← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.8 Rolnummer: P.05.1558.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-04-20 Raadplegingen: 168 - laatst gezien 2026-07-03 08:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche Thesaurus CAS: WEGVERKEER Vrije woorden: WEGVERKEER Tekst van de beslissing Nr. P.05.1558.N H M W, beklaagde, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 27 oktober 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Antwerpen. De eiser H M W voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. FEITEN Uit het bestreden vonnis blijkt dat "het kindje van 21 maanden oud vooraan aan de passagierskant op de schoot bij vader (d.i. eiser) zat, zonder dat het kind beveiligd was met een veiligheidsgordel. In het voertuig was geen kinderzitje aanwezig". De eiser werd initieel vervolgd wegens een inbreuk op het artikel 44.2 Wegverkeerreglement. De appelrechters hebben deze telastlegging geherkwalificeerd in een inbreuk op het artikel 35.1.1 Wegverkeerreglement. Zij hebben de eiser schuldig bevonden aan de inbreuk op artikel 35.1.1 Wegverkeerreglement, zoals geherkwalificeerd. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Algemeen

  1. Artikel 35.1.1 Wegverkeerreglement bepaalt dat de bestuurder en de passagiers van auto's die aan het verkeer deelnemen de veiligheidsgordel moeten dragen op de plaatsen die ermee uitgerust zijn. Kinderen van minder dan drie jaar moeten vervoerd worden in een voor kinderen, aan hun grootte en hun gewicht aangepast goedgekeurd bevestigingssysteem indien de auto daarmee is uitgerust. Kinderen van drie jaar of meer en minder dan twaalf jaar moeten vervoerd worden in een aan hun grootte en hun gewicht aangepast goedgekeurd bevestigingssysteem, of de veiligheidsgordel dragen. Artikel 44.2 Wegverkeerreglement bepaalt dat het de bestuurder verboden is kinderen van minder dan twaalf jaar voorin plaats te laten nemen in een auto tenzij deze vooraan uitgerust is met veiligheidsgordels of met een bevestigingssysteem goedgekeurd om vooraan geplaatst te worden.
  2. Uit deze beide artikels samen volgt dat kinderen van minder dan drie jaar enkel voorin in een auto mogen plaatsnemen wanneer het voertuig vooraan uitgerust is met een bevestigingssysteem goedgekeurd om vooraan geplaatst te worden. Eerste middel
  3. Het middel gaat ervan uit dat kinderen van minder dan drie jaar voorin in een auto mogen plaatsnemen wanneer het voertuig niet uitgerust is met zulk bevestigingssysteem.
  4. Aldus gaat het uit van een verkeerde rechtsopvatting en faalt het naar recht. Tweede, derde, vierde en vijfde middel
  5. De middelen gaan ervan uit dat kinderen van minder dan drie jaar voorin in een auto mogen plaatsnemen zonder veiligheidsgordel wanneer het voertuig vooraan niet uitgerust is met een correct functionerende veiligheidsgordel of het kind onmogelijk op een correcte wijze kon worden beveiligd met een veiligheidsgordel op die plaats.
  6. Aldus gaan zij uit van een verkeerde rechtsopvatting en falen zij naar recht. Zesde middel
  7. De rechter in strafzaken is verplicht om aan de bij hem aanhangig gemaakte feiten de juiste kwalificatie te geven, mits hij het recht van verdediging eerbiedigt en vaststelt dat de opnieuw gekwalificeerde feiten dezelfde zijn als die waarop de vervolging gegrond is of daarin vervat zijn.
  8. De eiser werd initieel vervolgd wegens een inbreuk op artikel 44.2 Wegverkeerreglement. De appelrechters hebben deze telastlegging geherkwalificeerd in een inbreuk op artikel 35.1.1 Wegverkeerreglement.
  9. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 15 september 2005 en uit het bestreden vonnis blijkt dat de eiser uitgenodigd werd om zich te verdedigen op een mogelijke herkwalificatie van de hem oorspronkelijke telastegelegde overtreding in een inbreuk op artikel 35.1.1 Wegverkeerreglement.
  10. Bovendien blijkt uit het bestreden vonnis dat de appelrechters oordelen dat de in die herkwalificatie bedoelde feiten dezelfde zijn als die waarop de oorspronkelijke kwalificatie gegrond was.
  11. De appelrechters stellen dit onaantastbaar vast.
  12. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  13. In zoverre het middel aanvoert dat de appelrechters niet hebben vastgesteld dat het om dezelfde feiten gaat, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis.
  14. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 53,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 21 maart 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.