in de tijd en zich op allerlei plaatsen voordoen, ook buiten het sportterrein of de kleedkamer
(1)Anders dan het Hof besliste had het O.M. geen ambtshalve middel voorgesteld en de door eiser ontwikkelde middelen ontmoet om te concluderen tot de verwerping van de voorziening. Zo was het O.M. van oordeel dat de appelrechters, op grond van de redenen en de vaststellingen die het bestreden arrest bevatte, hun beslissing naar recht verantwoorden dat eiser niet als sportbeoefenaar in de zin van artikel 2-3° van het Dopingdecreet kon beschouwd worden. Thesaurus CAS: SPORT Vrije woorden: SPORT Doping Sportbeoefenaar Begrip Tekst van de beslissing Nr. P.05.1081.N V. F. L. P., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Luc Deleu en mr. Johnny Maeschalck, advocaten bij de balie te Brussel, ter zitting bijgestaan door mr. Liesbeth Haubrechts, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 23 juni
- De eiser voert in een memorie vier middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - Artikel 2, aanhef, 3°, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij artikel 3, 1°, van het decreet van 19 maart 2004, en artikel 44, eerste lid, van het decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, hierna genoemd: Dopingdecreet.
- Het voormelde artikel 2, aanhef, 3°, Dopingdecreet, definieert de sportbeoefenaar als elke persoon die zich voorbereidt op of deelneemt aan een sportmanifestatie. Artikel 44, eerste lid, Dopingdecreet bepaalt: "Wanneer de in artikel 43 strafbaar gestelde feiten gepleegd worden door sportbeoefenaars ter gelegenheid van hun voorbereiding of op hun deelname aan een sportmanifestatie geven ze alleen aanleiding tot disciplinaire maatregelen".
- Het feit dat iemand zich voorbereidt op een sportmanifestatie of eraan deelneemt, kan zich uitstrekken in de tijd en zich op allerlei plaatsen voordoen, ook buiten het sportterrein of de kleedkamer.
- De appelrechters oordelen dat het artikel 44, eerste lid, Dopingdecreet, niet van toepassing kan zijn op een dopingpraktijk of een daarmee gelijkgestelde praktijk, die vastgesteld wordt buiten het sportterrein of de kleedkamer waar de sportbeoefenaar zich voorbereidt op enige sportmanifestatie.
- Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Middelen
- De middelen die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer. Begroot de kosten op 193,15 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 14 februari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060214.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div