id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060221.3 Rolnummer: P.05.1473.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-20 Raadplegingen: 682 - laatst gezien 2026-07-04 08:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De wettelijke aansprakelijkheid van artikel 1384, derde lid, Burgerlijk Wetboek, van de aansteller voor zijn aangestelde bestaat van zodra een persoon zijn gezag of zijn toezicht kan uitoefenen op de daden van een andere; daartoe moet concreet worden nagegaan onder wiens feitelijk gezag en toezicht de aangestelde stond op het ogenblik van de feiten
(1).
(1)Zie Cass., 17 nov. 1999, AR P.99.0787.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991117.10, nr
- Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Meesters. Aangestelden Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Meesters. Aangestelden Wettelijke aansprakelijkheid van de aansteller Fiche 2 Uit artikel 42 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, volgt dat de aansprakelijkheid van de houder van een uitzendbureau voor de betaling van de geldboete waartoe zijn aangestelde veroordeeld is, afhankelijk is van zijn wettelijke aansprakelijkheid voor die aangestelde overeenkomstig artikel 1384, derde lid, Burgerlijk Wetboek. Thesaurus CAS: STRAF - GELDBOETE EN OPDECIEMEN Vrije woorden: STRAF - GELDBOETE EN OPDECIEMEN Geldboete Uitzendbureau Misdrijf gepleegd door aangestelde of lasthebber Veroordeling tot een geldboete Wettelijke aansprakelijkheid van de houder en de gebruiker van het uitzendbureau Tekst van de beslissing Nr. P.05.1473.N EXPRESS-INTERIM nv, met zetel te 1420 Braine-l'Alleud, boulevard de France 7, civielrechtelijk aansprakelijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Luc Vael, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- D B N, burgerlijke partij,
- C M, burgerlijke partij,
- C S, burgerlijke partij,
- GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Liefdadigheidsstraat 33/1, vrijwillig tussengekomen partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Leuven van 29 september
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De wettelijke aansprakelijkheid van artikel 1384, derde lid, Burgerlijk Wetboek, van de aansteller voor zijn aangestelde bestaat van zodra een persoon zijn gezag of zijn toezicht kan uitoefenen op de daden van een andere. Daartoe moet concreet worden nagegaan onder wiens feitelijk gezag en toezicht de aangestelde stond op het ogenblik van de feiten.
- De appelrechters oordelen dat op het ogenblik van de feiten de gebruiker (S.) het feitelijke gezag uitoefende over de uitzendkracht (B.), zodat B. de aangestelde was van S.. De appelrechters stellen vast dat artikel 11 van de algemene voorwaarden van de eiseres (uitzendkantoor) bepaalt dat de gebruiker (S.) de wettelijke aansprakelijke is in de zin van artikel 1384, derde lid, Burgerlijk Wetboek. Ze oordelen echter dat niet is bewezen dat deze bepaling ter zake moet worden toegepast, zodat de "aanstellersaansprakelijkheid" van de eiseres als uitzendkantoor niet werd uitgesloten. Uitsluitend op die grond zeggen ze dat de eiseres eveneens de wettelijk aansprakelijke in de zin van artikel 1384, derde lid, Burgerlijk Wetboek is. Aldus verantwoorden ze hun beslissing niet naar recht.
- Het onderdeel is gegrond Tweede en derde onderdeel van het tweede middel
- Luidens artikel 42 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, zijn de gebruiker en de houder van een uitzendbureau burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten waartoe hun aangestelde of lasthebber zijn veroordeeld. Uit die bepaling volgt dat de aansprakelijkheid voor de geldboete van de houder van het uitzendbureau afhankelijk is van zijn wettelijke aansprakelijkheid voor zijn aangestelde overeenkomstig artikel 1384, derde lid, Burgerlijk Wetboek.
- De appelrechters oordelen dat op het ogenblik van de feiten de eiseres niet het feitelijke gezag over de uitzendkracht uitoefende maar dat de gebruiker (S.) dit gezag had. Ze stellen de eiseres niettemin toch wettelijk aansprakelijk voor de geldboete. Aldus verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht.
- De onderdelen zijn gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Ze behoeven derhalve geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiseres aansprakelijk stelt voor de betaling van de geldboete en van schadevergoedingen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de verweerders in de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Brussel, zitting houdend in hoger beroep. Begroot de kosten op 622,06 euro waarvan 173,58 euro verschuldigd en 448,48 euro betaald. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 21 februari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060221.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130321.5 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240311.3F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991117.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150930.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div