← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.3 Rolnummer: P.05.1607.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-14 Raadplegingen: 508 - laatst gezien 2026-07-04 03:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de artikelen 369, 11° en 12°, 377 en 394 Wet Milieutaks, vóór zijn wijziging bij wet van 7 maart 1996, volgt dat tot 9 april 1996, datum van inwerkingtreding van laatstgenoemde wet, de milieutaksen verschuldigd waren van zodra er een handeling werd gesteld waardoor de rechten bij invoer, de accijns of de belasting over de toegevoegde waarde voor de eerste maal in het land verschuldigd worden, ongeacht de aard van de handeling die aanleiding gaf tot het verschuldigd zijn van de rechten, accijnzen en belasting over de toegevoegde waarde en ongeacht de bestemmeling van de producten. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: MILIEURECHT Milieutaks Wet Milieutaks Toestand voor de wijziging door de wet van 7 maart 1996 Batterijen Handelingen waardoor de milieutaks verschuldigd wordt Fiche 2 Uit de artikelen 369, 11° en 369, 11°bis, Wet Milieutaks, zoals gewijzigd door de wet van 7 maart 1996, volgt dat de milieutaks verschuldigd is in de fase van het distributieproces die net voorafgaat aan de levering van de aan de milieutaks onderworpen producten aan personen die ze daadwerkelijk verbruiken, ongeacht of het gaat om een intermediair verbruik of om een eindverbruik, met andere woorden bij de levering van de producten aan de kleinhandelaar die de laatste schakel vormt tussen de verbruiker enerzijds en de groothandelaar anderzijds. Wanneer de groothandelaar rechtstreeks de aan de milieutaks onderworpen producten levert aan particulieren, blijft hij een belastingplichtige die de milieutaks verschuldigd is, aangezien hij in dat geval in zijn hoedanigheid van groothandelaar rechtstreeks aan zichzelf levert in zijn hoedanigheid van kleinhandelaar en aldus zelf de aan de milieutaks onderworpen producten in verbruik brengt in de zin van artikel 369, 11° Wet Milieutaks. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: MILIEURECHT Milieutaks Wet Milieutaks Toestand na de wijziging door de wet van 7 maart 1996 Batterijen Handelingen waardoor de milieutaks verschuldigd wordt Groothandelaar Rechtstreekse levering aan particulieren Tekst van de beslissing Nr. P.05.1607.N BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, met kantoor te Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der Douane en Accijnzen van de provincie Antwerpen, met kantoor te Antwerpen, Kattendijkdok Oostkaai 22, vervolgende partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen R S, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 2 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. TERZAKE DIENENDE GEGEVENS De verweerder werd door eiser vervolgd wegens mededaderschap aan: "Zoals het op 27 juli 1999 te 2018 Antwerpen, Vestingstraat 53 werd vastgesteld door de controle der accijnzen Antwerpen I en uit verder onderzoek is gebleken, dat (de verweerder) zich schuldig heeft gemaakt aan: Feit I: het niet-betalen van milieutaksen op 4.097 batterijen, welke in de periode van 1 januari 1996 tot 31 december 1996 in België in verbruik gesteld werden; Feit II: het niet-aanbrengen van het kenteken inzake milieutaks op batterijen". Het bestreden arrest preciseert vooreerst de tijdsbepaling van de beide telastleggingen als "tussen 31 december 1995 en 1 januari 1997, steeds met eenzelfde opzet, met een laatste feit op 31 december 1996". Het veroordeelt de verweerder vervolgens bij eenvoudige schuldigverklaring als dader, aan de hem sub 1 en 2 ten laste gelegde feiten, "doch wat feit I betreft, slechts voor een niet nader te bepalen aantal batterijen". Op civielrechtelijk gebied verklaart het bestreden arrest de vordering van de eiser ontvankelijk en "in gezegde mate" deels gegrond, veroordeelt de verweerder tot betaling van één euro provisioneel met interest en wijst het meergevorderde af. Het bestreden arrest steunt zijn beslissing op de uitleg die het geeft van het hier toepasselijke geachte artikel 369, 11°bis, van de gewone wet tot vervollediging van de federale staatsstructuur, zoals ingevoegd bij de wet van 7 maart
  2. Het oordeelt op grond van die uitleg dat in de mate dat de verweerder als groothandelaar rechtstreeks aan particulieren leverde er geen milieutaks verschuldigd was. Omdat niet werd uitgemaakt welke hoeveelheden de verweerder leverde aan respectievelijk kleinhandelaren en particulieren, beperkte het arrest de feiten waarvoor het de verweerder veroordeelt bij eenvoudige schuldigverklaring en ook de veroordeling op civielrechtelijk gebied. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel heeft betrekking op de beslissing over de feiten gepleegd vóór 9 april
  4. Het voor het jaar 1996 toepasselijke artikel 377 van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur (verder genoemd: Wet Milieutaks) bepaalt onder meer dat alle in het verbruik gebrachte batterijen onderworpen zijn aan een milieutaks van 20 frank per batterij. Het voor het jaar 1996 toepasselijke artikel 394 Wet Milieutaks bepaalt dat de belastingplichtige de milieutaks verschuldigd is bij het in verbruik brengen. Volgens artikel 369, 11° , Wet Milieutaks, vóór zijn wijziging bij wet van 7 maart 1996, is het in verbruik brengen de handeling waardoor de rechten bij invoer, de accijns of de belasting over de toegevoegde waarde voor de eerste maal in het land verschuldigd worden. Krachtens het voor datzelfde jaar toepasselijke artikel 369, 12°, Wet Milieutaks is de belastingplichtige elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die overgaat tot het in het verbruik brengen van producten die onderworpen zijn aan een milieutaks.
