← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060316.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006

Art.1205

Fiche 2 De regeling in het Burgerlijk en het Gerechtelijk Wetboek van de wijze waarop de vereffening-verdeling van een nalatenschap moet verlopen is niet van openbare orde of dwingend recht. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: ERFENISSEN Vereffening en verdeling Aard van de wettelijke bepalingen Wettelijke bepalingen:

Art.1205

Fiches 3 - 5 Vanaf de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel kunnen de deelgenoten, ook in het raam van een gerechtelijke verdeling, te allen tijde overeenkomen over de wijze waarop de verdeling van de onverdeelde goederen zal geschieden

(1).
(1)Zie Cass., 26 nov. 2004, AR C.03.0122.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.8, nr 570 (nalatenschap). Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: VERDELING Onverdeeldheid Gerechtelijke verdeling Wijze van verdeling Overeenkomst Wettelijke bepalingen:

Art.1205

Thesaurus CAS: ONVERDEELDHEID Vrije woorden: ONVERDEELDHEID Verdeling Gerechtelijke verdeling Wijze van verdeling Overeenkomst Wettelijke bepalingen:

Art.1205

Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALLERLEI Vrije woorden: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALLERLEI Ontbinding Vereffening en verdeling Wijze van verdeling Overeenkomst Wettelijke bepalingen:

Art.1205

Fiche 6 De regeling in het Burgerlijk en het Gerechtelijk Wetboek van de wijze waarop de vereffening-verdeling van een ontbonden huwelijksvermogensstelsel moet verlopen is niet van openbare orde of dwingend recht. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALLERLEI Vrije woorden: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALLERLEI Ontbinding Vereffening en verdeling Aard van de wettelijke bepalingen Wettelijke bepalingen:

Art.1205

Fiche 7 De regeling in het Burgerlijk en het Gerechtelijk Wetboek van de wijze waarop de vereffening-verdeling van een nalatenschap moet verlopen is niet van openbare orde of dwingend recht. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: ERFENISSEN Vereffening en verdeling Aard van de wettelijke bepalingen Wettelijke bepalingen:

Art.1205

Fiches 8 - 10 Vanaf de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel kunnen de deelgenoten, ook in het raam van een gerechtelijke verdeling, te allen tijde overeenkomen over de wijze waarop de verdeling van de onverdeelde goederen zal geschieden

(1).
(1)Zie Cass., 26 nov. 2004, AR C.03.0122.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.8, nr 570 (nalatenschap). Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: VERDELING Onverdeeldheid Gerechtelijke verdeling Wijze van verdeling Overeenkomst Wettelijke bepalingen:

Art.1205

Thesaurus CAS: ONVERDEELDHEID Vrije woorden: ONVERDEELDHEID Verdeling Gerechtelijke verdeling Wijze van verdeling Overeenkomst Wettelijke bepalingen:

Art.1205

Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALLERLEI Vrije woorden: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALLERLEI Ontbinding Vereffening en verdeling Wijze van verdeling Overeenkomst Wettelijke bepalingen:

Art.1205Tekst van de beslissing Nr.

C.05.0368.N 1. D.J., 2. D.F., eisers, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen 1. D.A., 2. D.A., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 15 april 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1207, 1211, 1220 en 1221 van het Gerechtelijk Wetboek; - de artikelen 577-2, 815 t.e.m. 842, 1134, 1427, 1430 t.e.m. 1450 en 1451 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het hof van beroep verklaart het hoger beroep van de eisers ongegrond en beslist dat de verweerders de uitvoering van het accordandum kunnen bekomen, op basis van de volgende overwegingen: "Het hof treedt de uiteenzetting door de eerste rechter van de feiten en vorderingen bij en beschouwt deze als hier volledig hernomen. Het hof verwijst ook naar de tekstuele weergave van het akkoord van 22 mei 1998, gesloten naar aanleiding van een persoonlijke verschijning, en naar de tekst van het accordandum, afgesloten op dezelfde datum en waarvan de geïntimeerden de uitvoering vorderen. Het hof beaamt integraal het bestreden vonnis en maakt de overwegingen, op grond van dewelke de eerste rechter zijn oordeelkundige beslissing genomen heeft en die in hoger beroep niet worden ontzenuwd, tot de zijne. De partijen worden kortheidshalve daarnaar verwezen. Aanvullend laat het hof nog de volgende overwegingen gelden. De kwestieuze loten zijn geïdentificeerd in de ontwerpakte van notaris D.. De notaris is gehouden tot het verzamelen van de noodzakelijke inlichtingen. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de door hem vermelde kadastrale gegevens verkeerd zouden zijn. De (eisers) bewijzen het tegendeel niet. De (eisers) geven een onvolledige lezing van het beschikkend gedeelte van het arrest, gewezen op 1 februari 2001 door de 1ste kamer van dit hof: 'Beveelt de vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap E.D. D.- M.J. D. en van de nalatenschap van E.D. D.op basis van een boedelbeschrijving van de gezamenlijke goederen van deze onverdeeldheden en na het opstellen van de vergoedingsrekeningen en de terugnemingen, mits daarbij rekening te houden met de minnelijke verdeling(

