← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.7 Rolnummer: P.05.1704.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-03-14 Raadplegingen: 686 - laatst gezien 2026-07-04 04:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep kan de appelrechter een vonnis dat nog geen volledige uitspraak heeft gedaan over de bij de eerste rechter aanhangige zaak, slechts vernietigen ten aanzien van de partijen die in hoger beroep zijn gekomen of tegen wie het hoger beroep is gericht. De omstandigheid dat het vernietigde vonnis ten aanzien van andere partijen dan de voormelde dezelfde onwettigheid bevat, doet hieraan geen afbreuk

(1).
(1)BAUWENS, N., "Evocatie ingevolge artikel 215 van het Wetboek van Strafvordering : een weinig vastomlijnd begrip", RW 1983-84, 753-776, inz.
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Bevoegdheid van de rechter Devolutieve werking Tussenvonnis dat geen volledige uitspraak doet over de zaak Hoger beroep van sommige partijen Vernietiging van het tussenvonnis en evocatie Bevoegdheid van de appelrechter ten aanzien van de andere partijen Fiches 2 - 3 Wanneer het Hof vaststelt dat de appelrechters bij tussenarrest, met schending van artikel 215 Wetboek van Strafvordering, een tussenvonnis van de eerste rechter vernietigden en de zaak in haar geheel evoceerden, ook ten aanzien van partijen die niet in hoger beroep waren gekomen of tegen wie het hoger beroep niet was gericht, vernietigt het dit tussenarrest zonder verwijzing. Deze vernietiging brengt de vernietiging mee van alle daarop volgende arresten in zoverre deze eveneens tegen deze partijen werden gewezen. De eerste rechter zal derhalve, ingevolge de vernietiging van de beslissing tot evocatie, alsnog uitspraak moeten doen over de bij hem nog steeds aanhangige zaken tegen de partijen. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vernietiging van de beslissing tot evocatie CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Beslissing tot evocatie Vernietiging zonder verwijzing Fiche 4 Niet naar recht verantwoord is de beslissing waarbij de appelrechters een tussenvonnis van de eerste rechter, die enkel een onderzoeksmaatregel bevolen had zonder over enige betwisting uitspraak te doen, vernietigen en de zaak in haar geheel evoceren, op grond van de vaststelling dat, door die beslissing van de eerste rechter, het recht van verdediging mogelijk kan worden geschaad, aangezien de eerste rechter nog steeds zijn volledige rechtsmacht behield om over de grond van de zaak en over de bruikbaarheid en de waarde van het aangebrachte bewijs uitspraak te doen. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Tussenvonnis waarbij enkel een onderzoeksmaatregel wordt bevolen Hoger beroep Vernietiging van het tussenvonnis Beslissing tot evocatie Beslissing gesteund op een mogelijke schending van het recht van verdediging Beslissing die uitgaat van een onjuiste hypothese Regelmatigheid Tekst van de beslissing Nr. P.05.1704.N I. D G G M J, beklaagde, eiser, tegen GIJSELS VERHUUR bvba, met zetel te 2520 Emblem, Kanaalstraat 17, burgerlijke partij, verweerster. II. D G G M J, reeds vermeld, beklaagde, eiser, tegen GIJSELS VERHUUR bvba, reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerster, III. V T E L, beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen GIJSELS VERHUUR bvba, reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerster. IV.
