← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060314.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060314.7 Rolnummer: P.05.1576.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2006-12-18 Raadplegingen: 474 - laatst gezien 2026-07-04 05:07 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 275, ,§ 1, A.W.D.A. houdt in dat de borgtocht eerst moet worden aangewend tot betaling van de tegenwaarde van de vrijgegeven goederen die achteraf niet worden wederovergelegd nadat de wederoverlegging ervan werd bevolen, en slechts tot betaling van de achteraf opgelegde boete, zo geen wederoverlegging werd bevolen. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: DOUANE EN ACCIJNZEN Douane en accijnzenwet Verplichting tot wederoverlegging van vrijgegeven goederen Aanwending borgtocht Fiche 2 Artikel 266, ,§ 2, A.W.D.A. dat bepaalt dat de voor een zaak ingevorderde sommen bij voorrang worden aangewend tot betaling van de nalatigheidsinteresten en van de rechten en taksen, doet geen afbreuk aan de regeling van de aanwending van de borgtocht bepaald bij artikel 275, ,§ 1, A.W.D.A. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: DOUANE EN ACCIJNZEN Douane en accijnzenwet Ingevorderde sommen Aanwending borgtocht Fiche 3 Artikel 283, A.W.D.A. geeft de strafrechter niet de bevoegdheid te oordelen over een bij wijze van tegenvordering ingestelde vordering tegen de vervolgende partij in schadevergoeding wegens onbehoorlijk bestuur. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: DOUANE EN ACCIJNZEN Burgerlijke rechtsvordering in betaling van rechten en accijnzen Bevoegdheid van de strafrechter Tegenvordering in schadevergoeding wegens onbehoorlijk bestuur Tekst van de beslissing Nr. P.05.1576.N D.F.D.S. TRANSPORT nv, met zetel te 2850 Boom, Industrieterrein "Krekelenberg", Industrieweg 8, hoofdelijk gehoudene tot betaling van ontdoken invoerrechten, eiseres, met als raadsman mr. Gert Warson, advocaat bij de balie te Brussel, tegen FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de Directeur der douane en accijnzen van de provincie Antwerpen, met kantoor te 2030 Antwerpen, Kattendijkdok Oostkaai 22, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 26 oktober

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het artikel 275, ,§ 1, AWDA bepaalt: "Indien de bekeurde zulks begeert, zullen de aangehaalde goederen, benevens de vaar- en voertuigen en gespannen, tegen voldoende borgtocht, voor de tussen de ontvanger en belanghebbende overeengekomen waarde derzelve, of van het beloop der verbeurde boete, worden vrijgegeven". Deze wetsbepaling houdt in dat de borgtocht eerst moet worden aangewend tot betaling van de tegenwaarde van de vrijgegeven goederen die achteraf niet worden wederovergelegd nadat de wederoverlegging ervan werd bevolen, en slechts tot betaling van de achteraf opgelegde boete, zo geen wederoverlegging werd bevolen.
  3. Het artikel 266, ,§ 2, AWDA bepaalt: "De voor een zaak ingevorderde sommen worden bij voorrang aangewend tot betaling van de nalatigheidinteresten en van de rechten en de taksen". Deze wetsbepaling doet geen afbreuk aan de regeling van de aanwending van de borgtocht bepaald bij artikel 275, ,§ 1, AWDA.
  4. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  5. Het artikel 283 AWDA bepaalt: "Wanneer de overtredingen, fraudes, misdrijven of misdaden, in de artikelen 281 en 282 bedoeld, onverminderd de strafvordering, tevens tot betaling van rechten of accijnzen, en alzo tot een civiele actie aanleiding geven, zal de kennisneming en berechting daarvan in beide opzichten behoren tot de bevoegde criminele of correctionele rechter". Deze wetsbepaling geeft de strafrechter niet de bevoegdheid te oordelen over een bij wijze van tegenvordering ingestelde vordering tegen de vervolgende partij in schadevergoeding wegens onbehoorlijk bestuur.
  6. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 69,66 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 14 maart 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060314.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110215.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.