id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006
Art.20
,3° Fiche 4 In geval de arbeidsovereenkomst de toekenning inhoudt van een eindejaarspremie is de betaling van deze premie bij ontstentenis van nadere precisering in beginsel verschuldigd op het einde van het jaar; bij beëindiging van de overeenkomst vóór het einde van het jaar is de betaling pro rata in beginsel verschuldigd voor de in dat jaar tot dat tijdstip geleverde arbeid. Thesaurus CAS: LOON - RECHT OP LOON Vrije woorden: LOON - RECHT OP LOON Arbeidsovereenkomst Einde Eindejaarspremie Pro rata Berekening Wettelijke bepalingen:
Art.20
,3° Fiche 5 Wanneer de arbeidsovereenkomst een bepaling inhoudt waarbij de werkgever zich er toe verbindt de premies te betalen voor een groepsverzekering, bestaat die verbintenis vanaf het sluiten van de arbeidsovereenkomst, maar ontstaat het recht op de betaling van de premies op de data waarop die premies komen te vervallen. Thesaurus CAS: LOON - RECHT OP LOON Vrije woorden: LOON - RECHT OP LOON Arbeidsovereenkomst Groepsverzekering Werkgeversbijdrage Recht van betaling Ontstaan Wettelijke bepalingen:
Art.20,3° Tekst van de beslissing Nr.
S.05.0080.N DOEDIJNS FLUITRONICS, naamloze vennootschap, met zetel te 2870 Puurs-Breendonk, Veurtstraat 73, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- D. C. R., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
- EATON FLUID POWER GmbH, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 76532 Baden-Bader (Duitsland), Dr. Reckewegstrasse 1, in haar hoedanigheid van rechtsopvolgster van de GmbH Vickers Systems, met zetel te 9051 Gent, Derbystraat 79, verweerster, vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 14 februari 2005 gewezen door het Arbeidshof te Gent. Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift vijf middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het in het middel bedoelde verweer gaat er van uit dat het beroepen vonnis geen veroordeling inhoudt doch enkel het debat heropent teneinde de partijen, meer bepaald de verweerders, toe te laten bijkomende bewijzen voor te brengen.
- De appelrechters stellen vast dat het beroepen vonnis oordeelt dat, anders dan door de verweerder voorgehouden, - de verweerder over geen keuzerecht beschikte om al dan niet in dienst te treden van de eiseres doch deze wel de bestaande arbeidsovereenkomst integraal moest overnemen, inclusief de bestaande voordelen; - de nieuwe plaats van tewerkstelling, met een aantal bijkomende kilometers, geen reden was om te oordelen dat de eiseres de arbeidsovereenkomst eenzijdig zou hebben gewijzigd. De appelrechters hebben aldus vastgesteld dat het beroepen vonnis niet enkel het debat heeft heropend en zij dienden dan ook niet meer te antwoorden op het verweer dat, gelet op hun oordeel, niet meer dienend was.
- Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- De appelrechters stellen vast dat de verweerder oorspronkelijk was tewerkgesteld bij Vickers Systems GmbH die een deel van haar onderneming liet overgaan op de eiseres en dat die overgang ten aanzien van de verweerder op 7 februari 1996 gevolgen had.
- De appelrechters oordelen dat als gevolg van de overgang, de eiseres de werkgever van de verweerder is geworden. Zij oordelen verder dat de eiseres de verweerder op 18 maart 1996 heeft ontslagen door de arbeidsplaats eenzijdig en op belangrijke wijze te wijzigen, veroordelen haar tot het betalen van een opzeggingsvergoeding en zeggen dat die veroordeling niet slaat op de verweerster op grond dat deze alsdan niet langer de werkgever van de verweerder was.
- Het middel voert aan dat ook de verweerster (rechtsopvolger van Vickers Systems GmbH) tot betaling diende te worden veroordeeld op grond dat de verweerder overeenkomstig artikel 1275 van het Burgerlijk Wetboek, dat van dwingend recht is, de verweerster niet uitdrukkelijk heeft vrijgesteld van het gehouden zijn tot de schulden na de overgang van onderneming.
- Het blijkt niet dat de eiseres dit middel voor de appelrechters heeft aangevoerd of dat de andere partijen dit in het debat hebben gebracht. De bepalingen van dit artikel zijn niet van dwingend recht ten voordele van de overnemer in geval van overgang van onderneming.
- Het middel is nieuw, mitsdien niet ontvankelijk. Derde Middel Eerste en tweede subonderdeel van het eerste onderdeel
- Artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van de Nationale Arbeidsraad nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement of gerechtelijk akkoord door boedelafstand, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 juli 1985, ingevoegd bij artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32quater van 19 december 1989, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 6 maart 1990, met gevolgen vanaf 16 mei 1989, bepaalt dat de vervreemder en de verkrijger in solidum gehouden zijn tot betaling van de op het tijdstip van de overgang in de zin van artikel 1, 1°, bestaande schulden, die uit de op dat tijdstip bestaande arbeidsovereenkomsten voortvloeien, met uitzondering van de schulden uit hoofde van aanvullende regimes van sociale voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 4 van deze overeenkomst.
- Met de op het tijdstip van de overgang bestaande schulden zijn de schulden bedoeld in de zin van voormeld artikel 1, 1°, met betrekking tot de tot op dat ogenblik gepresteerde arbeidsprestaties.
