← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060330.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060330.7 Rolnummer: C.04.0553.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-07-18 Raadplegingen: 660 - laatst gezien 2026-07-04 05:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit het feit dat het voorwerp en de oorzaak van een rechtsvordering waarover definitief is beslist niet dezelfde zijn als die van een latere rechtsvordering tussen dezelfde partijen, volgt niet dat de rechter een aanspraak kan aannemen waarvan de grondslag onverenigbaar is met het vroegere gewijsde

(1).
(1)Cass., 14 feb. 2002, AR C.99.0088.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020214.7, nr
  1. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Vrije woorden: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Voorwerp en oorzaak van een vordering niet dezelfde als die van een latere rechtsvordering Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.23tot27 Tekst van de beslissing Nr. C.04.0553.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Infrastructuur, met kantoor te 1040 Brussel, Aarlenstraat 104, eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering voor wie optreedt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, met kabinet te 1000 Brussel, Graaf de Ferrarisgebouw, Koning Albert II-laan 20, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 24 juni 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Krachtens de artikelen 23 tot en met 27 van het Gerechtelijk Wetboek volgt uit het feit dat het voorwerp en de oorzaak van een rechtsvordering waarover definitief is beslist niet dezelfde zijn als die van een latere rechtsvordering tussen dezelfde partijen, niet dat de rechter een aanspraak kan aannemen waarvan de grondslag onverenigbaar is met het vroegere gewijsde.
  3. Het arrest oordeelt op de door de eiser aangevoerde exceptie van het gezag van het rechterlijk gewijsde dat het voorwerp in beide procedures hetzelfde is, namelijk de betaling van een bepaalde som geld, maar de oorzaak verschillend is en bovendien moest in de eerste procedure geen uitspraak worden gedaan over de vordering van verweerder tegen de eiser, zoals die in deze procedure aanhangig is gemaakt. Het arrest neemt een aanspraak aan waarvan de grondslag onverenigbaar is met het vroeger gewijsde.
  4. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, en de raadsheren Greta Bourgeois en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van 30 maart 2006 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060330.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2021:ARR.20210212.7 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130131.3 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130308.8 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170616.4 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240513.3F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020214.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081204.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.