id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060306.6 Rolnummer: S.05.0113.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-07-14 Raadplegingen: 709 - laatst gezien 2026-07-04 06:28 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Hoger beroep tegen het vonnis waarbij de rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart, is slechts mogelijk nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid
(1)Cass., 13 feb. 2003, AR C.00.0411.N, nr 103; Cass., 24 juni 2005; AR S.04.0150.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050624.7, nr ...; zie ook K. Broeckx, Het recht op hoger beroep en het beginsel van de dubbele aanleg in het civiel geding, Maklu, 1995, nrs 353-357; K. Van Damme, "Het begrip 'eindvonnis' in art. 1050, tweede lid, Ger. W.; één vlag, vele ladingen ...", noot onder Antwerpen, 14 juni 1999, A.J.T. 2000-01,
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Beslissing inzake bevoegdheid Hoger beroep Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1055 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Beslissing inzake bevoegdheid Hoger beroep Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1055 Tekst van de beslissing Nr. S.05.0113.N EUROPEAN METROLOGY SYSTEMS, naamloze vennootschap, met zetel te 4420 Saint-Nicolas, Rue du Mayeur 46, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen L.K., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 19 november 2004 gewezen door het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1050, tweede lid, 1055 en 1068 van het Gerechtelijk wetboek. Bestreden beslissing Het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, verklaart in het bestreden arrest van 19 november 2004 het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigt het bestreden vonnis van de eerste kamer van de Arbeidsrechtbank te Brugge van 23 juni 2003 in al zijn beschikkingen en, opnieuw wijzende, trekt de zaak tot zich en vooraleer ten gronde recht te doen, beveelt ambtshalve de heropening der debatten teneinde de partijen toe te laten stelling te nemen over de grond van de zaak en de partijen in de mogelijkheid te stellen dienaangaande te concluderen. De beslissing over de kosten wordt uitgesteld. Het arbeidshof grondt zijn beslissing op volgende motieven:
- De ontvankelijkheid van het hoger beroep Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig naar de vorm ingesteld. Het is ontvankelijk.
- Beoordeling "
- Het hoger beroep betreft nog niet de grond van de zaak doch de territoriale bevoegdheid van de geadieerde rechtbank. Volgens (verweerder) zijn de arbeidsgerechten te Brugge bevoegd, terwijl (eiseres) de bevestiging vordert van het bestreden vonnis dat de zaak verzond naar de Arbeidsrechtbank te Luik.
- De partijen hebben in de arbeidsovereenkomst de bevoegdheid van de Arbeidsrechtbank te Luik weerhouden. Anderzijds was (verweerder) handels-vertegenwoordiger en oefende hij zijn taken voor rekening van (eiseres) ook uit binnen het rechtsgebied van de arbeidsgerechten te Brugge.
- Er bestaat geen betwisting nopens de materiële bevoegdheid van de arbeidsrechtbank (artikel 578 van het Gerechtelijk Wetboek), wel welke rechtbank territoriaal bevoegd is.
- Voor alle geschillen bedoeld in artikel 578 Gerechtelijk Wetboek is alleen bevoegd de rechter van de plaats van de uitoefening van het beroep (artikel 627, 9°, van het Gerechtelijk Wetboek).
- Artikel 627, 9°, van het Gerechtelijk Wetboek is niet van openbare orde, maar wel van dwingend recht (...), zodat geen bevoegdheidsbedingen in arbeidscontracten mogen opgenomen worden (artikel 630, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek; (...) ). Bijgevolg is nietig de voor (lees: vóór) het ontstaan van het geschil aangegane overeenkomst die een handelsvertegenwoordiger en zijn werkgever het recht ontneemt om hun geschil naar keuze aanhangig te maken bij één van de arbeidsrechtbanken die met toepassing van artikel 627, 9°, van het Gerechtelijk Wetboek bevoegd zijn tot kennisneming van de vordering (...).
- Aangezien (verweerder), zelfs maar voor een deel - welk deel dit dan ook mag zijn, gezien in de totaliteit van de prestaties geleverd voor rekening van (eiseres) - gepresteerd heeft binnen het rechtsgebied van de arbeidsgerechten te Brugge (...), was de Arbeidsrechtbank te Brugge territoriaal bevoegd (...) en was er geen aanleiding om deze zaak naar de Arbeidsrechtbank te Luik te versturen. (Verweerder) die als handelsvertegenwoordiger in verschillende arrondissementen prestaties levert ter uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst heeft de vrije keuze om zijn werkgever te dagvaarden voor één van deze arrondissementen (...).
- Het hoger beroep komt dan ook gegrond voor.
- Het Arbeidshof kan de zaak niet terugsturen naar de eerste rechter, zoals door (verweerder) gevorderd, die zich onbevoegd heeft verklaard, daar hij zijn rechtsmacht heeft uitgeput. Er werd immers geen onderzoeksmaatregel door de eerste rechter bevolen die door dit Arbeidshof zelfs gedeeltelijk werd bevestigd. Het Arbeidshof ziet zich dan ook verplicht de zaak tot zich te trekken, conform artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek, en nodigt de partijen uit stelling te nemen nopens de grond van de zaak, wat zij op heden nog niet hebben gedaan.
