← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060330.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060330.8 Rolnummer: C.05.0346.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-07-18 Raadplegingen: 188 - laatst gezien 2026-07-03 08:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche De werkelijke bedoeling van een inschrijver die een kennelijk materiële vergissing maakt in zijn offerte kan ook blijken uit de toelichting die door de aanbestedende overheid aan de inschrijver wordt gevraagd. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - OVERHEIDSOPDRACHTEN - Algemene uitvoeringsbepalingen overheidsopdrachten - Offerte en offerteaanvraag Vrije woorden: OVERHEIDSOPDRACHTEN (WERKEN. LEVERINGEN. DIENSTEN) Offertes Rekenfouten en kennelijk materiële vergissingen Verbetering door de aanbestedende overheid Werkelijke bedoeling van de inschrijver Toelichting door de inschrijver Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 08-01-1996 - Art.111,eerste Annotaties Publicaties: R.W. - Mieke GELDERS; De verbetering van een offerte ... - 2007-2008, 63-66 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0346.N VLAAMS WONINGFONDS VAN DE GROTE GEZINNEN, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 1000 Brussel, de Meeussquare 26-27, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen B&R BOUW EN RENOVATIE, naamloze vennootschap, met zetel te 8930 Rekkem, Lauwestraat 71, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 11 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel

  1. Volgens artikel 111, eerste lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, verbetert de aanbestedende overheid de rekenfouten en kennelijke materiële fouten in de offertes, alvorens de aannemer aan te wijzen, zonder dat zij voor niet ontdekte fouten aansprakelijk is. Volgens het tweede lid van voornoemd artikel, gaat de aanbestedende overheid, voor het verbeteren van die fouten, de werkelijke bedoeling na van de inschrijver met alle middelen, onder meer door een onderzoek van de prijzen, een vergelijking van de prijzen met die van de overige inschrijvers en met de gangbare prijzen. De werkelijke bedoeling van de inschrijver die een kennelijke materiële vergissing maakt, kan ook blijken uit de toelichting die door de aanbestedende overheid aan de inschrijver wordt gevraagd.
  2. Uit de gegevens waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerster heeft deelgenomen aan een openbare aanbesteding voor een renovatieproject uitgeschreven door de eiseres; - de verweerster in haar offerte voor de post 5.3.b melding maakte van een eenheidsprijs van 119 BEF; - de eiseres op 26 september 2000 tot verweerster een verzoek tot verantwoording richtte met betrekking tot de abnormale prijs voor de post 5.3.b; - de verweerster hierop antwoordde dat de opgegeven prijs op een materiële vergissing berustte en dat de eenheidsprijs 1.190 BEF bedroeg, zodat de totale prijs 497.800 BEF diende te zijn; - de eiseres weigerde rekening te houden met deze rechtzetting zodat verweerster als inschrijver werd geweerd; - de verweerster aanspraak maakt op schadevergoeding.
  3. De appelrechters oordelen dat het "duidelijk is dat (de verweerster) een verkeerde eenheidsprijs heeft ingegeven en dat de architect, na verrechtvaardiging van deze eenheidsprijs te hebben gevraagd, aan de hand van vergelijking met de overige offertes en met zijn raming de werkelijke bedoeling van de inschrijver heeft kunnen vaststellen".
  4. Door op grond die vaststellingen en overwegingen te oordelen dat de verweerster "op een onregelmatige wijze als laagste inschrijver werd geweerd", is het arrest naar recht verantwoord en regelmatig gemotiveerd.
  5. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  6. Gelet op het antwoord op het vergeefs aangevoerde eerste onderdeel, vertoont het onderdeel geen belang.
  7. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 700,81 euro jegens de eisende partij en op de som van 167,47 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, en de raadsheren Greta Bourgeois en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van 30 maart 2006 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060330.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.