id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060220.4 Rolnummer: C.04.0366.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2006-06-16 Raadplegingen: 648 - laatst gezien 2026-07-04 08:30 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De rechtsvordering tot schadevergoeding wegens morele schade heeft tot doel de pijn, de smart of enig ander moreel leed te lenigen en in die mate de schade te herstellen; het morele leed dat een echtgenoot ondergaat ten gevolge van de letsels aan de andere echtgenoot, maakt in principe daarop geen uitzondering
(1).
(1)Zie Cass., 3 feb. 1987, AR nr 376, A.C., 1986-87, nr 322.b. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen Morele schade Begrip Genegenheidsschade Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1382en13 Fiches 2 - 3 De rechter oordeelt weliswaar binnen de grenzen van de vordering, op onaantastbare wijze in feite, over het bestaan en de omvang van de door een onrechtmatige daad veroorzaakte morele schade en over het herstel ervan; het Hof dient niettemin te toetsen of de rechter het begrip "schade" niet heeft miskend
(1). (Impliciete oplossing)
(1)Zie Cass., 3 feb. 1987, AR nr 376, A.C., 1986-87, nr 322.b. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Beoordelingsbevoegdheid. Raming. Peildatum Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Beoordelingsbevoegdheid. Raming. Peildatum Beoordelingsbevoegdheid Morele schade Genegenheidsschade Onaantastbare beoordeling door de rechter Wettigheid Toetsing van het Hof Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Vrije woorden: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Aansprakelijkheid buiten overeenkomst Schade Morele schade Genegenheidsschade Onaantastbare beoordeling door de rechter Wettigheid Toetsing van het Hof Fiche 4 De rechter verantwoordt niet naar recht zijn beslissing de vordering tot schadevergoeding wegens morele schade ondergaan door een echtgenoot af te wijzen op de enkele grond dat de psychische druk tengevolge van het lijden van het slachtoffer van de onrechtmatige daad de normale bijstand van de echtgenoot niet te boven gaat
(1).
(1)Zie Cass., 3 feb. 1987, AR nr 376, A.C., 1986-87, nr 322.b. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen Morele schade Genegenheidsschade Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1382en13 Tekst van de beslissing Nr. C.04.0366.N
- VERGRO INTERNATIONAAL VERVOER, naamloze vennootschap, met zetel te 8760 Meulebeke, Kleine Roeselarestraat 5,
- V. H., 3.a. V. H., voornoemd, 3.b. S.L.,, 3.c. S.J., handelende in hun hoedanigheid van erfgenaam van V. J., eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- ZURICH, verzekeringsmaatschappij, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Lloyd Georgelaan 7,
- VIVIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Lloyd Georgelaan 7, die in de rechten en plichten is getreden van de NV ZURICH, reeds voornoemd, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 2 oktober 2003 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel. De zaak is bij beschikking van de voorzitter van 17 januari 2006 verwezen naar de derde kamer. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift vijf middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Eiseres sub 1 heeft het in het middel bedoelde verweer in appelconclusie gevoerd.
- Het bestreden vonnis beantwoordt dit verweer niet.
- Het middel is in zoverre gegrond. Tweede middel
- In de "tweede conclusie hoger beroep (repliek en synthese)" vroegen de eisers de veroordeling van de eerste verweerster tot het betalen voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid van 389.250 BEF wegens materiële schade en van 169.480 BEF wegens morele schade, onder aftrek van 426.720 BEF, bedrag ontvangen ingevolge de door hen aangegane verzekering "privé-leven".
- In zoverre het middel de schending van het algemeen rechtsbeginsel betreffende de autonomie der procespartijen en van artikel 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek aanvoert, kan het niet aangenomen worden.
- De appelrechters oordelen dat de door de tweede eiser vanwege zijn verzekeraar ontvangen bedrag van 426.720 BEF in mindering dient te worden gebracht van de door eiser geleden materiële en morele schade uit tijdelijke arbeidsongeschiktheid, begroot op respectievelijk 146.720 BEF en 169.480 BEF waarop hij recht heeft, en dat, aldus, de tweede eiser geen aanspraak kan maken op enige bijkomende vergoeding vanwege de eerste verweerster.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechters beslissen dat de tweede eiser en zijn echtgenote veroordeeld worden tot "terugbetaling" aan de eerste verweerster van een deel van de vergoeding die de tweede eiser van zijn eigen verzekeraar ontving en die het naar gemeenrecht begrote schadebedrag overtreft, berust het middel op een verkeerde lezing van het bestreden vonnis. Anders dan het middel aanvoert, kent het bestreden vonnis aldus niet een vergoeding toe die minder bedraagt dan de werkelijk geleden schade.
