← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.5 Rolnummer: P.05.1701.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-18 Raadplegingen: 714 - laatst gezien 2026-07-04 08:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De kamer van inbeschuldigingstelling, die met toepassing van artikel 28sexies, § 4, Wetboek van Strafvordering, oordeelt over het hoger beroep tegen de beslissing van de procureur des Konings over het verzoek tot opheffing van een opsporingshandeling met betrekking tot goederen, doet geen uitspraak met toepassing van de artikelen 135 en 235bis, Wetboek van Strafvordering en dergelijke beslissing is evenmin een eindbeslissing in de zin van artikel 416, eerste lid, van hetzelfde wetboek, zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is

(1).
(1)Zie Cass., 23 dec. 2003, AR P.03.1363.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031223.5, nr 668; 16 feb. 1999, AR P.99.0015.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990216.4, nr 89; 17 nov. 1999, AR P.99.1540.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991117.12, nr 611; 16 mei 2000, AR P.00.0296.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000516.7, nr 299; 30 okt. 2001, AR P.01.1259.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011030.13, nr 584. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: Verzoek tot opheffing van een opsporingshandeling - Afwijzing van het verzoek door de procureur des Konings - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Voorziening - Ontvankelijkheid Fiche 2 De artikelen 135 en 235bis, Wetboek van Strafvordering verlenen aan de kamer van inbeschuldigingstelling de bevoegdheid om uitspraak te doen over de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek, maar niet over de regelmatigheid van het opsporingsonderzoek gevoerd door het openbaar ministerie, wanneer dit opsporingsonderzoek nog niet geleid heeft tot het instellen van de strafvordering
(1).
(1)Zie Cass., 23 dec. 2003, AR P.03.1363.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031223.5, nr 668. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Verzoek tot opheffing van een opsporingshandeling - Afwijzing van het verzoek door de procureur des Konings - Hoger beroep - Onderzoek van de regelmatigheid van het opsporingsonderzoek - Bevoegdheid Fiche 3 Er is slechts een beslissing inzake bevoegdheid als bedoeld in artikel 416, tweede lid, Strafvordering wanneer de rechter zich de bevoegdheid van een andere rechter heeft toegeëigend, derwijze dat daaruit een conflict van rechtsmacht ontstaat waaraan enkel met een regeling van rechtsgebied en einde kan worden gesteld
(1).
(1)Cass., 4 feb. 1998, AR P.98.0017.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980204.6, nr 65; 13 okt. 1998, AR P.97.0368.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981013.8, nr 442; 9 juni 1999, AR P.99.0510.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990609.22, nr 343; 30 okt. 2001, AR P.01.1259.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011030.13, nr 584; 18 sept. 2002, AR P.02.0874.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020918.12, nr
  1. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Geschil inzake bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 416, tweede lid, en 539 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.05.1701.N I. ANTIQUAIR GRUSENMEYER K. nv, met zetel te 1000 Brussel, Lebeaustraat 14, verzoekster tot het opheffen van een opsporingshandeling, eiseres, met als raadsman mr. Eric Pringuet, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9031 Drongen, Kroonprinsstraat 1A, alwaar de eiseres woonplaats kiest. II. D G A, verzoekster tot het opheffen van een opsporingshandeling, eiseres, met als raadsman mr. Eric Pringuet, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9031 Drongen, Kroonprinsstraat 1A, alwaar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen de arresten, op 15 december 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling. De beide eiseressen voeren elk in een memorie drie middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. De kamer van inbeschuldigingstelling die met toepassing van artikel 28sexies Wetboek van Strafvordering oordeelt over het hoger beroep tegen de beslissing van de procureur des Konings over het verzoek tot het opheffen van een opsporingshandeling met betrekking tot de goederen, doet geen uitspraak met toepassing van de artikelen 135 en 235bis van hetzelfde wetboek. Deze bepalingen verlenen aan de kamer van inbeschuldigingstelling de bevoegdheid uitspraak te doen over de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek, maar niet over de regelmatigheid van het opsporingsonderzoek gevoerd door het openbaar ministerie wanneer dit opsporingsonderzoek, zoals hier, nog niet geleid heeft tot het vorderen van een strafonderzoek.
  3. Er is slechts een beslissing inzake bevoegdheid als bedoeld in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering wanneer de rechter zich de bevoegdheid van een andere rechter heeft toegeëigend derwijze dat daaruit een conflict van rechtsmacht ontstaat waaraan enkel met de regeling van rechtsgebied een einde kan worden gesteld. Het arrest dat oordeelt dat de Belgische rechtbanken bevoegd zijn om uitspraak te doen inzake heling van kunstvoorwerpen afkomstig uit Pakistan, doet geen uitspraak over dergelijke betwisting.
  4. Evenmin houdt het arrest een eindbeslissing in.
  5. De cassatieberoepen zijn niet ontvankelijk. De middelen
  6. De middelen die geen verband houden met de ontvankelijkheid van de cassatieberoepen behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiseressen in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 179,27 euro waarvan eiseres sub I 60,73 euro verschuldigd is en 28,90 euro betaald heeft en eiseres sub II 60,74 euro verschuldigd is en 28,90 euro betaald heeft. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 21 maart 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160608.2 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180321.13 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181121.2 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240124.2F.6 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250409.2F.4 ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.006 precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980204.6 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981013.8 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990216.4 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990609.22 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991117.12 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000516.7 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011030.13 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020918.12 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031223.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071204.12 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071204.4 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071204.7 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100420.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150414.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171003.7 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.13 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.