id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060221.2 Rolnummer: P.05.1388.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2006-06-01 Raadplegingen: 542 - laatst gezien 2026-07-03 20:26 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het misdrijf van instandhouding bestaat in het schuldig verzuim om aan het bestaan van wederrechtelijk uitgevoerde werken een einde te maken en alleen degene die over het onroerend goed zeggenschap heeft kan aan dit verzuim schuld hebben; uit de omstandigheid dat alleen de vruchtgebruiker geniet van de zaak, mits deze te onderhouden, volgt dat, ongeacht de beperkingen die hij ondergaat in de uitoefening van zijn zakelijk recht doordat hij over de illegale werken niet kan beschikken, hij krachtens zijn recht zeggenschap heeft over de zaak en het nodige moet doen om aan de illegale toestand een einde te stellen of te doen stellen
(1).
(1)Cass., 14 nov. 1990, AR 8421, nr 148; 4 feb. 2003, AR P.01.1462.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030204.2, nr
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES Vrije woorden: STEDENBOUW - SANCTIES Misdrijf van instandhouding Bestanddelen Wettelijke bepalingen: Wet - 27-03-1991 - Artt.544en578 Vrije woorden: STEDENBOUW - SANCTIES Door de eigenaar wederrechtelijk uitgevoerde werken Instandhouding van de illegale werken Dader van het misdrijf Vruchtgebruiker van de illegale werken Wettelijke bepalingen: Wet - 27-03-1991 - Artt.544en578 Thesaurus CAS: VRUCHTGEBRUIK. GEBRUIK EN BEWONING Vrije woorden: VRUCHTGEBRUIK. GEBRUIK EN BEWONING Vruchtgebruik Onroerend goed Door de eigenaar wederrechtelijk uitgevoerde werken Instandhouding van de illegale werken Verplichting van de vruchtgebruiker van de illegale werken Wettelijke bepalingen: Wet - 27-03-1991 - Artt.544en578 Tekst van de beslissing Nr. P.05.1388.N AFGEVAARDIGD AMBTENAAR VAN HET BESTUUR STEDENBOUW VAN DE PROVINCIE LUXEMBURG, J. L. Aubertin, met kantoor te 3700 Aarlen, Place des Chasseurs Ardennais 4, eiser tot herstel, eiser, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen D S I M L, beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDE RECHTSPLEGING De verweerster wordt vervolgd om, met overtreding van de artikelen 84, 154 en 155 van het Waalse Stedenbouwdecreet (CWATUP), zonder voorafgaande vergunning van het College van burgemeester en schepenen, bouwwerken, namelijk het plaatsen van een wooncaravan met bijgebouw, terras en schuilplaats te hebben uitgevoerd en in stand te hebben gehouden, te Bouillon (provincie Luxemburg), sedert 1997 tot 9 februari
- Na verwijzing naar de Correctionele Rechtbank te Tongeren met toepassing van het artikel 23 Taalwet in Gerechtszaken, werd de verweerster bij vonnis van 11 april 2003 tot straf veroordeeld en het herstel in de oorspronkelijke toestand door sloping van voormelde caravan met bijgebouw, terras en schuilplaats werd bevolen. Het bestreden arrest oordeelt dat de verweerster nooit eigenares is geweest van het gebouw en dat zij, als erfgename van haar vooroverleden echtgenoot, alleen beschikt over het vruchtgebruik van de zaak, hetgeen haar enkel het genot verleent onder de verplichting om de zaak zelf in stand te houden ten voordele van de blote eigenaar, over wiens plichten het hof van beroep zich niet heeft uit te spreken en waarvan de vruchtgebruiker eventueel de nadelige gevolgen dient te ondergaan. De verweerster wordt bijgevolg niet strafrechtelijk verantwoordelijk geacht, en vrijgesproken. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert aan dat krachtens de artikelen 544 en 578 Burgerlijk Wetboek, de vruchtgebruiker, zoals de eigenaar, van de zaak waarop het vruchtgebruik betrekking heeft, geen gebruik mag maken dat strijdig is met de wetten of met de verordeningen, zodat hij die zaak onder meer niet wederrechtelijk mag in stand houden. Ook het algemeen rechtsbeginsel dat verbiedt bedrog of oneerlijkheid aan te wenden om schade te berokkenen of winst te behalen, verbiedt dat het recht van vruchtgebruik zou kunnen worden ingeroepen om de wederrechtelijk opgetrokken bouwwerken in stand te houden. De plicht tot onderhoud kan evenmin als een door de wet toegestane rechtvaardigingsgrond worden beschouwd.
- Het misdrijf van instandhouding bestaat in het schuldig verzuim om aan het bestaan van wederrechtelijk uitgevoerde werken een einde te maken. Alleen diegene die over het onroerend goed zeggenschap heeft, kan aan dit verzuim schuld hebben. Alleen de vruchtgebruiker geniet van de zaak mits deze te onderhouden. Daaruit volgt dat, ongeacht de beperkingen die hij ondergaat in de uitoefening van zijn zakelijk recht doordat hij over de illegale werken niet kan beschikken, hij krachtens zijn recht zeggenschap heeft over de zaak en het nodige moet doen om aan de illegale toestand een einde te stellen of te doen stellen.
- De beslissing van de appelrechters dat de vruchtgebruiker, wegens zijn verplichting om het goed waarvan hij enkel het genot heeft, in stand te houden, geen einde kan stellen aan de onwettige toestand, en hij daartoe geen enkele verplichting heeft, is niet naar recht verantwoord.
- Het middel is gegrond. Tweede middel
- Het middel kan niet leiden tot ruimere cassatie, en behoeft aldus geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, wat de beslissing over de herstelvordering betreft. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerster tot de kosten van het cassatieberoep. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Begroot de kosten op 91,97 euro verschuldigd en 271,92 euro door eiser betaald. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 21 februari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060221.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160609.5 ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.506 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030204.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div