,tweedee Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - BIJZONDERE AANSPRAKELIJKHEID - Allerlei Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - BIJZONDERE AANSPRAKELIJKHEID - Allerlei Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten Producent Wettelijke bepalingen:
,tweedee Fiche 3 De onmogelijkheid het bestaan van een gebrek van een product te ontdekken gaat niet uit van de stand van de kennis waarvan de betrokken producent concreet of subjectief op de hoogte was of kon zijn, maar van de objectieve stand van de wetenschappelijke en technische kennis waarvan de producent wordt geacht op de hoogte te zijn
,e Annotaties Publicaties: NJW - Ingrid BOONE; Productaansprakelijkheid en ontwikkelingsrisicoverweer - 460-463 Juristenkrant - Wouter GELDHOF; Distributiebeheerder aansprakelijkheid voor schade door hoogspanning - 2006,1-5 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0156.N INTERCOMMUNALE MAATSCHAPPIJ VOOR ENERGIE-VOORZIENING IN WEST- EN OOST-VLAANDEREN, afgekort IMEWO, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 9900 Eeklo, Markt 34, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen 1. V.L., en zijn echtgenote, 2. H.M., 3. DVV VERZEKERINGEN, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Livingstonelaan 6, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 9 januari 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 van de Grondwet; - de artikelen 1, 2, 3, 7 en 8 van de Wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken. Aangevochten beslissingen Het hof van beroep beoordeelt de toepassingsvoorwaarden van de wet betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken, acht alle toepassingsvoorwaarden vervuld en bevestigt de door de eerste rechter uitgesproken veroordeling van de eiseres, op grond van de volgende overwegingen: "Nopens de toepassing van de wet op de productaansprakelijkheid. Voorafgaandelijk: het hof is door de debatten en de overgelegde stukken voldoende ingelicht. Op het in ondergeschikte orde gevorderde deskundigenonderzoek hoeft niet te worden ingegaan. Blijkens art. 3 A van haar statuten heeft de appellante (de eiseres) als doel de levering van elektriciteit. Het onderscheid dat zij in haar conclusies meent te moeten maken tussen 'elektriciteit' en 'elektrisch vermogen' is kunstmatig en niet ter zake. Zij levert dus een product in de zin van art. 2, lid 2, WPA. De appellante is ook als producent te beschouwen in de zin van art. 3 WPA. Onder producent wordt immers onder meer de fabrikant van het eindproduct verstaan. En een product is een eindproduct wanneer de consument het kan ge- of verbruiken zonder dat het product nog enige wijziging moet ondergaan. In conclusies zet de appellante uiteen dat zij de primaire elektrische energie, die haar door de NV Electrabel wordt geleverd, omzet tot een elektrisch vermogen met een spanning van 400 V. Dit vermogen is evenwel nog niet bruikbaar door de consument en is dus in die zin geen eindproduct. Door de aanwezigheid van de nulleider in de kabel wordt de spanning verminderd tot 220 V en is dan bruikbaar door de abonnee-consument. Het hof verwijst ook naar art. 2, ,§2-1, van de statuten waarin onder distributie van elektrische energie ook de omvorming van die energie begrepen is. Het gaat dus niet louter om transport. Naast verdeling van elektriciteit, neemt de appellante dus ook deel aan de productie van verbruikbare elektriciteit. Wanneer door een gebrek in de aansluitklem een afwijkende spanning ontstaat die te hoog is voor de elektrische apparaten van de consument en deze daardoor beschadigt, is er sprake van een gebrekkig product. De appellante tracht aan die omschrijving te ontkomen door de gebrekkige aansluiting als een gebrek in de dienstverlening te benoemen. Het hof kan aan deze argumentatie geen gunstig onthaal verlenen. Het wegvallen van de nulleider heeft de spanning doen verhogen en heeft het product gebrekkig gemaakt. En het gaat wel degelijk om een gebrek in de zin van art. 5 WPA, nu de te hoge spanning van de elektriciteit niet de veiligheid heeft geboden die men gerechtigd is te verwachten. Op het ogenblik dat de elektriciteit via de aftakking een spanningswijziging ondergaat en bij de consument binnenkomt, is er sprake van een 'in het verkeer brengen' in de zin van art. 8.b WPA. De appellante kan zich derhalve niet bevrijden door een beroep te doen op dit artikel. De appellante tracht verder aan haar aansprakelijkheid te ontkomen door een beroep op art. 8. e WPA. Het hof is van oordeel dat dit niet gegrond is. Het verweermiddel moet strikt worden geïnterpreteerd. De onmogelijkheid om het gebrek te ontdekken moet absoluut zijn; wat hier niet het geval is. De appellant is eigenaar van de aftakking, waarin het gebrek ontstond, en ze staat als verdeler in voor het onderhoud en de