  2. M T R D, beklaagde,
  3. K M C, beklaagde, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, eisers, tegen GIJSELS VERHUUR bvba, reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerster. V. V L J, beklaagde, eiser, VI. K J P H M, beklaagde, eiser. VII. V H E R E, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie te Antwerpen, VIII. V P J C, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Hans van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel, IX. V T E L, reeds vermeld, beklaagde, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het arrest alvorens recht te doen van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 28 april
  4. Het cassatieberoep II is gericht tegen het arrest alvorens recht te doen van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 15 juni
  5. De cassatieberoepen III tot VIII zijn gericht tegen de arresten alvorens recht te doen van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 4 november 2004, 28 april 2005, 25 mei 2005 en 15 juni 2005, en tegen het eindarrest van dezelfde kamer van 10 november
  6. Het cassatieberoep IX is gericht tegen de verwijzingsbeschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen van 12 juni 2003 in de zaak II De eiser III voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiser III doet afstand zonder berusting van zijn cassatieberoep in zoverre het werd ingesteld tegen het arrest van 4 november
  7. De eiser IV.2 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. De eiser VII voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een grief aan. De eiser VIII voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan. De overige eisers voeren geen middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. ANTECEDENTEN Voor de Correctionele Rechtbank te Antwerpen werden drie afzonderlijke strafzaken aanhangig gemaakt. In de zaak I werden onder meer de eiser I en II en de eisers IV.2, V, VI, VII en VIII vervolgd. In de zaak II werden onder meer de eiser I en II en de eisers III, IV.1, IV.2 vervolgd. Geen van de eisers werd vervolgd in de zaak III. Bij vonnis alvorens recht te spreken van 3 september 2003 voegde de rechtbank de drie zaken samen. Bij vonnis van 5 november 2003 verzocht de rechtbank het openbaar ministerie bepaalde stukken bij het dossier te voegen. De rechtbank verklaarde dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De eiser I en II en de eiser VIII en een medebeklaagde kwamen van dit vonnis in hoger beroep. Het openbaar ministerie stelde hierop hoger beroep in tegen deze eisers en de medebeklaagde. Bij vonnis alvorens recht te spreken van 12 november 2003 weerde de rechtbank stukken uit het debat en verklaarde de strafvordering ontvankelijk. De rechtbank verklaarde dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De eiser I en II en de eiser IV.1 en een medebeklaagde kwamen van dit vonnis in hoger beroep. Het openbaar ministerie stelde hierop hoger beroep in tegen deze eisers en de medebeklaagde. Het bestreden arrest van 4 november 2004 vernietigde de beide vonnissen en trok hierbij telkens heel de zaak aan zich, dit is evoceert ze, ook ten aanzien van de partijen die geen hoger beroep hadden ingesteld en tegen wie geen hoger beroep was gericht, dit is die geen geïntimeerden zijn. Het motiveerde deze beslissingen met volgende overwegingen: "M.b.t. het tussenvonnis van 5 november 2003 Dat de eerste rechter bij dit tussenvonnis het openbaar ministerie verzocht 'de relevante stukken' uit een dossier met not. nr. AN.60.35.104028/00 te voegen daar waar (minstens) de verdediging van ( eiser I en II ) bij conclusie verzocht had het ganse dossier te doen voegen teneinde de regelmatigheid van in het huidige dossier aangewende gegevens te kunnen verifiëren op hun herkomst en wettigheid; Dat door deze uiterst vage omschrijving (uit geen enkel procedurestuk blijkt dat de stukken gepreciseerd werden) de verdediging van een partij wordt overgelaten aan de willekeur van een andere partij (voor zover deze al zou moeten weten wat 'de relevante stukken' zijn) en aldus de rechten van verdediging van een partij mogelijk kunnen worden geschaad; Dat derhalve dit tussenvonnis dient te worden te niet gedaan; M.b.t. het tussenvonnis van 12 november 2003 Dat de eerste rechter bij dit tussenvonnis de strafvordering ontvankelijk verklaarde; Dat nochtans er door minstens ( eiser I en II ) geconcludeerd werd tot de niet ontvankelijkheid van de strafvordering; Dat dient vastgesteld dat niet alle aanwezige partijen noch een aantal tegen wie de zaak tegensprekelijk in voortzetting was gesteld (zie zittingsbladen 3 september 2003 en 15 oktober 2003 met vaste datumplanning van het verdere procesverloop) het woord werd verleend om gebeurlijk desbetreffend hun verdediging en hun argumenten voor te dragen; Dat dit een schending van de rechten van de verdediging uitmaakt en het vonnis derhalve dient te worden te niet gedaan; Dat nu beide tussenvonnissen worden te niet gedaan het (hof van beroep) de zaak in haar geheel ab initio dient te evoceren en dit ook geldt t.a.v. niet in hoger beroep zijn gekomen." III. BESLISSING VAN HET HOF Afstand van het cassatieberoep van de eiser III
  8. De eiser doet afstand zonder berusting van zijn cassatieberoep in zoverre het werd ingesteld tegen het arrest van 4 november 2004, daar in dit verband thans geen voor cassatieberoep vatbare beslissing voorligt in de zin van artikel 413 Wetboek van Strafvordering, aangezien de eiser niet werd opgeroepen bij de procedure die leidde tot het arrest, dat ten aanzien van hem derhalve bij verstek werd gewezen en de termijn voor het aantekenen van verzet nog niet is verstreken zodat het cassatieberoep op dit vlak voorbarig is.