- Het middel kan in zoverre niet aangenomen worden.
- De omzetting van 169.480 BEF in 3.822 euro, wegens morele schade ingevolge de tijdelijke arbeidsongeschiktheid van de tweede eiser, maakt een verschrijving uit die het Hof kan rechtzetten. Het bedrag van 3.822 euro dient derhalve gelezen als 4.201,30 euro. In zoverre het middel de schending aanvoert van artikel 1 van de EG-Verordening nr. 2866/98 van de Raad van 31 december 1998 en van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, kan het niet worden aangenomen.
- De eerste verweerster voerde in haar beroepsconclusie aan dat het beroepen vonnis ten onrechte een vergoeding van 150.655 BEF toekende en dat de tweede eiser geen aanspraak meer kon maken op een vergoeding voor materiële schade in de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid daar deze schade volledig werd vergoed door zijn eigen verzekeraar.
- Het bestreden vonnis oordeelt dat de door de tweede eiser geleden materiële schade ingevolge tijdelijke arbeidsongeschiktheid, bepaald op 146.720 BEF, aan de eisers reeds werd uitbetaald en veroordeelt deze laatsten voor zoveel als nodig tot verrekening van het te veel ontvangen bedrag van 97,70 euro (hetzij 3.935 BEF) zonder dat dit door de eisers gevorderd werd Het bestreden vonnis werpt aldus een door de partijen uitgesloten betwisting op en miskent aldus het algemeen rechtsbeginsel betreffende de autonomie der procespartijen en schendt artikel 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek.
- Het middel is in zoverre gegrond. Derde middel
- Het bestreden vonnis houdt tegenstrijdige beschikkingen in door, enerzijds, te beslissen dat tweede eiser en zijn echtgenote voor materiële schade wegens blijvende arbeidsongeschiktheid in de periode vanaf 11 september 2003 aanspraak kunnen maken op een vergoeding van 298.308 BEF, meer de vergoedende interest aan 7 pct. vanaf 11 september 2003 tot aan de datum van betaling, anderzijds, de eerste verweerster te veroordelen tot het betalen aan de tweede eiser en zijn echtgenote wegens deze schadepost van 7.394,84 euro (298.308 BEF), vermeerderd met de vergoedende interest aan 7 pct. vanaf 12 september 2003 tot aan de datum van de uitspraak.
- Het bestreden vonnis schendt zodoende artikel 1138, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek.
- Het middel is gegrond. Vierde middel
- Het bestreden vonnis doet geen uitspraak over de gevorderde interest op de wegens kledijschade toegekende vergoeding, en schendt mitsdien artikel 1138, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek.
- Het middel is gegrond. Vijfde middel
- De rechtsvordering tot schadevergoeding wegens morele schade heeft tot doel de pijn, de smart of enig ander moreel leed te lenigen en in die mate de schade te herstellen.
- Het morele leed dat een echtgenoot ondergaat ten gevolge van de letsels aan de andere echtgenoot, maakt in principe daarop geen uitzondering. De rechter oordeelt binnen de grenzen van de vordering, op onaantastbare wijze in feite, over het bestaan en de omvang van de door een onrechtmatige daad veroorzaakte morele schade en over het herstel ervan. Het bestreden vonnis schendt de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek door de vordering af te wijzen op de enkele grond dat de psychische druk tengevolge van het lijden van het slachtoffer van de onrechtmatige daad de normale bijstand van de echtgenoot niet te boven gaat.
- Het middel is gegrond. Dictum, Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis; a) in zoverre het de eerste verweerster veroordeelt: - tot het betalen aan de eiseres sub 1 van 238 euro met interest, - tot het betalen van interest op het toegekend bedrag van 7.394,84 euro; b) in zoverre het de tweede eiser en de eisers sub 3 veroordeelt tot verrekening van het teveel ontvangen bedrag van 97,70 euro wegens materiële schade voor de tijdelijke arbeidsongeschiktheid van de tweede eiser; c) in zoverre het bestreden vonnis geen uitspraak doet over de vordering tot interest op de toegekende vergoeding wegens kledijschade; d) in zoverre het uitspraak doet over de genegenheidsschade; d) in zoverre het uitspraak doet over de kosten. Wijst het cassatieberoep voor het overige af. Veroordeelt de eisers sub 2 en sub 3 in een vijfde van de kosten. Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven, zitting houdend in hoger beroep. De kosten begroot op de som van vijfhonderd eenentwintig euro zevenenveertig cent jegens de eisende partijen en op de som van tweehonderd zesenzestig euro negenenzestig cent jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelings-voorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van twintig februari tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060220.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250506.2N.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250602.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div