goede en veilige werking van de aftakking (zie art. III-A-1, lid 2, en 6). En gelet op de overgelegde rechtspraak, die allen over een zelfde probleem handelen, gaat het om een fenomeen dat zich kennelijk meerdere malen voordoet en wordt de appellante dan ook geacht daarmee vertrouwd te zijn. Zij diende de nodige voorzorgen te nemen. De eerste rechter heeft dus ter zake een oordeelkundige beslissing genomen" (cf. p. 5, nr. 2.5 e.v. van het arrest). Grieven Eerste onderdeel: schending van artikel 149 van de Grondwet. Artikel 149 van de Grondwet bepaalt dat elk vonnis met redenen omkleed moet zijn. De rechter dient zonder dubbelzinnigheid of tegenstrijdigheid te antwoorden op de door een partij in een conclusie regelmatig ingeroepen en relevante middelen. In haar beroepsconclusie voerde de eiseres aan dat, voor zover zou worden aanvaard dat de herleiding van de spanning tot 220 volt door de werking van de nulleider een productiedaad is en zij om die reden als producent van het product elektriciteit zou worden beschouwd, er in voorliggend geval door het uitvallen van de nulleider geen daad van productie had plaatsgevonden. De eiseres leidde daaruit af dat haar, gelet op het ontbreken van de herleiding van de spanning tot 220 volt, geen productie van een gebrekkig product kon worden verweten (cf. p. 17 en 18, in het bijzonder nr. 1.2 van de beroepsconclusie van de eiseres, neergelegd ter griffie van het hof van beroep op 10 december 2001 en p. 4, nr. 2 van de aanvullende beroepsconclusie van de eiseres, neergelegd ter griffie van het hof van beroep op 14 oktober 2002). Het hof van beroep overweegt dat de aanwezigheid van de nulleider in de kabel de spanning vermindert tot 220 volt, derhalve bruikbaar maakt voor de abonnee-consument, dat de statuten van de eiseres ook de omvorming van energie vermelden en de eiseres dus deelneemt aan de productie van verbruikbare elektriciteit (cf. p. 6, eerste, tweede en derde alinea, van het arrest). Het hof van beroep oordeelt vervolgens dat "het wegvallen van de nulleider de spanning (heeft) doen verhogen en het product gebrekkig (heeft) gemaakt' (cf. p. 6, vijfde alinea, van het arrest) en er wel degelijk sprake is van een gebrekkig product in de zin van artikel 5 van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken (cf. p. 6, zesde alinea, van het arrest). Het hof van beroep antwoordt bij de beoordeling van de aansprakelijkheid van eiseres niet op het door eiseres aangevoerde en hierboven weergegeven middel dat zij bij het ontbreken van de herleiding van de spanning tot 220 volt door het uitvallen van de nulleider niet als producent van het gebrekkig product elektriciteit kon worden beschouwd. Nu het arrest dit door de eiseres in haar beroepsconclusie ingeroepen middel niet beantwoordt, is het bij gebrek aan antwoord op deze beroepsconclusie niet regelmatig met redenen omkleed en schendt het artikel 149 van de Grondwet. Tweede onderdeel: schending van de artikelen 1, 2, 3 en 7 van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken (hierna Wet Productaansprakelijkheid). Overeenkomstig artikel 7 van de Wet Productaansprakelijkheid moet de benadeelde die op grond van de bepalingen van deze Wet een schadevergoeding vordert het bewijs leveren van schade, van een gebrek aan het door de producent geproduceerde product en van het causaal verband tussen beiden. De producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product (artikel 1 van de Wet Productaansprakelijkheid). Elektriciteit wordt in artikel 2 van de Wet Productaansprakelijkheid uitdrukkelijk als een product in de zin van de wet gekenmerkt. Onder "producent" wordt in de zin van de wet verstaan de fabrikant van een eindproduct, de fabrikant van een onderdeel van een eindproduct, de fabrikant of de producent van een grondstof, alsmede eenieder die zich als fabrikant of producent aandient door zijn naam, zijn merk of een ander herkenningsteken op het product aan te brengen (artikel 3 van de Wet Productaansprakelijkheid). Het hof van beroep stelt vast dat de aanwezigheid van de nulleider in de kabel de spanning vermindert tot 220 volt, derhalve bruikbaar maakt voor de abonnee-consument, dat de statuten van de eiseres ook de omvorming van energie vermelden en de eiseres dus deelneemt aan de productie van verbruikbare elektriciteit, zodat zij als fabrikant van het eindproduct, derhalve producent in de zin van artikel 3 van de Wet Productaansprakelijkheid, moet worden beschouwd (cf. p. 5, nr. 2.5.2 en p. 6, eerste t.e.m. derde alinea, van het arrest). Vervolgens wordt in het arrest overwogen dat "wanneer door een gebrek in de aansluitklem een afwijkende spanning ontstaat die te hoog is voor de elektrische apparaten van de consument en deze daardoor beschadigt, er sprake (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.