← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060411.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060411.2 Rolnummer: P.06.0011.N Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-02-12 Raadplegingen: 478 - laatst gezien 2026-07-03 08:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 43bis, derde lid, Strafwetboek dat bepaalt dat ingeval de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, zij aan haar zullen worden teruggegeven, evenals de zaken waarvan de rechter de verbeurdverklaring heeft uitgesproken omwille van het feit dat zij goederen en waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats zijn gesteld van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of omdat zij het equivalent vormen van zulke zaken in de zin van het tweede lid van dit artikel, impliceert dat verbeurdverklaarde zaken die niet aan de burgerlijke partij toebehoren haar niet kunnen worden toegewezen. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN Vrije woorden: STRAF - ANDERE STRAFFEN Bijzondere verbeurdverklaring Teruggave Zaken die aan de burgerlijke partij toebehoren Zaken die niet aan de burgerlijke partij toebehoren Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.43bis,twe Fiche 2 Artikel 50, Strafwetboek, dat bepaalt dat alle wegens een zelfde misdrijf veroordeelde personen hoofdelijk gehouden zijn tot teruggave en schadevergoeding en ook dat ze hoofdelijk gehouden zijn tot de kosten wanneer zij door een zelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld, maar dat de rechter alle veroordeelden of enige van hen kan vrijstellen van de hoofdelijkheid mits hij de redenen van de vrijstelling opgeeft en het door ieder persoonlijk te dragen aandeel in de kosten bepaalt, vereist niet dat de rechter de redenen vermeldt waarom hij de wegens een zelfde misdrijf veroordeelde personen of enige van hen niet vrijstelt van de hoofdelijkheid. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Wegens een zelfde misdrijf veroordeelde personen Hoofdelijkheid Vrijstelling Motiveringsplicht Tekst van de beslissing Nr. P.06.0011.N

  1. S M, beklaagde,
  2. S E, beklaagde,
  3. Y H, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Luc Ryckaert, advocaat bij de balie te Gent, tegen STAD GENT, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, met zetel op het Stadhuis te 9000 Gent, Botermarkt 1, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 21 november
  4. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  5. Het bestreden arrest, dat ter zake ook de redenen van het beroepen vonnis overneemt, motiveert waarom het oordeelt dat de verweerster hier geen retributies vordert, maar schadevergoeding wegens het verlies van retributies ingevolge de door de eisers mede gepleegde misdrijven, waarvoor ze definitief werden veroordeeld. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  6. De rechter die zijn redenen vermeldt, moet niet ingaan op de door partijen aangevoerde andersluidende rechtspraak en rechtsleer. Het onderdeel faalt in zoverre naar recht. Tweede onderdeel
  7. Het arrest oordeelt dat door de door de eisers mede gepleegde misdrijven de inning van retributies die door Ivago aan de verweerster worden betaald, onmogelijk werd gemaakt. Met deze vaststelling verwerpt het bestreden arrest het verweer van de eisers dat de verweerster geen persoonlijke schade heeft geleden. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  8. De eisers werden definitief strafrechtelijk veroordeeld, de eerste bij arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 15 januari 2004 en de tweede en de derde bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Gent van 9 oktober 2002, wegens feiten van oplichting in verband met vuilniszakken en gebruik van valse stukken. Het bestreden arrest, dat ter zake ook de redenen van het beroepen vonnis overneemt, veroordeelt de eisers enkel tot betaling van schadevergoeding voor de verloren retributies. Het berekent de door de verweerster geleden schade op grond van de verkochte vuilniszakken. Het bestreden arrest moest verder niet antwoorden op het verweer van de eisers dat er in elk geval ook rekening diende te worden gehouden met het feit dat de verweerster geen kostprijs van de vuilniszakken heeft gedragen, daar de zakken door een aantal van de beklaagden zelf werden geproduceerd en de rekensom van de verweerster al te simplistisch werd voorgesteld, daar de eisers uit dat verweer geen precieze grief putten. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
  9. Het bestreden arrest, dat ter zake de redenen van het beroepen vonnis overneemt, motiveert hierdoor waarom het artikel 43bis, derde lid, Strafwetboek hier niet toepasselijk kan zijn. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  10. Het artikel 43bis, derde lid, Strafwetboek bepaalt dat ingeval de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, zij aan haar zullen worden teruggegeven. De verbeurdverklaarde zaken zullen haar eveneens worden toegewezen ingeval de rechter de verbeurdverklaring uitgesproken heeft omwille van het feit dat zij goederen en waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of omdat zij het equivalent vormen van zulke zaken in de zin van het tweede lid van dit artikel. De vermelde wetsbepaling voorziet enkel in de teruggave van verbeurdverklaarde zaken die aan de burgerlijke partij toebehoren. Verbeurdverklaarde zaken die haar niet toebehoren kunnen haar niet worden toegewezen. Het middel faalt in zoverre naar recht. Vierde middel
  11. Volgens het artikel 50 Strafwetboek zijn alle wegens een zelfde misdrijf veroordeelde personen hoofdelijk gehouden tot teruggave en schadevergoeding en zijn ze hoofdelijk gehouden tot de kosten, wanneer zij door een zelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld, maar kan de rechter alle veroordeelden of enige van hen vrijstellen van de hoofdelijkheid, mits hij de redenen van de vrijstelling opgeeft en het door ieder persoonlijk te dragen aandeel in de kosten bepaalt. Deze wetsbepaling vereist niet dat de rechter de redenen vermeldt waarom hij de wegens een zelfde misdrijf veroordeelde personen of enige van hen niet vrijstelt van de hoofdelijkheid. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 66,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 18 april 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060411.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2022:ARR.20220120.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.