- De eiseres komt op tegen de beslissing van het arrest dat de verweerster niet met de eiseres in solidum is veroordeeld tot betaling van de eindejaarspremie pro rata voor de periode vanaf de gedeeltelijke overdracht van de onderneming op 7 februari 1996 tot de datum van het ontslag op 18 maart
- Het arrest oordeelt dat de verweerder krachtens zijn arbeidsovereenkomst gerechtigd was op een eindejaarspremie, dat uit niets blijkt dat er geen berekening pro rata is toegelaten, dat zijn ontslag het recht op de premie deed ontstaan en dat gelet op de deelbaarheid van de premie en de bepaling van voormeld artikel 8, de verweerster slechts tot betaling van de eindejaarspremie pro rata gehouden is voor de periode van 1 januari 1996 tot de datum van de gedeeltelijke overdracht van de onderneming op 7 februari
- Door aldus te beslissen oordeelt het arrest niet, zoals de eiseres nochtans aanvoert, dat de pro rata eindejaarspremie opeisbaar wordt naargelang de arbeid wordt verricht.
- De subonderdelen missen feitelijke grondslag. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
- Een eindejaarspremie is in de regel de tegenprestatie van de arbeid die ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt verricht, zodat het recht erop, in beginsel wordt verkregen naar gelang de arbeid is verricht. De eindejaars-premie is dienvolgens splitsbaar.
- In geval de arbeidsovereenkomst de toekenning inhoudt van een eindejaarspremie is de betaling van deze premie bij ontstentenis van nadere precisering in beginsel verschuldigd op het einde van het jaar. Bij beëindiging van de overeenkomst voor het einde van het jaar is de betaling pro rata in beginsel verschuldigd voor de in dat jaar tot dat tijdstip geleverde arbeid. Het subonderdeel dat er van uitgaat dat het recht op betaling van zulke eindejaarspremie pro rata reeds bestaat voor dat de arbeidsprestaties geleverd zijn, faalt naar recht. Tweede subonderdeel
- In zoverre dit subonderdeel de schending aanvoert van artikel 1275 van het Burgerlijk Wetboek, is het nieuw om dezelfde reden als gesteld in het antwoord op het tweede middel, mitsdien niet ontvankelijk.
- In zoverre dit subonderdeel de schending aanvoert van andere wettelijke bepalingen, is het afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde schending van artikel 1275 van het Burgerlijk Wetboek, mitsdien niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het arrest oordeelt niet dat het recht op de oudejaarspremie reeds ontstaat bij het aangaan van de verbintenis tot betaling van die premie.
- Het onderdeel steunt op een onjuiste lezing van het bestreden arrest en is mitsdien niet ontvankelijk. Vierde onderdeel Eerste en tweede subonderdeel
- In zoverre het arrest stelt dat het ontslag van verweerder het recht op de eindejaarspremie pro rata deed ontstaan, geeft het arrest te kennen dat het recht op de betaling van de eindejaarspremie pro rata bij het ontslag verworven werd.
- De subonderdelen die er van uitgaan dat het arrest aldus oordeelt dat de verweerder slechts bij het ontslag de toekenning van de eindejaarspremie verwierf, berust op een verkeerde lezing van het arrest en missen bijgevolg feitelijke grondslag. Vierde middel Eerste onderdeel
- Wanneer de arbeidsovereenkomst een bepaling inhoudt waarbij de werkgever zich er toe verbindt de premies te betalen voor een groeps-verzekering, bestaat die verbintenis vanaf het sluiten van de arbeids-overeenkomst, maar ontstaat het recht op de betaling van de premies op de data waarop die premies komen te vervallen.
- In zoverre het onderdeel aanvoert dat de schuld, bestaande in het betalen van de premies van de groepsverzekering reeds bij het aangaan van de verbintenis tot betaling van die premies bestaat, faalt het naar recht.
- Het arrest geeft te kennen dat de schuld tot betaling van die premies betrekking heeft op de periode na de overdracht en dat de eiseres in gebreke is gebleven deze betalingen te verrichten en daarom schadevergoeding verschuldigd is.
- Door aldus te beslissen schendt het arrest de als geschonden aangewezen wettelijke bepalingen niet.
- Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- In zoverre dit onderdeel de schending aanvoert van artikel 1275 van het Burgerlijk Wetboek, is het nieuw om dezelfde reden als gesteld in het antwoord op het tweede middel, mitsdien niet ontvankelijk.
- In zoverre dit onderdeel de schending aanvoert van andere wettelijke bepalingen, is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 1275 van het Burgerlijk Wetboek, mitsdien niet ontvankelijk. Vijfde middel
- In zoverre dit middel de schending aanvoert van artikel 1275 van het Burgerlijk Wetboek, is het nieuw om dezelfde reden als gesteld in het antwoord op het tweede middel, mitsdien niet ontvankelijk.
- In zoverre dit middel de schending aanvoert van andere wettelijke bepalingen, is het afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde schending van artikel 1275 van het Burgerlijk Wetboek, mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep, Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van driehonderd negenendertig euro drieënzestig cent jegens de eisende partij, op de som van honderd euro drieëndertig cent jegens de verwerende partij sub 1 en op de som van tweehonderd zestig euro vijfendertig cent jegens de verwerende partij sub
- Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelings-voorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Ghislain Londers, en in openbare terechtzitting van vierentwintig april tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060424.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081112.11 precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940509.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div