id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060221.1 Rolnummer: P.06.0243.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-20 Raadplegingen: 534 - laatst gezien 2026-07-04 02:46 Versie(s): Vertaling FR Fiche Thesaurus CAS: UITLEVERING Vrije woorden: UITLEVERING Tekst van de beslissing Nr. P.06.0243.N R D G G, veroordeelde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie te Hasselt. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, op 10 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht drie middelen aan. Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- In zoverre het middel de beroepen beschikking van de raadkamer aanvecht, is het niet gericht tegen het bestreden arrest en is het niet ontvankelijk.
- De onderzoeksgerechten die met toepassing van de artikelen 16 en 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel uitspraak doen, hebben enkel te oordelen over de tenuitvoerlegging van het Europese aanhoudingsbevel overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 8 van die wet, na te hebben nagegaan of de voorwaarden van artikel 3 van diezelfde wet vervuld zijn. Zij hebben bij die gelegenheid geen rechtsmacht te oordelen over de handhaving van de hechtenis die de onderzoeksrechter met toepassing van artikel 11, ,§ 3, voormelde wet heeft bevolen. Eens de verdachte krachtens artikel 17, ,§ 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel in kennis is gesteld van de plaats, dag en uur van de verschijning voor de kamer van inbeschuldigingstelling, is hij ervan op de hoogte dat dit onderzoeksgerecht uitspraak zal doen over zijn hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer, die het Europese aanhoudingsbevel uitvoerbaar verklaart. Hieruit volgt dat de verdachte niet nogmaals in het bijzonder en uitdrukkelijk moet uitgenodigd worden zich over die tenuitvoerlegging te verdedigen.
- Het middel, in zoverre het uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- De als geschonden aangewezen wettelijke bepalingen vereisen niet dat de wetsbepalingen die in de Staat van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit op de feiten van toepassing zijn, in het Europese aanhoudingsbevel worden vermeld.
- Het middel faalt naar recht. Derde middel
- Het middel voert de schending aan van de artikelen 6 EVRM, 149 Grondwet en 163 Wetboek van Strafvordering omdat het bestreden arrest niet antwoordt op de conclusie van eiser.
- De artikelen 6 EVRM en 149 Grondwet zijn niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die zich uitspreken over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel.
- De verplichting voor de onderzoeksgerechten hun uitspraak over de tenuitvoerlegging van het Europese aanhoudingsbevel met redenen te omkleden is niet gegrond op artikel 163 Wetboek van Strafvordering, maar op artikel 16, ,§ 1, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europese aanhoudingsbevel.
- Het middel faalt in zoverre naar recht.
- Voor het overige verwerpen de appelrechters het verweer van eiser en beantwoorden zij zijn conclusie met de redenen die het arrest vermeldt.
- Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 21 februari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060221.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110301.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090714.4 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110215.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div