  1. en)van een deel van de goederen van deze onverdeeldheden'. Immers kunnen partijen, die meerderjarig zijn en over al hun rechten beschikken, deelakkoorden afsluiten onder vorm van een accordandum, zelfs onder de vorm van een dading en dit binnen het kader van een gerechtelijke procedure. De uitvoering van het accordandum is volstrekt mogelijk in het kader van de vereffening en verdeling en staat deze niet in de weg. Het accordandum vermeldt onderaan dat de zaak in voortzetting wordt gesteld op de latere terechtzitting van 27 augustus 1998. Ten onrechte steunen de (eisers) zich op deze tekst om te stellen dat de (verweerders) geen belang zouden hebben bij de uitvoering van het accordandum. Uit de door de (verweerders) overgelegde briefwisseling blijkt dat de zaak in voortzetting werd gesteld met het oog op een volledig akkoord; d.w.z. over alle aspecten van de huwgemeenschap en de beide nalatenschappen. Uit niets blijkt dat de partijen wilden terugkomen op het reeds afgesloten en ondertekende deelakkoord. Bovendien blijkt verder uit die briefwisseling dat het niet aan (de verweerders) ligt dat de zaak meerdere malen werd uitgesteld. In het accordandum wordt nergens gewag gemaakt van een terugbetaling van kosten. Deze vordering staat derhalve volledig los van de vordering tot uitvoering van het accordandum en mag deze geenszins vertragen. De eerste rechter oordeelde terecht dat deze vordering niet in staat van wijzen is". Het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde van 29 april 2004, waarvan de motieven door het hof van beroep hernomen werden, overwoog in verband met de uitvoering van het accordandum het volgende: "Partijen hebben door het accordandum van 22 mei 1998 - en ongetwijfeld met kennis van zaken - een overeenkomst gesloten betreffende bepaalde onroerende goederen die zij in onverdeeldheid bezitten: enerzijds zijn zij akkoord gekomen aangaande de verdeling in natura van een aantal loten, anderzijds zijn zij tot een akkoord gekomen aangaande de verkoop van het lot 23. Een dergelijk minnelijk deelakkoord is volstrekt mogelijk en de eisers kunnen er de gedwongen uitvoering van benaarstigen wanneer het afgesloten akkoord nadien door de verweerders niet wordt gehonoreerd. Hiervoor dient zeker niet gewacht te worden tot wanneer ooit zal zijn overgegaan tot de vereffening en verdeling van de ontbonden gemeenschap E. D.- M. D. alsmede van hun respectieve nalatenschappen. De verweerders hebben anderzijds ruim de tijd gehad hun zaak in staat te stellen en hun middelen aan te voeren zodat hen geen bijkomende conclusietermijnen dienen te worden verleend. Het onderdeel van de vordering tot het horen verlijden van de notariële akte - verdeling betreffende de loten 13 tot 20 waarvan sprake in het accordandum van 22 mei 1998 afgesloten tussen partijen komt dan ook ontvankelijk en gegrond voor zoals hierna bepaald. Rechtdoende inzake de hoofdvordering. Verklaart deze ontvankelijk. Veroordeelt verweerders om zich binnen de maand nadat onderhavig vonnis kracht van gewijsde heeft bekomen aan te melden ter studie van notaris G. D., notaris ter standplaats L. K. teneinde de notariële akte verdeling te verlijden betreffende de loten 13 tot en met 20 waarvan sprake in het tussen partijen afgesloten accordandum dd. 22 mei 1998 conform de aldaar gebeurde lottrekking en conform de ontwerp-akte verdeling die werd medebetekend met de dagvaarding. Zegt dat bij gebreke daaraan te voldoen onderhavig vonnis zal gelden als akte van verdeling en in die hoedanigheid zal worden overgeschreven door de hypotheekbewaarder op eenvoudig vertoon van de uitgifte van onderhavig vonnis en de wettelijke bewijsmiddelen". Grieven Schending van het principe dat de verdeling slechts na voltooiing van de vereffening kan plaatsvinden, zoals dit volgt uit de artikelen 815 t.e.m. 842 en 1430 t.e.m. 1450 van het Burgerlijk Wetboek, tevens schending van artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zoveel als nodig, schending van de artikelen 1207, 1211, 1220, 1221 van het Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 577-2, 1427 en 1451 van het Burgerlijk Wetboek. 