- De heropening van de debatten dient dan ook bevolen (artikel 775 van het Gerechtelijk Wetboek) teneinde de partijen toe te laten te concluderen nopens de grond van de zaak, zowel qua feiten als qua gevorderde bedragen". Grieven Ofschoon luidens het eerste lid van artikel 1050 van het Gerechtelijk Wetboek in alle zaken hoger beroep kan worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een beslissing alvorens recht te doen, kan luidens het tweede lid van deze wetsbepaling tegen een beslissing inzake bevoegdheid slechts hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis. Luidens artikel 1055 van het Gerechtelijk Wetboek kan tegen ieder vonnis alvorens recht te doen, of tegen ieder vonnis inzake bevoegdheid, zelfs al is het zonder voorbehoud ten uitvoer gelegd, hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd als tegen het eindvonnis. Uit de wetsgeschiedenis van de wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, waarbij voormeld artikel 1050, tweede lid, werd ingevoegd en voormeld artikel 1055 werd gewijzigd, blijkt dat een eindvonnis in de zin van deze wetsbepalingen een vonnis is inzake de ontvankelijkheid of de gegrondheid, uitgesproken door de rechter die zich bevoegd heeft verklaard dan wel door de als bevoegd aangewezen rechter. Hieruit volgt dat niet onmiddellijk hoger beroep openstaat tegen het vonnis waarbij de geadieerde rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart, en dergelijk hoger beroep slechts mogelijk is nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid. Te dezen stelde de eerste kamer van de Arbeidsrechtbank te Brugge, rechtdoende in eerste aanleg, bij vonnis van 23 juni 2003 dat partijen enkel vonnis vroegen inzake de betwisting van de territoriale bevoegdheid; de rechtbank oordeelde, om de nader gepreciseerde redenen, dat de Arbeidsrechtbank te Luik territoriaal bevoegd was en verwees de zaak naar deze rechtbank. Verweerder tekende bij verzoekschrift, ingediend ter griffie op 25 september 2003, hoger beroep aan tegen deze beslissing en verzocht het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, te zeggen voor recht dat de Arbeidsrechtbank te Brugge ratione loci bevoegd is om kennis te nemen van het geschil en de zaak te verwijzen naar deze arbeidsrechtbank voor behandeling ten gronde. Aldus tekende verweerder hoger beroep aan tegen een beslissing inzake bevoegdheid vóórdat een eindvonnis in de zin van genoemde artikelen 1050 en 1055 van het Gerechtelijk wetboek was tussengekomen. Luidens artikel 1068, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep. Wanneer de appelrechter echter niet wettig het hoger beroep ontvankelijk (en gegrond) verklaart, kan hij evenmin wettig "de zaak tot zich trekken" of kennis nemen van de grond van de zaak ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep. Het arbeidshof kon dienvolgens niet wettig verweerders hoger beroep ontvankelijk of toelaatbaar en gegrond verklaren en, opnieuw wijzende, de zaak tot zich trekken en, vooraleer ten gronde recht te doen, ambtshalve de heropening der debatten bevelen teneinde partijen toe te laten stelling te nemen over de grond van de zaak en de partijen in de mogelijkheid te stellen dienaangaande te concluderen. Het arbeidshof diende de onontvankelijkheid of niet-toelaatbaarheid van verweerders hoger beroep, desnoods ambtshalve, weze het na een heropening der debatten, vast te stellen. Het arbeidshof schendt dienvolgens de artikelen 1050, tweede lid, en 1055 van het Gerechtelijk Wetboek en, voor zoveel als nodig, artikel 1068, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. III. BESLISSING VAN HET HOF
- Krachtens artikel 1050, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan in alle zaken hoger beroep worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een vonnis alvorens recht te doen of een verstekvonnis. Evenwel kan, krachtens artikel 1050, tweede lid, van dit wetboek, tegen een beslissing inzake bevoegdheid slechts hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen een eindvonnis.
- Krachtens artikel 1055 van dit wetboek, kan tegen ieder vonnis inzake bevoegdheid, zelfs al is het zonder voorbehoud ten uitvoer gelegd, hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd als tegen het eindvonnis. Uit de wetsgeschiedenis van de wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, waarbij voormeld artikel 1050, tweede lid, werd ingevoegd en voormeld artikel 1055 werd gewijzigd, blijkt dat een eindvonnis in de zin van deze wetsbepalingen een vonnis is inzake de ontvankelijkheid of de gegrondheid, uitgesproken door de rechter die zich bevoegd heeft verklaard dan wel door de als bevoegd aangewezen rechter.
- Hieruit volgt dat niet onmiddellijk hoger beroep open staat tegen het vonnis waarbij de geadieerde rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart en dat dergelijk hoger beroep slechts mogelijk is nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid.
- In het beroepen vonnis verklaart de Arbeidsrechtbank te Brugge zich ratione loci onbevoegd om van het geschil tussen de partijen kennis te nemen, verwijst zij de zaak naar de Arbeidsrechtbank te Luik en houdt zij de kosten aan.
- Door het hoger beroep tegen dit vonnis dat enkel over de bevoegdheid uitspraak doet, ontvankelijk te verklaren, schendt het arrest de artikelen 1050, tweede lid, en 1055 van het Gerechtelijk Wetboek.
- Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het Arbeidshof te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelings-voorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Luc Van hoogenbemt, en in openbare terechtzitting van zes maart tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060306.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:AHANT:2014:ARR.20140113.9 ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090120.16 ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090330.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171005.1 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180607.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050624.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100315.5 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100325.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div