← België

ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.2 Rolnummer: P.06.0125.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2006-12-22 Raadplegingen: 616 - laatst gezien 2026-07-04 05:40 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer verscheidene misdrijven de uitvoering zijn van éénzelfde misdadig opzet, vangt de verjaring van de strafvordering aan vanaf het laatste strafbare feit, op voorwaarde dat, behoudens stuiting of schorsing van de verjaring, geen van de vroegere feiten van het daaropvolgende feit gescheiden is door een langere termijn dan de verjaringstermijn

(1).
(1)Cass., 31 mai 2005, AR P.05.0536.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050531.3, nr 305. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Eenheid van opzet Verscheidene misdrijven Gevolgen Verjaring Aanvang Laatste strafbaar feit Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.21tot24 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Vrije woorden: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Verscheidene misdrijven Eenheid van opzet Aanvang Laatste strafbaar feit Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.21tot24 Fiches 3 - 4 De rechter die een aantal feiten bewezen verklaart als gepleegd gedurende verschillende periodes en die verder geen datum preciseert, moet bij de controle of de strafvordering wel of niet door verjaring vervallen is, rekening houden met de volledige tijdspanne binnen dewelke die feiten zijn gepleegd; indien aldus geen precieze aanvangsdatum van de verjaring kan worden vastgesteld, dient de rechter rekening te houden met de voor beklaagde meest gunstige datum
(1).
(1)Zie R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, p. 134, nr 216. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI Vrije woorden: MISDRIJF - ALLERLEI Feiten gepleegd gedurende verschillende periodes Geen precisering van datum Gevolgen Verjaring Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.21tot24 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Vrije woorden: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Feiten gepleegd gedurende verschillende periodes Geen precisering van datum Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.21tot24 Fiches 5 - 7 Wanneer de bestreden beslissing de beklaagde veroordeelt met de vermelding dat hij de feiten heeft gepleegd op een niet bepaald tijdstip tussen twee data, en het Hof aan de hand van de processtukken waarop het vermag acht te slaan, niet kan nagaan of de strafvordering al dan niet verjaard was, vernietigt het Hof de veroordelende beslissing met verwijzing
(1).
(1)Cass., 10 dec. 1997, AR P.97.0729.F ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971210.3, nr 546; zie Cass., 7 nov. 2000, AR P.99.0048.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001107.9, nr
  1. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI Vrije woorden: MISDRIJF - ALLERLEI Misdrijf gepleegd op een niet bepaald tijdstip tussen twee data Verjaring Toetsing door het Hof Onmogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.21tot24 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Algemeen Vrije woorden: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Algemeen Veroordelende beslissing Misdrijf gepleegd op een niet bepaald tijdstip tussen twee data Toetsing door het Hof Onmogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.21tot24 Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN Strafvordering Veroordelende beslissing Misdrijf gepleegd op een niet bepaald tijdstip tussen twee data Verjaring Toetsing door het Hof Onmogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.21tot24 Tekst van de beslissing Nr. P.06.0125.N
  2. L G M T, beklaagde,
  3. M M R J, beklaagde, eisers, met als raadslieden mr. Ludo Kools en mr. Tim Van hoogenbemt, advocaten bij de balie te Mechelen, tegen
  4. S J, burgerlijke partij,
  5. D C S, burgerlijke partij, ter terechtzitting bijgestaan door mr. Gerrit Van Gassen, advocaat bij de balie te Brussel,
  6. D C A, burgerlijke partij, ter terechtzitting bijgestaan door mr. Gerrit Van Gassen, advocaat bij de balie te Brussel,
  7. R G, burgerlijke partij, ter terechtzitting bijgestaan door mr. Gerrit Van Gassen, advocaat bij de balie te Brussel,
  8. V H J, burgerlijke partij,
  9. V M, burgerlijke partij,
  10. V L, en zijn echtgenote burgerlijke partij,
  11. V J, beiden handelend in eigen naam en namens de huwgemeenschap, burgerlijke partij,
  12. M T, burgerlijke partij,
  13. C J, burgerlijke partij,
  14. V J, burgerlijke partij, ter terechtzitting bijgestaan door mr. Gerrit Van Gassen, advocaat bij de balie te Brussel, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 december
  15. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht vijf middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand
  16. De eisers doen zonder berusting afstand in zoverre hun cassatieberoepen betrekking hebben op de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders M T, V M en V J in hun beider hoedanigheden, D C S en S J, omdat dit geen eindbeslissingen zijn. Ingevolge de uit te spreken vernietiging van het arrest worden die gedeeltelijke afstanden zonder voorwerp.