1. De eisers voerden in hun beroepsconclusie aan dat er geen verdeling van goederen van de huwgemeenschap mogelijk was zolang de vereffening van deze huwgemeenschap niet afgehandeld was, zodat de vordering van de verweerders tot verdeling van bepaalde goederen van de huwgemeenschap van de ouders van de eisers en de verweerders ongegrond moest worden verklaard. 2. Het hof van beroep verwerpt deze grief en beslist dat "partijen, die meerderjarig zijn en over al hun rechten beschikken, deelakkoorden (kunnen) afsluiten onder vorm van een accordandum, zelfs onder de vorm van een dading en dit binnen het kader van een gerechtelijke procedure. De uitvoering van het accordandum is volstrekt mogelijk in het kader van de vereffening en verdeling en staat deze niet in de weg". Het hof van beroep herneemt ook de motieven in het vonnis van de eerste rechter, dat besliste dat "partijen ... door het accordandum van 22 mei 1998 - en ongetwijfeld met kennis van zaken - een overeenkomst (hebben) gesloten betreffende bepaalde onroerende goederen die zij in onverdeeldheid bezitten: enerzijds zijn zij akkoord gekomen aangaande de verdeling in natura van een aantal loten, anderzijds zijn zij tot een akkoord gekomen aangaande de verkoop van het lot 23. Een dergelijk minnelijk deelakkoord is volstrekt mogelijk en (de verweerders) kunnen er de gedwongen uitvoering van benaarstigen wanneer het afgesloten akkoord nadien door (eisers) niet wordt gehonoreerd. Hiervoor dient zeker niet gewacht te worden tot wanneer ooit zal zijn overgegaan tot de vereffening en verdeling van de ontbonden gemeenschap E. D.- M. D. alsmede van hun respectieve nalatenschappen". 3. Artikel 1427 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de huwelijksgemeenschap ontbonden wordt door het overlijden van één der echtgenoten. Zowel het wettelijk stelsel als de bedongen gemeenschap van goederen (cf. artikel 1451 van het Burgerlijk Wetboek) worden enkel ontbonden op grond van de wettelijk bepaalde oorzaken. De ontbinding van de huwelijksgemeenschap heeft vereffening en verdeling tot gevolg (artikel 1430 van het Burgerlijk Wetboek). Bij ontbinding van de huwelijksgemeenschap door overlijden moet niet alleen de gemeenschap van goederen in het kader van het huwelijksvermogensrecht vereffend en verdeeld worden, maar ook de nalatenschap van de overleden echtgenoot in het kader van het erfrecht. Het komt voor dat de huwelijksgemeenschap en de nalatenschap van de eerstoverleden echtgenoot slechts na het overlijden van de langstlevende echtgenoot vereffend en verdeeld worden, samen met de vereffening en verdeling van diens nalatenschap. De vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap (cf. de artikelen 1430 t.e.m. 1450 van het Burgerlijk Wetboek) gaat daarbij de vereffening en verdeling van de nalatenschap (cf. de artikelen 815 t.e.m. 842 van het Burgerlijk Wetboek) vooraf. 4. Na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap door overlijden ontstaat er tussen de erfgenamen een onverdeeldheid in de zin van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek. Vermits niemand kan gedwongen worden om in onverdeeldheid te blijven, bestaat er een absoluut recht om de verdeling van dergelijke onverdeeldheid te vorderen (cf. artikel 815 van het Burgerlijk Wetboek). Indien een minnelijke verdeling onmogelijk blijkt, moeten de artikelen 1207 e.v. betreffende de gerechtelijke verdeling in hoofdstuk VI van deel IV, Boek IV, Bijzondere rechtsplegingen, van het Gerechtelijk Wetboek worden toegepast. 