id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060320.4 Rolnummer: S.05.0069.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2006-08-25 Raadplegingen: 520 - laatst gezien 2026-07-04 00:40 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de partijen hun verhouding kwalificeren als de uitvoering van zelfstandige arbeid door de ene in opdracht van de andere, schept dit geen vermoeden van het bestaan van een overeenkomst tot uitvoering van zelfstandige arbeid; wanneer de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in dit geval socialezekerheidsbijdragen voor werknemers opvordert, moet hij het bestaan van een arbeidsovereenkomst bewijzen, wat inhoudt dat het bewijs zal dienen te worden geleverd dat de arbeid uitgevoerd werd onder het gezag van de opdrachtgever-werkgever
(1).
(1)Zie Cass., 3 mei 2004, AR S.03.0108.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040503.23, nr 234; Cass., 2 mei 2005, AR S.03.0121.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050502.2, nr ... Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Begrip en bestaansvereisten Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Begrip en bestaansvereisten Gezag Kwalificatie door de partijen Zelfstandige samenwerking Bewijslast Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - Artt.2en3 Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Rijksdienst voor Sociale Zekerheid Arbeidsovereenkomst Gezag Bewijs Vermoeden Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - Artt.2en3 Fiche 3 Het is de taak van de rechter om na te gaan of de gegevens die aangevoerd worden om het bestaan van een gezagsrelatie te staven een toepassing of de mogelijkheid tot toepassing van gezag op de uitvoering van de arbeid zoals in een arbeidsovereenkomst aantonen, die onverenigbaar is met de loutere uitvoering van controle en het geven van instructies in het kader van een overeenkomst voor zelfstandige arbeid
(1).
(1)Zie Cass., 14 nov. 2001, AR P.01.1178.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011114.8, nr 616; Cass., 3 mei 2004, AR S.03.0108.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040503.23, nr
- Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Begrip en bestaansvereisten Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Begrip en bestaansvereisten Gezag Bewijslevering Beoordeling door de rechter Feitelijke gegevens Niet-onverenigbare gegevens Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - Artt.2en3 Tekst van de beslissing Nr. S.05.0069.N R.R., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 000 Brussel, Dalstraat 67, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 januari 2005 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Wanneer de partijen hun verhouding kwalificeren als de uitvoering van zelfstandige arbeid door de ene in opdracht van de andere, schept dit geen vermoeden van het bestaan van een overeenkomst tot uitvoering van zelfstandige arbeid. Wanneer de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in dit geval socialezekerheids-bijdragen voor werknemers opvordert, moet hij het bestaan van een arbeidsovereenkomst bewijzen, wat inhoudt dat het bewijs zal dienen te worden geleverd dat de arbeid uitgevoerd werd onder het gezag van de opdrachtgever-werkgever.
- Omtrent de gegevens die aangevoerd worden om het bestaan van een gezagsrelatie te staven, is het de taak van de rechter na te gaan of deze gegevens een toepassing of de mogelijkheid tot toepassing van gezag op de uitvoering van de arbeid zoals in een arbeidsovereenkomst aantonen, die onverenigbaar is met de loutere uitvoering van controle en het geven van instructies in het kader van een overeenkomst voor zelfstandige arbeid.
- Het arrest stelt vast dat: - zowel D. F. als D. R. in 1991 enkel hun arbeid ter beschikking stelden van de eiser om de bij de eiser bestelde keukens te plaatsen; - D. F. en D. R. hun rechtsverhouding hebben willen kwalificeren als een zelfstandig statuut; - zij de keukens plaatsten op de door de eiser aangeduide plaats; - het werk werd uitgevoerd op zijn initiatief en onder zijn instructies; - D. F. en D. R. arbeid verrichtten tegen een vast uurloon; - D. F. niet was ingeschreven in het handelsregister en geen BTW-nummer had.
- Op grond van die vaststellingen beslist het arrest dat dit gebeurde onder het gezag van (de eiser) en dat (de eiser), wat op zich niet wordt betwist, de mogelijkheid had om controle uit te oefenen op de uitvoering van de arbeid. Het arrest geeft daarbij niet aan hoe en waardoor de instructies aan D. F. en D. R. van die aard waren dat zij onverenigbaar waren met het uitvoeren van hun werk als zelfstandige, zoals D. F. en D. R. zelf hebben voorgehouden.
- Met betrekking tot D. F. en D. R., die hun rechtsverhouding in 1991 kwalificeerden als "een zelfstandig statuut", rechtvaardigt het arrest zodoende niet dat uit de voormelde gegevens kon worden afgeleid dat eiser in 1991 de twee genoemde medewerkers heeft tewerkgesteld in het kader van een arbeidsovereenkomst.
- Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Ghislain Londers, en in openbare terechtzitting van 20 maart 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060320.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011114.8 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040503.23 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050502.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070205.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div