id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060418.7 Rolnummer: P.06.0010.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2006-12-22 Raadplegingen: 719 - laatst gezien 2026-07-04 08:06 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De hulp of bijstand aan vreemdelingen om niet-economische en niet-criminele redenen, zoals omschreven in artikel 77, tweede lid, Vreemdelingenwet en die geen aanleiding kan geven tot strafrechtelijke vervolging, betreft alleen de hulp of bijstand omschreven in dat artikel
(1)
(2).
(1)De regel dient te worden begrepen in die zin dat alleen de misdrijven omschreven in het eerste lid van artikel 77, Vreemdelingenwet geen aanleiding kunnen geven tot vervolging wanneer zij ingegeven worden door humanitaire motieven.
(2)Zie Cass., 9 jan. 2001, AR P.99.0235.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010109.8, nr 7. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: VREEMDELINGEN Onwettig binnenkomen of verblijf in het Rijk Misdrijf van hulp en bijstand aan de vreemdeling Redenen van de hulp of bijstand Hulp of bijstand die geen aanleiding kan geven tot strafrechtelijke vervolging Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Wet - 15-12-1980 - Art.77 Fiche 2 De valsheid in geschrifte omschreven in de artikelen 193 en 196, Strafwetboek vereist een geschrift dat enigermate tot bewijs strekt van datgene wat erin is opgenomen en vastgesteld, zodat het zich aan de openbare trouw opdringt, wat inhoudt dat de overheid en de particulieren die er kennis van nemen of aan wie het wordt overgelegd, kunnen overtuigd worden van de waarachtigheid van de akte of het rechtsfeit in het geschrift vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten
(1)
(2).
(1)Cass., 18 juni 1985, AR 9287, nr 633; Cass., 27 sept. 1988, AR 1650, nr 53; Cass., 16 juni 1999, AR P.98.0738.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990616.7, nr 362.
(2)Zie Cass., 25 sept. 2001, AR P.05.0005.N, nr
- Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Valsheid in geschriften Geschrift Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193,196, Fiches 3 - 4 De bewijsstukken die een aanvrager volgens artikel 9 van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk moet overleggen aan de regularisatiecommissie, zijn geen geschriften die slechts bewijswaarde hebben nadat ze door de commissie worden aanvaard. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Valsheid in geschriften Geschrift Vreemdelingen Regularisatie van verblijf Regularisatiecommissie Bewijsstukken Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 22-12-1999 - Art.9 Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: VREEMDELINGEN Onwettig binnenkomen of verblijf in het Rijk Regularisatie van verblijf Regularisatiecommissie Bewijsstukken Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 22-12-1999 - Art.9 Fiche 5 De eventuele goede beweegredenen van een dader, zoals het handelen uit humanitaire redenen, nemen de strafbare valsheid in geschrifte niet weg van zodra het bijzonder opzet, dit is hetzij een bedrieglijk opzet, hetzij het oogmerk om te schaden, vast staat. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Valsheid in geschriften Moreel bestanddeel van het misdrijf Motieven van het misdrijf Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193en196 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0010.N
- Z, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Zvonimir Miskovic, advocaat bij de balie te Tongeren, ter terechtzitting bijgestaan door mr. Ivo Flachet, advocaat bij de balie te Brussel,
- T, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Ivo Flachet, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 23 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser
- De hulp of bijstand aan een vreemdeling bij diens onwettige binnenkomst of onwettig verblijf in het Rijk omschreven in het artikel 77 Vreemdelingenwet en de valsheid in geschrifte omschreven in de artikelen 193 en 196 Strafwetboek, zijn twee afzonderlijke misdrijven met eigen bestanddelen. Dat hulp of bijstand aan vreemdelingen omschreven in het artikel 77 of andere Vreemdelingenwet om niet-economische en niet-criminele redenen geen aanleiding kan geven tot strafrechterlijke vervolging, betreft alleen de hulp of bijstand omschreven in die artikelen. Dit staat niet eraan in de weg dat hij die in dergelijke omstandigheden hulp of bijstand verleent, strafrechtelijk kan vervolgd worden wegens de valsheid in geschrifte omschreven in de artikelen 193 en 196 Strafwetboek. Het middel faalt in zoverre naar recht.
- De vaststelling van het bestreden arrest dat de eiser bij het plegen van de valsheid in geschrifte gehandeld heeft uit humanitaire redenen, doet geen afbreuk aan de vaststelling betreffende het voor het misdrijf vereiste bijzonder opzet.
- De valsheid in geschrifte, omschreven in de artikelen 193 en 196 Strafwetboek, vereist een geschrift dat enigermate tot bewijs strekt van datgene wat erin is opgenomen en vastgesteld, zodat het zich aan de openbare trouw opdringt. Dit laatste wil zeggen dat de overheid of de particulieren die er kennis van nemen of aan wie het wordt overgelegd, kunnen overtuigd worden van de waarachtigheid van de akte of het rechtsfeit in het geschrift vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten.
- De vaststelling van het bestreden arrest dat de gepleegde valsheid geen determinerende factor was bij de vorming van de overtuiging van de regularisatiecommissie, doet geen afbreuk aan de vaststelling dat de valse attesten of geschreven verklaringen enigermate als bewijs konden dienen.
- Voor het overige doet het middel niet anders dan elke zinsnede van het bestreden arrest betreffende de eiser eenvoudig tegenspreken. Met de redenen die het arrest bevat, beantwoordt het evenwel eisers verweer en verantwoordt het zijn beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Eerste middel van de eiseres Eerste onderdeel
- De bewijsstukken die een aanvrager volgens het artikel 9 van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk moet overleggen aan de regularisatiecommissie, zijn geen geschriften die slechts bewijswaarde hebben nadat ze door die commissie worden aanvaard. Het onderdeel dat aanvaarding en beoordeling verwart, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- De strafbare valsheid in geschrifte vereist volgens het artikel 193 Strafwetboek een bijzonder opzet, dit is een bedrieglijk opzet, of een oogmerk om te schaden. De eventuele goede beweegredenen van een dader, of zoals hier zijn handelen uit humanitaire reden, nemen het misdrijf niet weg. Het onderdeel dat bijzonder opzet en beweegreden verwart, faalt naar recht. Tweede middel van de eiseres
- Het bestreden arrest veroordeelt de eiseres tot één straf wegens I.A valsheid in geschrifte en II.A gebruik van valse stukken. Die straf is naar recht verantwoord door de tegen de eiseres bewezen verklaarde telastlegging I.A valsheid, zodat het middel dat enkel opkomt tegen de schuldigverklaring van de eiseres voor II.A gebruik van valse stukken niet tot cassatie kan leiden. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 143,42 euro waarvan op elk cassatieberoep 71,71 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 18 april 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060418.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990616.7 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010109.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081021.6 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101026.1 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130122.10 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141125.2 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180627.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200205.2F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div