  5. Uit de voormelde bepalingen volgt dat tot 9 april 1996, dit is de dag van de inwerkingtreding van de wet van 7 maart 1996 tot wijziging van de Wet Milieutaks, de milieutaksen verschuldigd waren van zodra er een handeling werd gesteld waardoor de rechten bij invoer, de accijns of de belasting over de toegevoegde waarde voor de eerste maal in het land verschuldigd worden, ongeacht de aard van de handeling die aanleiding gaf tot het verschuldigd zijn van de rechten, accijnzen en btw en ongeacht de bestemmeling van de producten.
  6. Het bestreden arrest maakt geen onderscheid tussen de periode vóór en na 9 april
  7. Het past voor heel het jaar 1996 de Wet Milieutaks toe zoals die werd gewijzigd bij de wet van 7 maart
  8. Aldus verantwoordt het bestreden arrest zijn beslissing over de feiten van vóór 9 april 1996 niet naar recht.
  9. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel heeft betrekking op de beslissing over de feiten gepleegd vanaf 9 april
  11. Artikel 369, 11°, Wet Milieutaks, gewijzigd bij artikel 2, 5) , van de wet van 7 maart 1996 tot wijziging van de Wet Milieutaks, bepaalt dat in het verbruik brengen is de levering van producten onderworpen aan milieutaks aan kleinhandelaars door ondernemingen die gehouden zijn zich te laten registreren volgens de modaliteiten vastgesteld door de minister van Financiën, tenzij de fabrikant, de invoerder, de intracommunautaire verwerver of eventueel zijn fiscale vertegenwoordiger in de plaats zouden treden van die geregistreerde ondernemingen voor de verplichtingen die hen zijn opgelegd. Artikel 369, 11°bis, Wet Milieutaks, ingevoegd bij artikel 2, 6), van de wet van 7 maart 1996 tot wijziging van de Wet Milieutaks, bepaalt dat de kleinhandelaar is, iedere natuurlijke of rechtspersoon die aan de milieutaks onderworpen producten levert aan natuurlijke of rechtspersonen die ze verbruiken, ongeacht of het gaat om intermediair of eindverbruik.
  12. Uit die bepalingen volgt dat de milieutaks verschuldigd is in de fase van het distributieproces die net voorafgaat aan de levering van de aan de milieutaks onderworpen producten aan personen die ze daadwerkelijk verbruiken, ongeacht of het gaat om een intermediair verbruik of om een eindverbruik, met andere woorden bij de levering van de producten aan de kleinhandelaar die de laatste schakel vormt tussen de verbruiker enerzijds en de groothandelaar anderzijds.
  13. Wanneer de groothandelaar rechtstreeks de aan de milieutaks onderworpen producten levert aan particulieren, dan blijft hij een belastingplichtige die de milieutaks verschuldigd is. De groothandelaar stelt aldus zelf de goederen in verbruik. Hij blijft dus de hoedanigheid van belastingplichtige behouden voor levering aan particulieren.
  14. Het bestreden arrest dat anders beslist, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.
  15. Het onderdeel is eveneens gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerder in de kosten. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Begroot de kosten op 242,87 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 4 april 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160119.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071024.8 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091006.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.