← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060316.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060316.7 Rolnummer: C.05.0299.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2006-12-14 Raadplegingen: 472 - laatst gezien 2026-07-03 23:37 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer het slachtoffer overlijdt ingevolge een onrechtmatige daad, bestaat de schade die zijn overlevende echtgenoot lijdt, onder meer, in het derven van de inkomsten van de overleden echtgenoot die hem persoonlijk ten goede kwamen; het is daarbij onverschillig of die inkomsten voortvloeiden uit een beroepsactiviteit, dan wel bestonden uit een rustpensioen. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Overlijden van het slachtoffer Schade geleden door de overlevende echtgenoot Gederfde inkomsten van de overledene Oorsprong van de inkomsten Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1382en13 Fiche 2 Uitkeringen die derden aan het slachtoffer of zijn rechthebbenden betalen mogen slechts op de schadevergoeding die de aansprakelijke verschuldigd is worden aangerekend wanneer die uitkeringen vergoeding beogen van dezelfde schade als die welke voortvloeit uit de fout van de aansprakelijke; zo is een overlevingspensioen dat de overlevende echtgenoot geniet een recht dat zijn oorsprong vindt in de tussen het slachtoffer en zijn werkgever gesloten overeenkomst en in de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen voor de werknemers, heeft het geen vergoedend karakter en beoogt het dus niet de vergoeding van de schade die het slachtoffer of zijn rechthebbende lijden ingevolge de fout van de aansprakelijke zodat het overlevingspensioen niet mag aangerekend worden op de schadevergoeding die de aansprakelijke verschuldigd is uit hoofde van inkomstenverlies

(1).
(1)Cass., 7 sept. 2004, AR P.04.0315.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040907.3, nr 386. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Aanrekening van uitkeringen door derden op schadevergoeding door de aansprakelijke verschuldigd Overlevingspensioen van de overlevende echtgenoot Wettelijke bepalingen: Wet - 21-11-1989 - Art.29bis Fiche 3 Wanneer het slachtoffer overlijdt ingevolge een onrechtmatige daad, bestaat de schade die zijn overlevende echtgenoot lijdt, onder meer, in het derven van de inkomsten van de overleden echtgenoot die hem persoonlijk ten goede kwamen; het is daarbij onverschillig of die inkomsten voortvloeiden uit een beroepsactiviteit, dan wel bestonden uit een rustpensioen. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Overlijden van het slachtoffer Schade geleden door de overlevende echtgenoot Gederfde inkomsten van de overledene Oorsprong van de inkomsten Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1382en13 Fiche 4 Uitkeringen die derden aan het slachtoffer of zijn rechthebbenden betalen mogen slechts op de schadevergoeding die de aansprakelijke verschuldigd is worden aangerekend wanneer die uitkeringen vergoeding beogen van dezelfde schade als die welke voortvloeit uit de fout van de aansprakelijke; zo is een overlevingspensioen dat de overlevende echtgenoot geniet een recht dat zijn oorsprong vindt in de tussen het slachtoffer en zijn werkgever gesloten overeenkomst en in de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen voor de werknemers, heeft het geen vergoedend karakter en beoogt het dus niet de vergoeding van de schade die het slachtoffer of zijn rechthebbende lijden ingevolge de fout van de aansprakelijke zodat het overlevingspensioen niet mag aangerekend worden op de schadevergoeding die de aansprakelijke verschuldigd is uit hoofde van inkomstenverlies
(1).
(1)Cass., 7 sept. 2004, AR P.04.0315.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040907.3, nr
  1. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Aanrekening van uitkeringen door derden op schadevergoeding door de aansprakelijke verschuldigd Overlevingspensioen van de overlevende echtgenoot Wettelijke bepalingen: Wet - 21-11-1989 - Art.29bis Tekst van de beslissing Nr. C.05.0299.N O.L. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen FIDEA, naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Van Eycklei 14, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 7 maart 2005 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen. Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Wanneer het slachtoffer overlijdt ingevolge een onrechtmatige daad, bestaat de schade die zijn overlevende echtgenoot lijdt, onder meer, in het derven van de inkomsten van de overleden echtgenoot die hem persoonlijk ten goede kwamen. Het is daarbij onverschillig of die inkomsten voortvloeiden uit een beroepsactiviteit, dan wel bestonden uit een rustpensioen.
  3. De uitkeringen die derden aan het slachtoffer of zijn rechthebbende betalen, mogen slechts worden aangerekend op de schadevergoeding die de aansprakelijke verschuldigd is, wanneer zij de vergoeding beogen van dezelfde schade dan die welke voortvloeit uit de fout van de aansprakelijke.
  4. Het overlevingspensioen dat de overlevende echtgenoot geniet ten gevolge van het overlijden van zijn echtgenoot is een recht dat zijn oorsprong vindt in de tussen het slachtoffer en zijn werkgever gesloten overeenkomst en in de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen voor de werknemers. Het overlevingspensioen heeft geen vergoedend karakter en beoogt dus niet de vergoeding van de schade die het slachtoffer of zijn rechthebbende lijden ingevolge de fout van de aansprakelijke.
  5. Het overlevingspensioen mag dan ook niet aangerekend worden op de schadevergoeding die de aansprakelijke verschuldigd is uit hoofde van inkomstenverlies.
  6. De appelrechter wijst de vordering van de eiseres strekkende tot vergoeding van het ingevolge het overlijden van haar echtgenoot geleden inkomstenverlies af, op grond dat "het door haar ontvangen overlevingspensioen hoger ligt dat het rustpensioen van wijlen haar echtgenoot, verminderd met de forfaitaire aftrek voor eigen onderhoud" zodat zij niet het bewijs levert van een concrete materiële schade uit hoofde van inkomstenverlies.
  7. Door aldus te oordelen, schendt de appelrechter de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het te dezen toepasselijke artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.
  8. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de vordering van de eiseres gericht tegen de verweerster uit hoofde van inkomstenverlies, alsmede over de met die vordering verbonden kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois, Ghislain Londers en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van 16 maart 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060316.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040907.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110215.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.