← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060403.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006

Art.1345

,eerst Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: VORDERING IN RECHTE Huur van goederen Pacht Minnelijke schikking Voorwaarden Rechtsvordering inzake pacht en inzake het recht van voorkoop ten gunste van de huurders van landeigendommen Wettelijke bepalingen:

Art.1345

,eerst Fiches 3 - 4 De enkele omstandigheid dat de oplossing van een geschil te vinden is in de rechtsregels die de pacht van voorkoop beheersen, heeft niet tot noodzakelijk gevolg dat de vordering waarin gevraagd wordt dat geschil te beslechten, moet worden aangemerkt als een rechtsvordering inzake pacht en inzake het recht van voorkoop ten gunste van de huurders van landeigendommen. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Algemeen Vrije woorden: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Algemeen Minnelijke schikking Voorwaarden Voorwerp van de rechtsvordering Oplossing van een geschil Toepassing van de rechtsregels die de pacht van voorkoop beheersen Wettelijke bepalingen:

Art.1345

,eerst Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: VORDERING IN RECHTE Huur van goederen Pacht Minnelijke schikking Voorwaarden Voorwerp van de rechtsvordering Oplossing van een geschil Toepassing van de rechtsregels die de pacht van voorkoop beheersen Wettelijke bepalingen:

Art.1345

,eerst Fiche 5 De vernietiging van het bestreden vonnis dat de vordering tot schadevergoeding een vordering is inzake pacht of recht van voorkoop brengt de vernietiging mee van het bestreden vonnis dat de vordering tot schadevergoeding ontoelaatbaar is, dat ermee verbonden is

