← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060328.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060328.1 Rolnummer: P.05.1705.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-07-18 Raadplegingen: 571 - laatst gezien 2026-07-04 08:41 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Een ambtshalve, zonder opdracht van de Procureur des Konings of van de onderzoeksrechter, door een lid van de federale politie van de gerechtelijke dienst van een arrondissement opgesteld proces-verbaal houdende de vaststelling van een gemeenrechtelijk misdrijf is een daad van onderzoek die de verjaring van de strafvordering stuit

(1).
(1)Zie Cass., 17 maart 1975, A.C., 1975, 799; Cass., 7 okt. 1976, A.C., 1977, 148; Cass., 23 dec. 1998, AR A.94.0001.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981223.9, nr
  1. Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Stuiting Vrije woorden: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Stuiting Daad van onderzoek Wettelijke bepalingen: Wet - 05-08-1992 - Artt.15en40 Vrije woorden: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Stuiting Vaststelling van een gemeenrechtelijk misdrijf Lid van de federale politie van een gerechtelijke dienst van een arrondissement Ambtshalve opgesteld proces-verbaal Wettelijke bepalingen: Wet - 05-08-1992 - Artt.15en40 Thesaurus CAS: POLITIE Vrije woorden: POLITIE Lid van de federale politie van een gerechtelijke dienst van een arrondissement Vaststelling van een gemeenrechtelijk misdrijf Ambtshalve opgesteld proces-verbaal Wettelijke bepalingen: Wet - 05-08-1992 - Artt.15en40 Tekst van de beslissing Nr. P.05.1705.N
  2. V J A,
  3. W E, inverdenkinggestelden, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, eisers. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 december
  4. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Enig middel Tweede onderdeel
  5. Het onderdeel voert aan dat het proces-verbaal van een gemeenrechtelijk misdrijf, dat ambtshalve is opgesteld op eigen initiatief zonder opdracht van de procureur des Konings of onderzoeksrechter en buiten het geval van artikel 46 of 49 van het Wetboek van Strafvordering, door een lid van de federale politie, gerechtelijke dienst van het arrondissement Brussel, weze het een hulpofficier van de procureur des Konings, geen daad van onderzoek is in de zin van artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, en de verjaring van de op dat ogenblik niet ingestelde strafvordering niet stuit.
  6. Een daad van onderzoek in de zin van artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is niet noodzakelijk een daad van de onderzoeksrechter of van de procureur des Konings. Daden van onderzoek zijn alle daden die door een bevoegd persoon worden gesteld en die ertoe strekken gegevens te verzamelen om het dossier op de gebruikelijke wijze samen te stellen en de zaak in staat van wijzen te brengen. Vereist wordt aldus dat ze gesteld wordt door een persoon die de nodige hoedanigheid bezit om in de strafrechtspleging op te treden en om de noodzakelijke gegevens over de zaak te verzamelen, hetzij in het kader van een opsporingsonderzoek of van een gerechtelijk onderzoek, hetzij in het stadium van het vonnisgerecht.
  7. Krachtens artikel 8 Wetboek van Strafvordering spoort de gerechtelijke politie de misdaden, de wanbedrijven en de overtredingen op, verzamelt zij de bewijzen ervan en levert de daders over aan de rechtbanken belast met hun bestraffing. Krachtens artikel 9 Wetboek van Strafvordering oefenen onder meer de leden van de federale politie en van de lokale politie de gerechtelijke politie uit. Krachtens artikel 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt (verder genoemd: Wet Politieambt), hebben de politiediensten bij de parketten als taak onder meer de misdaden, de wanbedrijven en de overtredingen op te sporen, de bewijzen ervan te verzamelen, daarvan kennis te geven aan de bevoegde overheden, de daders ervan te vatten, aan te houden en ter beschikking te stellen van de bevoegde overheid, op de wijze en in de vormen door de wet bepaald. Overeenkomstig artikel 40 Wet Politieambt worden de bij een politieambtenaar ingediende klachten of aangiften, alsook de over misdrijven verkregen inlichtingen en gedane vaststellingen opgenomen in processen-verbaal die aan de bevoegde gerechtelijke overheden worden toegezonden.
  8. Ook het lid van de federale politie, gerechtelijke dienst van het arrondissement Brussel, behoort tot de politiediensten bij de parketten. Hij heeft aldus krachtens voormeld artikel 9 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 15 en 40 Wet Politieambt, als lid van de federale politie, de nodige hoedanigheid om zelfs ambtshalve, zonder opdracht van de procureur des Konings of van de onderzoeksrechter een proces-verbaal van vaststellingen op te stellen dat aan de voorwaarden van artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering beantwoordt.
  9. Het onderdeel faalt naar recht. Eerste onderdeel
  10. Het onderdeel voert aan dat het bedoelde proces-verbaal niet kan worden aangezien als een daad van vervolging in de zin van artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering dat de verjaring zou stuiten.
  11. Zoals uit het antwoord op het tweede onderdeel blijkt, is dit proces-verbaal hoe dan ook een geldige daad van onderzoek, die de verjaring kan stuiten.
  12. Het onderdeel kan niet tot cassatie leiden, zodat het niet ontvankelijk is. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 28 maart 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060328.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20151124.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981223.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.