← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.6 Rolnummer: P.05.1651.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2007-03-14 Raadplegingen: 638 - laatst gezien 2026-07-04 07:56 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De burgerlijke partijstelling bij de bevoegde onderzoeksrechter door een persoon die beweert benadeeld te zijn door een misdaad of een wanbedrijf kan slechts de strafvordering voor dat bepaalde feit op gang brengen in zoverre de betrokkene benadeeld kan zijn door dat misdrijf; het kan de strafvordering niet op gang brengen voor een feit waardoor hij niet kan benadeeld zijn

(1).
(1)Zie Cass., 8 okt. 2002, AR P.02.0419.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021008.8, nr 516; 11 feb. 2003, AR P.02.0608.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030211.6, nr 94. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Burgerlijke partij Burgerlijke partijstelling Ontvankelijkheid BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Burgerlijke partij Burgerlijke partijstelling Fiches 4 - 6 Wanneer een conclusie het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren aanvoert of betwist, antwoordt het onderzoeksgerecht daarop door de onaantastbare vaststelling dat die bezwaren al dan niet bestaan
(1).
(1)Cass., 23 mei 2001, AR P.01.0317.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010523.6, nr 307 met concl. adv.-gen. Loop; 8 mei 2002, AR P.01.1395.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.23, nr 281; 2 april 2003, AR P.03.0040.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7, nr 221; 16 feb. 2005, AR P.04.1428.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050216.7, nr 95; 17 jan. 2006, P.05.1342.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.5, nr ...; 24 jan. 2006, AR P.05.1125.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3, nr ... Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Regeling van de rechtspleging Conclusie Betwisting van het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren Motivering Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Conclusie waarbij het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren wordt betwist Motivering REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Bestaan van voldoende bezwaren Vaststelling Fiches 7 - 8 Daar de beslissingen van de onderzoeksgerechten die de rechtspleging regelen, onder meer deze die een buitenvervolgingstelling of een ontslag van onderzoek bevelen, geen uitspraak doen over de gegrondheid van de strafvervolging of over de vaststelling van burgerlijke rechten of verplichtingen, is het artikel 6,1 E.V.R.M. als dusdanig op die regeling van de rechtspleging niet toepasselijk
(1).
(1)Zie Cass., 29 sept. 1999, AR P.99.1228.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990929.7, nr 494; 12 maart 2003, AR P.03.0313.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030312.8, nr 164; 26 maart 2003, AR P.03.0136.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030326.20, nr 206; 2 april 2003, AR P.03.0040.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7, nr 221; 22 okt. 2003, AR P.03.1150.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031022.6, nr
  1. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Eerlijk proces Onderzoeksgerechten Toepasselijkheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Rechten van de mens EVRM Artikel 6.1 Eerlijk proces Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.05.1651.N C P, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Bart Staelens, advocaat bij de balie te Brugge, tegen V B L J, inverdenkinggestelde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 15 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Met de overwegingen die het middel aanhaalt, geeft het bestreden arrest geen uitleg van de te dezen toepasselijke versie van het artikel 245, eerste lid, Strafwetboek.
  4. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  5. De burgerlijke-partijstelling bij de bevoegde onderzoeksrechter van een persoon die beweert benadeeld te zijn door een misdaad of een wanbedrijf, kan slechts de strafvordering voor dat bepaalde feit op gang brengen in zoverre de betrokkene kan zijn benadeeld door dat misdrijf. Het kan niet de strafvordering op gang brengen voor een feit waardoor hij niet kan zijn benadeeld.
  6. Het middel faalt in zoverre naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel
  7. Het is niet tegenstrijdig te oordelen dat een burgerlijke partijstelling ontvankelijk is, maar het gevolg ervan beperkt is.
  8. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  9. Wanneer een conclusie het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren betwist of aanvoert, antwoordt het onderzoeksgerecht daarop door de onaantastbare vaststelling dat die bezwaren al dan niet bestaan.
  10. Het bestreden arrest doet dit.
  11. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde middel
  12. Het middel vraagt een feitenonderzoek waarvoor het Hof niet bevoegd is.
  13. Het middel is niet ontvankelijk. Vierde middel
  14. Daar de beslissingen van de onderzoeksgerechten die de rechtspleging regelen, onder meer deze die een buitenvervolgingstelling of een ontslag van onderzoek bevelen, geen uitspraak doen over de gegrondheid van de strafvervolging of over de vaststellingen van burgerlijke rechten of verplichtingen, is het artikel 6.1 EVRM als dusdanig op die regeling van de rechtspleging niet toepasselijk.
  15. Het middel faalt in zoverre naar recht.
  16. Het bestreden arrest geeft geen uitlegging van enig stuk van het strafonderzoek.
  17. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  18. In zoverre het middel berust op aanvoeringen die reeds in het eerste, tweede en derde middel werden aangevoerd, is het niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,53 euro, waarvan 33,53 euro verschuldigd en 30 euro betaald is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 4 april 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140402.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990929.7 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010523.6 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.23 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021008.8 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030211.6 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030312.8 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030326.20 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031022.6 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050216.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.5 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.