(1).
(1)Zie Cass., 4 maart 2004, AR C.01.0478.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040304.9, nr
  1. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken Vrije woorden: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken Beslissing dat de vordering tot schadevergoeding een vordering is inzake pacht of recht van voorkoop Vernietiging Omvang Beslissing dat de vordering tot schadevergoeding ontoelaatbaar is Annotaties Publicaties: R.A.G.B. - Kim DEVOLDER; Over de vordering inzake pacht en recht van voorkoop ex artikel 1345, eerste lid Ger. W. - 2008, 611-619 J.T. - X; note - livr.6261, 225 Tekst van de beslissing Nr. C.04.0181.N
  2. S. D.,
  3. V. M., eisers, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekonigenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  4. V.B.,
  5. K. R.,
  6. K. D.,
  7. TARQUINIUS, naamloze vennootschap, met zetel te 9000 Gent, Krijgslaan 47, vertegenwoordigd door Mr. Frank Van Vlaenderen, met kantoor te 9000 Gent, Krijgslaan 47,
  8. B. N.,
  9. C.M., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen, op 12 september 2003 en 28 november 2003 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Kortrijk. De zaak is bij beschikking van de voorzitter van 23 februari 2006 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift twee middelen aan. Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 1345, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 8 van de wet van 28 december 1967 en bij artikel 2 van de wet van 1 maart
  10. Aangevochten beslissing In het bestreden tussenvonnis van 12 september 2003 beslist de rechtbank van eerste aanleg dat de vordering van eisers zoals gewijzigd in een vordering tot schadevergoeding, een vordering is "inzake pacht of recht van voorkoop" en dat op de volgende gronden: "Heeft de gewijzigde vordering het voorwerp uitgemaakt van een voorafgaandelijke oproeping tot minnelijke schikking en is dit een ontvankelijkheidsvereiste? (De eerste verweerder) argumenteert dat de gewijzigde vordering (tot schadevergoeding) geen voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaandelijke oproeping tot minnelijke schikking zodat de gewijzigde vordering niet kan toegelaten worden. In zijn synthesebesluiten haalt (de eerste verweerder) letterlijk het dispositief aan van het verzoekschrift in minnelijke schikking. Artikel 1345bis van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat geen vordering inzake pacht of het recht van voorkoop kan worden toegelaten, indien de eiser niet vooraf aan de rechter een verzoek tot minnelijke schikking heeft gedaan. Er kan geen twijfel over bestaan dat de kwestieuse vordering (tot schadevergoeding wegens miskenning van het verbod tot pachtoverdracht gedurende een periode van 9 jaar zoals voorzien in artikel 54 van de Pachtwet, vordering gebaseerd op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek) een vordering is 'inzake pacht of het recht van voorkoop'. (De eisers stellen) in (hun) besluiten neergelegd op 13 juni 2003 letterlijk: 'Trouwens in de oproeping in verzoening (van 2 juli 1997) staat vermeld dat de uitgesloten kopers gerechtigd zijn op ofwel herstel in natura of subsidiairlijk op schadevergoeding'. De rechtbank stelt vast dat geen der partijen, die nochtans letterlijk citeren uit de oproeping en deze oproeping uitdrukkelijk als stuk aanwenden, de oproeping zelf voorlegt. De rechtbank kan derhalve niet oordelen of de oproeping in verzoening ook de gewijzigde vordering tot voorwerp had of bevatte. De debatten worden derhalve nogmaals ambtshalve heropend ten einde de oproeping in verzoening neer te leggen". De rechtbank stelt aldus onder meer vast dat de gewijzigde vordering van de eisers steunt op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek en het verkrijgen van schadevergoeding tot voorwerp heeft. Grieven Krachtens artikel 1345, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt inzake pacht en recht van voorkoop ten gunste van de huurders van landeigendommen geen enkele rechtsvordering toegelaten, indien de eiser niet tevoren aan de rechter een schriftelijk of mondeling verzoek heeft gedaan om de toekomstige verweerder voor een minnelijke schikking te doen oproepen. Krachtens artikel 48bis van de Pachtwet kan de pachter, onder bepaalde voorwaarden, zijn recht van voorkoop voor het gehele goed of voor een deel ervan, indien hij het voor het overige deel zelf uitoefent, aan één of meer derden overdragen. De pachter die zijn recht van voorkoop aldus heeft overgedragen, mag gedurende een periode van negen jaar te rekenen vanaf het begin van de nieuwe pachtperiode, de exploitatie van het goed niet overdragen aan andere personen dan zijn echtgenoot, zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of die van zijn echtgenoot of aan de echtgenoten van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen. Bij overtreding van die bepaling is de pachter een schadevergoeding verschuldigd aan de verkoper, tenzij hij vooraf, op grond van ernstige redenen, machtiging van de vrederechter heeft verkregen. Artikel 48bis van de Pachtwet heeft enkel voor de verkoper in een schadevergoeding voorzien. Dat artikel voorziet evenwel in niets voor de "ontzette koper", te weten de kandidaat-koper van het goed die door de pachter die gebruik heeft gemaakt van dat artikel 48bis, uitgesloten werd. De wetgever heeft de positie van deze "derde" inderdaad niet geregeld. De "ontzette koper" kan evenwel op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek schadevergoeding eisen van (onder meer) de pachter die zijn recht van voorkoop heeft overgedragen