5. Aan de verdeling, i.e. het voldoen van iedere deelgenoot in zijn rechten door toekenning van een kavel waarvan de waarde overeenstemt met zijn rechten in de onverdeelde massa, gaat de vereffening vooraf, i.e. het geheel van bewerkingen vereist om een juist beeld te krijgen van de omvang van de boedel en de rechten van elke deelgenoot. Het principe dat de verdeling slechts na voltooiing van de vereffening kan plaatsvinden, volgt uit het geheel van de bepalingen betreffende de vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap (cf. de artikelen 1430 t.e.m. 1450 van het Burgerlijk Wetboek) en de nalatenschap (cf. de 815 t.e.m. 842 van het Burgerlijk Wetboek), in het bijzonder uit artikel 1430 van het Burgerlijk Wetboek. Die volgorde (vereffening gevolgd door verdeling) moet worden geëerbiedigd en een onroerend goed kan slechts in het licht van het resultaat van de vereffening worden verdeeld, dan wel geveild (cf. artikel 827 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1211, 1220 en 1221 van het Gerechtelijk Wetboek). Nu het hof van beroep in voorliggend geval met herneming van de motieven in het vonnis van de eerste rechter beslist dat het niet voltooid zijn van de staat van vereffening van de huwelijksgemeenschap en de nalatenschap niet belet dat de verweerders de uitvoering van het accordandum kunnen bekomen, zodat de daarin vermelde onroerende goederen kunnen worden verdeeld, miskent het het principe dat de vereffening slechts na voltooiing van de verdeling kan plaatsvinden (schending van de artikelen 815 t.e.m. 842 en de artikelen 1430 t.e.m. 1450 van het Burgerlijk Wetboek en tevens, voor zoveel als nodig, schending van de artikelen 1207, 1211, 1220 en 1221 van het Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 577-2, 1427 en 1451 van het Burgerlijk Wetboek). Het hof van beroep verleent ten onrechte uitwerking aan het accordandum en miskent derhalve eveneens artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Artikel 819 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat, wanneer de erfgenamen aanwezig zijn en meerderjarig, de verdeling van de goederen van de nalatenschap kan geschieden in zodanige vorm en bij zodanige akte als de belanghebbende partijen dienstig oordelen. Artikel 1205 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, wanneer alle mede-eigenaars meerderjarig, tegenwoordig of behoorlijk vertegenwoordigd zijn, zij te allen tijde de verdeling in onderlinge overeenstemming kunnen verrichten zoals zij beslissen. 2. Krachtens artikel 1430, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek zijn voormelde wetsbepalingen van overeenkomstige toepassing op de ontbinding van het wettelijk stelsel. 3. De regeling in het Burgerlijk en het Gerechtelijk Wetboek van de wijze waarop de vereffening en verdeling van een ontbonden huwelijksvermogenstelsel of van een nalatenschap moet verlopen, is niet van openbare orde noch van dwingend recht. 4. Uit het voorgaande volgt dat: - vanaf de ontbinding van de huwelijksvermogenstelsel, de deelgenoten te allen tijde kunnen overeenkomen over de wijze waarop de verdeling van de onverdeelde goederen zal geschieden en onder meer kunnen overeenkomen dat en hoe de onverdeelde goederen vooraf in natura zullen worden verdeeld of dat zij onderhands zullen worden verkocht of openbaar geveild; - een dergelijke overeenkomst ook toegelaten is in het raam van een gerechtelijke verdeling. 5. Artikel 1134, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degenen die ze hebben aangegaan tot wet strekken. 6. Het middel dat ervan uitgaat dat het de partijen niet toegelaten is af te wijken van de regel dat de vereffening de verdeling moet voorafgaan en dienvolgens de eisers niet kunnen verplicht worden het tot stand gekomen akkoord over een aan de vereffening voorafgaande verdeling in natura na te leven, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 944,77 euro jegens de eisende partijen en op de som van 167,47 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois, Ghislain Londers en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van 16 maart 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060316.8 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080401.28 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240122.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.