  9. Daar inmiddels ten aanzien van de eiser een eindarrest is gewezen, zou een eventueel verzet tegen het arrest alvorens recht te doen, dat de zaak geheel evoceert, doelloos en dus niet ontvankelijk zijn.
  10. De afstand kan niet worden verleend. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser I en II
  11. De beide cassatieberoepen zijn gericht tegen voorbereidende arresten. Ze werden ingesteld vooraleer er een eindarrest was.
  12. Volgens het artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering zijn de cassatieberoepen niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen van de eisers III tot VIII
  13. Geen van de eisers heeft belang bij een cassatieberoep tegen het arrest van 25 mei 2005 dat de vraag van de eiser VIII, om bij arrest te oordelen over de door hem tot dan bij conclusie ingediende middelen en argumenten, bij de grond van de zaak voegt. Het arrest van 10 november 2005 heeft immers over deze conclusie uitspraak gedaan.
  14. In zoverre de cassatieberoepen tegen het arrest van 25 mei 2005 zijn gericht, zijn ze niet ontvankelijk.
  15. De eisers werden bij het arrest van 10 november 2005 vrijgesproken van bepaalde telastleggingen of delen van telastleggingen. Het betreft de vrijspraken voor volgende telastleggingen: - de eiser III: telastlegging zaak II, A; - de eiser IV.1: telastleggingen zaak II, A, CI, CII en CIII; - de eiser IV.2: telastleggingen zaak I, AII,, D.II.a, EI, en zaak II, A, CI, CII en CIII; - de eiser V: telastlegging zaak I, BI en CIb in zoverre betrekking hebbend op "ongeveer 12 kg cocaïnum". - de eiser VI: telastlegging zaak I, BI; - de eiser VII (V H): telastleggingen zaak I, BI, DIIb en CIb in zoverre betrekking hebbend op "ongeveer 12 kg cocaïnum". - de eiser VIII (V P) : zaak I, BII, F en HI; Zij hebben geen belang bij een cassatieberoep tegen deze beslissingen.
  16. In zoverre de cassatieberoepen tegen deze beslissingen van het arrest van 10 november 2005 zijn gericht, zijn ze niet ontvankelijk. Beoordeling Eerste onderdeel van het eerste middel van de eiser III, eerste onderdeel van het middel van de eiser IV.2 en enig middel van de eiser VII
  17. De grieven van de eisers komen op tegen het bestreden arrest van 4 november 2004 in zoverre dit arrest de vonnissen alvorens recht te spreken van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen van 5 november 2003 en van 12 november 2003 vernietigt en de zaak geheel evoceert.
  18. Het artikel 215 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat, indien het vonnis wordt tenietgedaan wegens schending of niet-hersteld verzuim van vormen, door de wet voorgeschreven op straffe van nietigheid, het hof mede beslist over de zaak zelf.
  19. Het vonnis waarvan de vernietiging evocatie meebrengt, is het vonnis waarbij de eerste rechter nog geen volledige uitspraak over de bij hem aanhangige zaak heeft gedaan, dit is een vonnis alvorens recht te spreken.