en de op hem rustende verplichtingen niet nakomt. De kandidaat-koper wiens kansen op aankoop verdwenen wegens de overdracht van voorkoop, kan krachtens de algemene regels van de burgerlijke aansprakelijkheid een schadevergoeding vorderen indien hij werkelijk schade heeft geleden. Indien de "ontzette koper" (zoals de eisers) een dergelijke eis stelt, vindt de procedure haar grondslag niet in de Pachtwet. Het geschil gaat immers niet over "pacht" of het "recht van voorkoop" zelf, maar over het feit dat de pachter een recht dat de Pachtwet hem toekent, misbruikt heeft en aldus - al dat niet samen met anderen - een fout heeft gepleegd. Vorderingen in het kader van een pachtcontract die steunen op andere rechtsgronden dan de Pachtwet of de pachtovereenkomst, zijn geen rechtsvorderingen inzake pacht en recht van voorkoop in de zin van artikel 1345 van het Gerechtelijk Wetboek. De vordering van de eisers werd volgens de vaststellingen van de rechtbank gewijzigd in een vordering tot schadevergoeding en steunt op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek. Die vordering valt niet onder het pachtrecht en valt dus niet onder de toepassing van artikel 1345 van het Gerechtelijk Wetboek. Conclusie De rechtbank van eerste aanleg beslist niet wettig dat de vordering van de eisers zoals gewijzigd in een vordering tot schadevergoeding, een vordering is "inzake pacht of recht van voorkoop" in de zin van artikel 1345 van het Gerechtelijk Wetboek (schending van artikel 1345, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 8 van de wet van 28 december 1967 en bij artikel 2 van de wet van 1 maart 1978). Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 13, 807, 809 en 1345, zoals gewijzigd bij artikel 8 van de wet van 28 december 1967 en bij artikel 2 van de wet van 1 maart 1978, van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissing In het bestreden eindvonnis van 28 november 2003 verklaart de rechtbank van eerste aanleg de bij conclusie door eisers gewijzigde vordering in een vordering tot schadevergoeding ontoelaatbaar en dat op de volgende gronden: "
  11. Beoordeling In het verzoekschrift tot oproeping in verzoening wordt eerst een feitelijke uiteenzetting gegeven waarin van belang is voor huidig geschil de volgende passage: 'Aldus zijn (de eisers) te aanzien als 'uitgesloten derden' die gerechtigd zijn op ofwel herstel in natura of subsidiairlijk op schadevergoeding. (De eisers) opteren voor herstel in natura' In het beschikkend gedeelte wordt letterlijk gesteld: 'Ten einde er verzoening na te streven over volgende punten: - dat (eisers) dienen aanzien te worden als 'uitgesloten derden' die gerechtigd zijn op herstel in natura, - dat de koopovereenkomst die tot stand kwam per 25 november 1996 tussen (...) nietig is, - dat de oorspronkelijke verkoopovereenkomst tussen (...) dient uitgevoerd te worden, - dat (eerste verweerder) het goed niet verder mag betreden daar hij geen pachtersrechten heeft'. De rechtbank is van oordeel dat de bij besluiten van 7 maart 2003 ingestelde vordering tot schadevergoeding niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaandelijke oproeping in verzoening en derhalve niet toelaatbaar is. Een loutere verwijzing naar de mogelijkheid tot het vorderen van een schadevergoeding i.p.v. herstel in natura waaraan onmiddellijk expliciet wordt toegevoegd dat geopteerd wordt voor herstel in natura, is niet voldoende als hebbende het voorwerp uitgemaakt van een oproeping in minnelijke schikking. Zij steunt zich hierbij op de in die zin gevestigde rechtspraak van het Hof van Cassatie en op de rechtsleer. De ratio legis van artikel 1345 van het Gerechtelijk Wetboek is immers procedures te vermijden. ln casu is op voorhand en a priori niet uit te sluiten dat een minnelijke schikking zou kunnen bereikt worden over een schadevergoeding i.p. v. het oorspronkelijk gevorderde herstel in natura. Cass., 7 maart 2002, AR. C.99.0360.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020307.9: 'Als een vordering inzake recht van voorkoop meerdere punten omvat, dan is de vordering ontvankelijk voor de punten waarvoor tot minnelijke schikking is opgeroepen en niet ontvankelijk voor de overige punten van de vordering'. Erik Stassijns, Pacht, APR, 1998, 658 e. v.: '... In de mate waarin de gewijzigde vordering een nieuwe vordering uitmaakt, moet zij voorafgegaan worden door een verzoek tot minnelijke schikking. Tal van auteurs zijn dan ook van oordeel dat een nieuwe vordering, die niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een verzoek tot oproeping tot minnelijke schikking niet ontvankelijk is, zelfs al berust ze op een feit of een akte in de dagvaarding aangevoerd'. Robert Eecklo & Rudi Gotzen, Pacht & Voorkoop, 1990, 413 e. v.: '... Behoudens akkoord van de verweerder mag de oorspronkelijke eis dus niet vermeerderd worden in de loop van het geding en mogen er dus ook geen nieuwe punten aan toegevoegd worden'. Door alle auteurs wordt gewezen op het belang om de oproeping in minnelijke schikking met de nodige volledigheid en precisie te omschrijven. Deze exceptie werd wel degelijk in limini litis opgeworpen. (Eerste verweerder) heeft vooreerst de onontvankelijkheid ingeroepen bij gebreke aan oproeping in minnelijke schikking bij toepassing van artikel 1345 van het Gerechtelijk Wetboek. Nadat deze oproeping voorgelegd werd, werd niet langer aangedrongen met betrekking tot deze onontvankelijkheid 'althans voor wat de ingestelde vordering betreft tot nietigverklaring van de verkoop van 25 januari 1996 en 'herstel in natura' door uitvoering van de onderhandse