  17. De eiser sub 1 doet afstand van het cassatieberoep in zoverre dat betrekking heeft op de beslissing op de strafvordering waarbij hij vrijgesproken wordt van de feiten van de telastlegging A.b. Eerste middel van L G
  18. Wanneer verscheidene misdrijven de uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, vangt de verjaring van de strafvordering aan vanaf het laatste strafbare feit, op voorwaarde dat, behoudens stuiting of schorsing van de verjaring, geen van de vroegere feiten van het daaropvolgende feit gescheiden is door een langere termijn dan de verjaringstermijn. Wanneer de rechter in dergelijk geval een aantal feiten bewezen verklaart als gepleegd gedurende verschillende periodes en hij verder geen datum preciseert, houdt dat de mogelijkheid in dat die feiten gepleegd zijn op elk ogenblik binnen de aangewezen periodes. Dat betekent eveneens dat de rechter bij de controle of de strafvordering wel of niet door verjaring vervallen is, rekening moet houden met de volledige tijdspanne binnen dewelke die feiten zijn gepleegd. Indien aldus geen precieze aanvangsdatum van de verjaringstermijn kan worden bepaald, dient de rechter rekening te houden met de voor de beklaagde meest gunstige datum.
  19. Wanneer de bestreden beslissing de beklaagde veroordeelt met de vermelding dat hij de feiten heeft gepleegd op een niet bepaald tijdstip tussen twee datums, moet het Hof aan de hand van de processtukken waarop het vermag acht te slaan, kunnen nagaan of de strafvordering al dan niet verjaard was.
  20. De appelrechters "(stellen) vast dat de feiten van de telastlegging A.a.2, zich vereenzelvigen met de feiten van de telastlegging A.a.1". Voorts veroordelen de rechters de eiser met toepassing van artikel 65 Strafwetboek, wegens de vermengde 25 feiten van de telastlegging A.a.1, tot één enkele straf. Die telastlegging vermeldt dat de feiten meermaals gepleegd zijn op niet nader bepaalde tijdstippen, gedurende telkens verschillende periodes waarvan de begindatum en de einddatum zijn vermeld. Het arrest preciseert evenwel niet op welke datum of datums die feiten zijn gepleegd. Met het oog op de controle van de verjaring van de strafvordering wegens de telastlegging A.a.1, oordelen de appelrechters dat de feiten 1 tot 10 en 13 tot 25, "zo bewezen, de uiting zijn van eenzelfde misdadig opzet, zonder dat tussen de feiten onderling een termijn gelijk aan of langer dan de geldende verjaringstermijn van drie jaar is verlopen, zodat de verjaring van de strafvordering slechts begint te lopen vanaf de datum van het laatste feit, namelijk 2 september 1992". De appelrechters laten dat oordeel uitsluitend steunen op de aanvangsdatum van elke tijdspanne binnen dewelke de opeenvolgende feiten zijn gepleegd.
  21. Noch uit het arrest, noch uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt enige nuttige stuiting of schorsing van de verjaring die voor alle feiten van de telastlegging kan gelden. Het Hof kan niet nagaan of de strafvordering voor het geheel van de feiten die de appelrechters bewezen verklaren en die zij bij de bepaling van de strafmaat in aanmerking nemen, wel of niet was verjaard op de dag waarop het arrest is uitgesproken. Het middel is gegrond. Overige middelen van L G
  22. Deze middelen kunnen niet tot cassatie zonder verwijzing leiden. Ze behoeven derhalve geen antwoord. Middel van M M
  23. Uit het antwoord op het eerste middel van L G volgt dat het gelijkluidende middel van de eiseres gegrond is. De overige middelen kunnen niet tot cassatie zonder verwijzing leiden. Ze behoeven derhalve geen antwoord. Omvang van de cassatie
  24. De vernietiging van de beslissingen op de strafvordering wegens de feiten van de telastleggingen A.a.1 en A.a.2 en B tegen de eisers heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders tegen de eisers die daaruit voortvloeien, ongeacht de omstandigheid dat het deels geen eindbeslissingen zijn. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van L G in zoverre dat betrekking heeft op de vrijspraak voor de feiten van de telastlegging A,b. Vernietigt het bestreden arrest voor het overige. Zegt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel; Begroot de kosten op 415,44 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 2 mei 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230117.2N.3 ECLI:BE:CTBRL:2022:ARR.20220425.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971210.3 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001107.9 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050531.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150421.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.