  20. Ingevolge de devolutieve werking van een hoger beroep kan de appelrechter een vonnis dat nog geen volledige uitspraak heeft gedaan over de bij de eerste rechter aanhangige zaak, slechts vernietigen ten aanzien van de partijen die in hoger beroep zijn gekomen of tegen wie het hoger beroep is gericht, dit is geïntimeerden zijn. De omstandigheid dat het vernietigde vonnis ten aanzien van andere partijen dan de voormelde dezelfde onwettigheid bevat, doet hieraan geen afbreuk.
  21. Door de beroepen vonnissen te vernietigen ten aanzien van de eisers III, IV.2 en VII die niet in hoger beroep zijn gekomen en die geen geïntimeerden zijn, schendt het bestreden arrest het artikel 215 Wetboek van Strafvordering.
  22. Het bestreden arrest moet ten aanzien van deze eisers worden vernietigd zonder verwijzing. De eerste rechter moet alsnog uitspraak doen over de bij hem nog steeds aanhangige zaken tegen de eisers. Deze vernietiging van het bestreden arrest ten aanzien van deze eisers brengt in dezelfde mate de vernietiging mee van alle daarop volgende arresten in zoverre deze eveneens ten aanzien van de eisers zijn gewezen. Overige grieven van de eiser III, IV.2 en VII
  23. De overige grieven van de eisers behoeven geen antwoord meer. Eerste onderdeel van het eerste middel van de eiser VIII
  24. Het onderdeel komt op tegen het bestreden arrest van 4 november 2004 in zoverre dat arrest de vernietiging uitspreekt van het vonnis alvorens recht te spreken van 5 november 2003 en de zaak ten gevolge van die vernietiging evoceert.
  25. De strafrechter die enkel een onderzoeksmaatregel beveelt zonder over enige betwisting uitspraak te doen, behoudt zijn volledige rechtsmacht om over de grond van de zaak uitspraak te doen, incluis over het bewijs dat de onderzoeksmaatregel aan het licht brengt.
  26. Het oordeel van het bestreden arrest dat door de beslissing van de correctionele rechtbank het recht van verdediging van een van de beklaagden mogelijk kan worden geschaad, berust op een hypothese. De rechtbank kan nog steeds controle uitoefenen op het gevolg dat het openbaar ministerie aan het hem gedane verzoek geeft en uitspraak doen over de bruikbaarheid en de waarde van het bewijs dat de onderzoeksmaatregel aan het licht bracht.
  27. Het bestreden arrest verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.
  28. Het onderdeel is gegrond
  29. Het bestreden arrest moet ten aanzien van de eiser worden vernietigd zonder verwijzing met hetzelfde gevolg als voor de eisers III, IV.2 en VII. Overige grieven van de eiser VIII
  30. De grieven behoeven geen antwoord meer. Ambtshalve middel wat betreft de eisers V en VI Geschonden wettelijke bepaling - artikel 215 Wetboek van Strafvordering.
  31. Om de redenen vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel van het eerste middel van de eiser III, op het eerste onderdeel van het middel van de eiser IV.2 en op het enig middel van de eiser VII is er grond tot vernietiging met hetzelfde gevolg van alle door deze eisers bestreden arresten. Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering tegen de eiser IV.1
  32. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 4 november 2004, 28 april 2005, 25 mei 2005, 15 juni 2005 en 10 november 2005 in zoverre ze uitspraak doen in verband met de strafvordering en de burgerlijke rechtsvordering ten aanzien de eisers III, IV.2, V, VI, VII en VIII, behalve in zoverre het de eisers voor bepaalde telastleggingen vrijspreekt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde arresten. Verwerpt de cassatieberoepen van de eiser I en II en de eisers IV.1 en IX. Laat de kosten van de cassatieberoepen van de eisers III, IV.2, V, VI, VII en VIII. ten laste van de Staat. Veroordeelt de eiser I en II, IV.1 en eiser IX in de kosten van hun respectieve cassatieberoepen. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Begroot de kosten in het geheel op 615,87 euro waarvan op elk van de cassatieberoepen 68,43 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 4 april 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210302.2N.22 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220308.2N.4 ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.047 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.