← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.8 Rolnummer: P.06.0120.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2007-03-14 Raadplegingen: 649 - laatst gezien 2026-07-04 02:44 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de artikelen 416, tweede lid, en 135, ,§ 2, Wetboek van Strafvordering volgt dat onmiddellijk cassatieberoep door de inverdenkinggestelde tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling die in hoger beroep oordeelt over de regeling van de rechtspleging, slechts mogelijk is in gelijkaardige gevallen als die waarin hoger beroep mogelijk is tegen de verwijzingsbeschikking van de raadkamer, zoals bepaald in de artikelen 135, ,§ 2 en 539 Wetboek van Strafvordering

(1).
(1)Cass., 9 maart 2004, AR P.03.1551.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040309.8, nr 133; 19 april 2005, AR P.05.0317.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050419.7, nr ... Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Onderzoeksgerechten Beschikking van verwijzing Hoger beroep Ontvankelijkheid Fiche 2 Overeenkomstig artikel 127, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, wordt de zaak voor de regeling van de rechtspleging bij de raadkamer aanhangig gemaakt door de vordering van de procureur des Konings
(1).
(1)Zie Cass., 26 aug. 2003, AR P.03.1009.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030826.3bis, nr 406. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Raadkamer Regeling van de procedure Wijze van aanhangigmaking Fiches 3 - 4 Een eventuele onregelmatige aanhangigmaking van de zaak bij de raadkamer doet geen afbreuk aan de ontvankelijkheid van de strafvordering die voordien rechtsgeldig werd ingesteld door de vordering daartoe van de procureur des Konings. Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: STRAFVORDERING Gerechtelijk onderzoek Regeling van de rechtspleging Onregelmatige aanhangigmaking bij de raadkamer Gevolg Ontvankelijkheid van de strafvordering Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Gerechtelijk onderzoek Regeling van de rechtspleging Onregelmatige aanhangigmaking bij de raadkamer Gevolg Ontvankelijkheid van de strafvordering Fiche 5 Het Hof is, bij de beoordeling van een cassatiemiddel, bevoegd tot het verbeteren van een in de bestreden beslissing gemaakte verschrijving die overduidelijk uit de tekst zelf van de beslissing blijkt (impliciete oplossing)
(1).
(1)Cass., 23 mei 2000, AR P.98.0241.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000523.7, nr 314; 8 mei 2002, AR P.01.1395.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.23, nr 281; 27 juli 2004, AR P.04.0912.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040727.16, nr
  1. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Vrije woorden: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Strafzaken Verschrijving in de bestreden beslissing Verbetering door het Hof Tekst van de beslissing Nr. P.06.0120.N B E R J, , eiser, met als raadslieden mr. Luc Arnou, advocaat bij de balie te Brugge, en mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 13 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. FEITELIJKE GEGEVENS De raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne verwees de eiser bij beschikking van 15 november 2004 naar de correctionele rechtbank. Het bestreden arrest verklaart eisers hoger beroep in zoverre het de aanhangigmaking van de zaak bij de raadkamer beoogt, ontvankelijk maar ongegrond. Het verklaart eisers hoger beroep niet-ontvankelijk in zoverre het de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering beoogt. Het bestreden arrest motiveert zijn beslissing op grond van het onderscheid tussen de aanhangigmaking van de zaak en de ontvankelijkheid van de strafvordering. III. BESLISSING VAN HET HOF Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Uit de artikelen 416, tweede lid, en 135, ,§ 2, Wetboek van Strafvordering volgt dat onmiddellijk cassatieberoep door de inverdenkinggestelde tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling die in hoger beroep oordeelt over de regeling van de rechtspleging, slechts mogelijk is in gelijkaardige gevallen als die waarin hoger beroep mogelijk is tegen de verwijzingsbeschikking van de raadkamer zoals bepaald in de artikelen 135, ,§ 2, en 539 Wetboek van Strafvordering. Het artikel 135, ,§ 2, Wetboek van Strafvordering laat hoger beroep tegen de verwijzingsbeschikking van de raadkamer onder meer toe wanneer het middel van niet-ontvankelijkheid van de strafvordering bij schriftelijke conclusie is ingeroepen voor de raadkamer. Wanneer het middel van niet-ontvankelijkheid van de strafvordering niet bij schriftelijke conclusie is ingeroepen voor de raadkamer staat daar geen hoger beroep tegen open.
  4. Eisers cassatieberoep is ontvankelijk in zoverre het opkomt tegen de beslissing van het bestreden arrest betreffende de aanhangigmaking van de zaak en tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring van zijn hoger beroep betreffende de ontvankelijkheid. Beoordeling Eerste middel
  5. Het middel gaat geheel ervan uit dat de strafvordering niet ontvankelijk is omdat de raadkamer niet rechtsgeldig gevat kan worden daar de wet niet zou voorzien in een wijze van aanhangigmaking van de zaak bij de raadkamer voor de regeling van de rechtspleging. Het betoogt dat het door de eiser in schriftelijke conclusie bij de raadkamer aangevoerde middel betreffende de aanhangigmaking wel de ontvankelijkheid van de strafvordering betrof. Nog steeds volgens het middel heeft het bestreden arrest dus onwettig eisers hoger beroep niet ontvankelijk verklaard, zodat ook zijn cassatieberoep ontvankelijk en gegrond is.
  6. Anders dan het middel aanvoert, wordt, overeenkomstig artikel 127, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, de zaak voor de regeling van de rechtspleging bij de raadkamer aanhangig gemaakt door de vordering van de procureur des Konings.
  7. Het middel faalt naar recht.
  8. Een eventuele onregelmatige aanhangigmaking van de zaak bij de raadkamer doet geen afbreuk aan de ontvankelijkheid van de strafvordering die voordien rechtsgeldig werd ingesteld door de vordering daartoe van de procureur des Konings. Het bestreden arrest oordeelt derhalve wettig dat het door de eiser bij de raadkamer schriftelijk aangevoerde middel betreffende de aanhangigmaking hier niet de ontvankelijkheid van de strafvordering betreft en oordeelt op die grond ook wettig dat eisers hoger beroep in zoverre niet ontvankelijk is.
  9. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.. Tweede middel
  10. In zoverre het middel een eerste tegenstrijdigheid tussen de motivering en het beschikkende gedeelte aanvoert, ontwaart het Hof geen tegenstrijdigheid.
  11. In zoverre het middel een tweede tegenstrijdigheid aanvoert omdat het bestreden arrest het hoger beroep zowel gegrond als ongegrond verklaart, waar dit de nietigheid van de verwijzingsbeschikking beoogt wegens een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid van deze beschikking zelf, blijkt dat het woord "gegrond" in punt 4 van het bestreden arrest een materiële verschrijving is, die het Hof mag verbeteren, door uit de redenen aangehaald onder punt 4.1 tot 4.3 volgt immers dat in plaats van "gegrond" "ongegrond" dient te worden gelezen.
  12. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 79,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 4 april 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20111124.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000523.7 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020508.23 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030826.3 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040309.8 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040727.16 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050419.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151110.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.