id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.4 Rolnummer: P.05.1612.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-03-14 Raadplegingen: 592 - laatst gezien 2026-07-04 06:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche Zo het bevel tot huiszoeking de woning moet aanwijzen waar de huiszoeking moet worden uitgevoerd en dit in de regel kan gebeuren door de vermelding van het adres en van de naam van de bewoner, vereisen noch het E.V.R.M., noch artikel 89bis Wetboek van Strafvordering, noch enige andere wetsbepaling formeel de vermelding van de naam van de bewoner
(1).
(1)Zie Cass., 18 nov. 1997, AR P.96.1364.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971118.3, nr 485 met concl. van adv.-gen. Bresseleers; 26 maart 2002, AR P.01.1642.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020326.23, nr 204; 26 okt. 2004, AR P.04.1129.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041026.37, nr
- Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (STRAFZAKEN) - Huiszoeking - Algemeen Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Huiszoeking Bevel tot huiszoeking Vermeldingen Annotaties Publicaties: NJW - Sammy BOUZOUMITA; Vermelding naam bewoner op huiszoekingsbevel - 459-460 Tekst van de beslissing Nr. P.05.1612.N
- V R E A L, beklaagde, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie te Antwerpen,
- D V M M J, beklaagde, met als raadsman mr. Joris Vercraeye, advocaat bij de balie te Antwerpen, eisers. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 november
- De eisers voeren ieder in een memorie die aan dit arrest zijn gehecht dezelfde drie middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 16 november 2005 waarop de zaak voor de appelrechters is behandeld blijkt, eensdeels, dat "het openbaar ministerie wordt gehoord in zijn vordering en vordert de aanpassing van de geïncrimineerde periode als volgt: tussen 1 januari 2000 en 11 december 2001", anderdeels, dat "de (eisers) worden gehoord".
- Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- De appelrechters oordelen onaantastbaar dat, door de precisering van de geïncrimineerde periode, geen andere feiten worden vervolgd dan deze die waarin de oorspronkelijke telastlegging voorzag.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eisers het in het onderdeel bedoelde verweer voor de appelrechters hebben gevoerd. Dat verweer kan aldus niet voor het eerst voor het Hof worden aangenvoerd.
- Het onderdeel is nieuw, mitsdien niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het in artikel 89bis Wetboek van Strafvordering vermelde bevel tot huiszoeking, zoals bedoeld in artikel 15 Grondwet, moet de woning preciseren waar deze moet worden uitgevoerd.
- Zo het bevel tot huiszoeking de woning moet aanwijzen waar de huiszoeking moet worden uitgevoerd en dit in de regel kan gebeuren door de vermelding van het adres en de naam van de bewoner, vereisen noch het EVRM, noch artikel 89bis Wetboek van Strafvordering, noch enige andere wetsbepaling formeel de vermelding van de naam van de bewoner.
- Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel en derde onderdeel
- De onderdelen gaan geheel uit van de in het eerste onderdeel verworpen rechtsopvatting.
- De onderdelen kunnen aldus niet tot cassatie leiden.
- De onderdelen zijn niet ontvankelijk. Derde middel
- De appelrechters verklaren de feiten van de telastlegging B en C ten laste van de eisers bewezen als gepleegd tussen 1 januari 2000 en 11 december
- In zoverre de appelrechters voor het bewijs van die feiten verwijzen naar, onder meer, "de huiszoeking" het Hof geen onduidelijkheid ontwaart.
- Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 4 april 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080130.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971118.3 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020326.23 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041026.37 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081224.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div