verkoop van 23 oktober 1995'. Nadat tenslotte definitief was beslist dat uitvoering in natura niet (meer) mogelijk was, en de vordering gewijzigd werd in een vordering tot schadevergoeding werd onmiddellijk diezelfde exceptie van onontvankelijkheid opgeworpen thans toegespitst op het niet oproepen in verzoening voor de (gewijzigde) vordering tot schadevergoeding. De rechtbank verklaart de aldus gewijzigde vordering derhalve ontoelaatbaar". Grieven Krachtens artikel 13 van het Gerechtelijk Wetboek is een tussenvordering iedere vordering die in de loop van het geding wordt ingesteld en ertoe strekt hetzij de oorspronkelijke vordering te wijzigen of nieuwe vorderingen tussen de partijen in te stellen, hetzij personen die nog niet in het geding zijn geroepen, erin te betrekken. Krachtens artikel 809 van het Gerechtelijk Wetboek worden tussen de partijen in het geding de tussenvorderingen - waaronder de wijziging of uitbreiding van de vordering bedoeld in artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek - ingesteld bij conclusies die op de griffie worden neergelegd en aan de overige partijen worden meegedeeld. Artikel 1345, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat inzake pacht, recht van voorkoop ten gunste van de huurders van landeigendommen, recht van uitweg en, tenzij bij tussenvordering, in zake uitgesteld loon inzake land- en tuinbouw, geen enkele rechtsvordering wordt toegelaten, indien de eiser niet tevoren aan de rechter een schriftelijk of mondeling verzoek heeft gedaan om de toekomstige verweerder ter minnelijke schikking te doen oproepen. Die wetsbepaling heeft tot doel procedures te vermijden. Het tweede lid van artikel 1345 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, wat de termijnen betreft die bij de wet verleend worden, het verzoek tot oproeping tot minnelijke schikking de gevolgen heeft van een dagvaarding onder de in dat lid bepaalde voorwaarden. Een tussenvordering veronderstelt een aanhangige hoofdvordering en wordt in de regel bij conclusie ingesteld. Een procedure kan dus niet meer worden vermeden door een oproeping tot minnelijke schikking. Daaruit volgt dat artikel 1345 van het Gerechtelijk Wetboek geen toepassing vindt bij een tussenvordering. Uit de procedurestukken, onder meer uit het tussenvonnis van 12 september 2003, blijkt dat eisers hun oorspronkelijke vordering in conclusie ter griffie van de rechtbank neergelegd op 9 januari 2003, hebben gewijzigd in een vordering tot schadevergoeding (pagina 3, laatste alinea en pagina 4, midden, van het tussenvonnis van 12 september 2003). De vordering tot schadevergoeding werd dus bij tussenvordering door eisers gesteld. Artikel 1345 van het Gerechtelijk Wetboek is daarop niet van toepassing. Conclusie De rechtbank van eerste aanleg verklaart niet wettig de bij conclusie door eisers gewijzigde vordering in een vordering tot schadevergoeding, ontoelaatbaar (schending van de artikelen 13, 807, 809 en 1345, zoals gewijzigd bij artikel 8 van de wet van 28 december 1967 en bij artikel 2 van de wet van 1 maart 1978, van het Gerechtelijk Wetboek). III. BESLISSING VAN HET HOF Eerste middel
  12. Krachtens artikel 1345, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, inzake pacht en inzake het recht van voorkoop ten gunste van de huurders van landeigendommen wordt geen enkele rechtsvordering toegelaten, indien de eiser niet tevoren aan de rechter een schriftelijk of mondeling verzoek heeft gedaan om de toekomstige verweerder ter minnelijke schikking te doen oproepen.
  13. Als een rechtsvordering inzake pacht en inzake het recht van voorkoop ten gunste van de huurders van landeigendommen moet worden aangemerkt, de vordering waarvan het voorwerp de toepassing betreft van de rechtsregels met betrekking tot de pacht dan wel het recht van voorkoop dat in geval van vervreemding van een landeigendom toekomt aan de pachter ervan.
  14. De enkele omstandigheid dat de oplossing van een geschil te vinden is in de rechtsregels die de pacht en het recht van voorkoop beheersen, heeft niet tot noodzakelijk gevolg dat de vordering waarin gevraagd wordt dat geschil te beslechten, moet worden aangemerkt als een rechtsvordering inzake pacht en inzake het recht van voorkoop ten gunste van de huurders van landeigendommen.
  15. De appelrechters stellen vast dat de vordering van de eisers, als ontzette kopers, gebaseerd is op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek.
  16. De appelrechters die oordelen dat deze vordering een vordering is "inzake pacht of het recht van voorkoop" in de zin van artikel 1345, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, miskennen deze wetsbepaling.
  17. Het middel is gegrond. Omvang van cassatie
  18. De vernietiging van het bestreden vonnis van 12 september 2003 brengt de vernietiging mee van het bestreden vonnis van 28 november 2003 dat ermee verbonden is. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden vonnissen van 12 september 2003 en 28 november
  19. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant de vernietigde vonnissen. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het de Rechtbank van Eerste Aanleg te Ieper, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelings-voorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van drie april tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060403.3 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020307.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040304.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081023.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.