id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060307.4 Rolnummer: P.06.0316.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2006-06-16 Raadplegingen: 177 - laatst gezien 2026-07-03 09:05 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter die onaantastbaar oordeelt of een gearresteerde onverwijld en in een taal welke hij verstaat, op de hoogte werd gebracht van de redenen van zijn arrestatie en van alle beschuldigingen welke tegen hem zijn ingebracht, kan hierbij rekening houden met alle omstandigheden waaruit blijkt dat de gearresteerde reeds eerder feitelijk op de hoogte was van een buitenlands bevel tot aanhouding. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.2 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.2 Arrestatie Voorwaarden Uitlevering Beoordeling door de rechter Criteria Wettelijke bepalingen: Wet - 15-03-1874 - Art.3,vierdel Thesaurus CAS: UITLEVERING Vrije woorden: UITLEVERING Betekening van de stukken Arrestatie Voorwaarden Beoordeling door de rechter Criteria Wettelijke bepalingen: Wet - 15-03-1874 - Art.3,vierdel Tekst van de beslissing Nr. P.06.0316.N I. K R R, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden met het oog op uitlevering, eiser, met als raadslieden mr. Raf Verstraeten er mr. Caroline De Baets, beiden advocaat bij de balie te Brussel. II. K R R, aangehouden met het oog op uitlevering, eiser, met als raadslieden mr. Raf Verstraeten er mr. Caroline De Baets, beiden advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep sub I (aktenummer 50) is gericht tegen het arrest (arrestnummer 373/06) van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 februari
- Dit arrest doet uitspraak over eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling. Het cassatieberoep sub II (aktenummer 51) is gericht tegen het arrest (arrestnummer 372/06) van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 februari
- Dit arrest doet uitspraak over de uitvoerbaarverklaring van het buitenlandse bevel tot aanhouding. Dit arrest is gewezen op verwijzing ingevolge arrest van het Hof van 6 december
- De eiser voert voor elk cassatieberoep in een memorie telkens twee middelen aan. Die beide memories zijn aan dit arrest gehecht. Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel in de zaak sub I
- Artikel 5.2 EVRM bepaalt dat iedere gearresteerde onverwijld en in een taal, welke hij verstaat, op de hoogte moet worden gebracht van de redenen van zijn arrestatie en van alle beschuldigingen welke tegen hem zijn ingebracht.
- De rechter die over de arrestatie oordeelt, beoordeelt onaantastbaar of deze kennisgeving werd verricht. Hij kan hierbij ook rekening houden met alle omstandigheden waaruit blijkt dat de gearresteerde reeds eerder feitelijk op de hoogte was van een bepaald buitenlands bevel tot aanhouding.
- Het middel faalt naar recht. Tweede middel in de zaak sub I
- Anders dan het middel aanvoert, konden de appelrechters op grond van de feitelijke gegevens die zij onaantastbaar hebben beoordeeld, wettig oordelen dat er geen sprake was van een onredelijk tijdsverloop sinds zijn aanvankelijke arrestatie.
- Het middel kan niet worden aangenomen. Eerste middel in de zaak sub II
- Het middel voert aan dat de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de uitvoerbaarheid van een door een vreemde overheid uitgevaardigd bevel tot aanhouding of een gelijkaardige titel, moeten oordelen over het voorbehoud dat België heeft gemaakt in artikel 1 Europees Uitleveringsverdrag met betrekking tot de "uitzonderlijk ernstige gevolgen die de uitlevering zou kunnen hebben voor de opgeëiste persoon in het bijzonder gelet op zijn leeftijd of gezondheid". Zij moeten die omstandigheden beoordelen.
- Het bestreden arrest betrekt eisers leeftijd en gezondheid bij zijn beslissing.
- Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel in de zaak sub Il
- Het middel kan om de redenen uiteengezet in de randnummers 4 en 5 niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiser in de kosten van de beide cassatieberoepen. Begroot de kosten op 99,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 7 maart 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060307.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div