id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.4 Rolnummer: P.06.0100.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-24 Raadplegingen: 618 - laatst gezien 2026-07-04 06:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het misdrijf van uitvoering van een niet-vergunde maar vergunningsplichtige gehele of gedeeltelijke wijziging van de hoofdfunctie van een onroerend bebouwd goed wordt voltrokken door het geven, zonder de vereiste voorafgaande vergunning, van een in artikel 99, ,§ 1, eerste lid, 6°, Stedenbouwdecreet 1999 bedoelde nieuwe functie; de omstandigheid dat de hoofdfunctie wonen een zekere continuïteit veronderstelt, staat niet in de weg dat de wijziging van de functie van een onroerend bebouwd goed van verblijfsrecreatie naar wonen, zich op een welbepaald ogenblik voordoet. Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Stedenbouw Onroerend bebouwd goed Hoofdfunctie Niet-vergunde vergunningsplichtige functiewijziging Permanente bewoning Aard Thesaurus CAS: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Vrije woorden: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Onroerend bebouwd goed Hoofdfunctie Niet-vergunde vergunningsplichtige functiewijziging Permanente bewoning Misdrijf Ogenblik van voltrekking Fiches 3 - 4 Het misdrijf van instandhouding van een niet-vergunde maar vergunningsplichtige functiewijziging bestaat in het schuldig verzuim om aan het bestaan van de aldus wederrechtelijk doorgevoerde functiewijziging een einde te maken, wat inzonderheid blijkt uit het verdere gebruik van het onroerend bebouwd goed overeenkomstig de niet-vergunde gewijzigde functie; als voortdurend misdrijf, dit is een misdrijf dat bestaat in een ononderbroken en door de dader bestendigde wederrechtelijke toestand, onderscheidt het zich van de wederrechtelijke functiewijziging doordat het noodzakelijk daarop volgt. Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Stedenbouw Onroerend bebouwd goed Hoofdfunctie Niet-vergunde vergunningsplichtige functiewijziging Permanente bewoning Instandhoudingsmisdrijf Aard Thesaurus CAS: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Vrije woorden: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Onroerend bebouwd goed Hoofdfunctie Niet-vergunde vergunningsplichtige functiewijziging Permanente bewoning Instandhoudingsmisdrijf Aard Fiche 5 De in artikel 149, ,§ 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 bedoelde herstelmaatregelen hebben een civielrechtelijk karakter; als bijzondere vorm van vergoeding of teruggave strekken zij ertoe een einde te maken aan de met de wet strijdige toestand die uit het misdrijf is ontstaan en waardoor het algemeen belang wordt geschaad
(1).
(1)Cass., 13 dec. 2005, AR P.05.0693.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.8, met concl. van proc.-gen. DE SWAEF. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Herstelmaatregelen Aard Fiche 6 De opheffing van het strafbare karakter van het misdrijf van instandhouding heeft alleen het verval van de op dat misdrijf gesteunde strafvordering tot gevolg; deze wijziging brengt evenwel niet mee dat de instandhouding, die strafbaar was in de periode waarin zij plaatsvond, niet langer de grondslag kan uitmaken van een herstelvordering, noch dat de strafrechter voor wie de herstelvordering werd ingesteld op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, daardoor zijn bevoegdheid verliest
(1).
(1)Cass., 13 dec. 2005, AR P.05.0693.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.8, met concl. van proc.-gen. DE SWAEF. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Instandhoudingsmisdrijf Strafbaar karakter Opheffing Verval van de strafvordering Gevolgen Herstelvordering Tekst van de beslissing Nr. P.06.0100.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen
- S F N G, beklaagde,
- V M J, beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 1 december
- De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDE RECHTSPLEGING De verweerders worden vervolgd om bij inbreuk op de artikelen 99, ,§1, 6° en artikel 146, eerste lid, 1°, derde en vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999, zonder voorafgaande vergunning de hoofdfunctie van een onroerend bebouwd goed geheel of gedeeltelijk te hebben gewijzigd van de functiecategorie verblijfsrecreatie naar de functiecategorie wonen. Deze functiewijziging is vergunningsplichtig gesteld door artikel 2, ,§1, van het besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de werken, handelingen en wijzigingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is. De appelrechters preciseren dat deze telastlegging "vanaf 1 mei 2000 tot en met 7 februari 2003" en als "het instandhouden van de (...) wederrechtelijke toestand" moet worden bepaald. Daar het gebouw niet gelegen is in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, wordt de strafvordering en de erop geënte herstelvordering met toepassing van artikel 146, derde lid, van voormeld decreet, in de mate dat het niet vernietigd werd door het Arbitragehof (arrest nummer 14/2005 van 19 januari 2005), niet langer ontvankelijk verklaard. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert aan dat de telastlegging niet het voortdurend misdrijf van instandhouding maar een voortgezet misdrijf van ongeoorloofde functiewijziging inhoudt, waarvoor de strafsanctie bedoeld in artikel 146, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 ook in niet ruimtelijk kwetsbare gebieden nog steeds geldt.
- Artikel 146, eerste lid, 1°, Stedenbouwdecreet 1999 stelt strafbaar zowel de uitvoering, de voortzetting als de instandhouding van de bij artikelen 99 tot 101 bepaalde handelingen, werken of wijzigingen zonder of in strijd met de voorafgaande vergunning, Krachtens artikel 99, ,§1, eerste lid, 6°, Stedenbouwdecreet 1999 mag niemand zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning de hoofdfunctie van een onroerend bebouwd goed geheel of gedeeltelijk wijzigen met het oog op een nieuwe functie zoals in die bepaling bedoeld.
- Door het geven, zonder de vereiste voorafgaande vergunning, van een in die bepaling bedoelde nieuwe functie aan het onroerend bebouwd goed, wordt het misdrijf van uitvoering van een niet-vergunde maar vergunningsplichtige functiewijziging voltrokken. De omstandigheid dat de hoofdfunctie wonen wat, bij ontstentenis van een wettelijke omschrijving overeenkomstig het gewone taalgebruik moet worden begrepen als "gehuisvest zijn" een zekere continuïteit veronderstelt, staat niet eraan in de weg dat de wijziging van de functie van een onroerend bebouwd goed van verblijfsrecreatie naar wonen, zich op een welbepaald ogenblik voordoet.
- Het misdrijf van instandhouding van deze niet-vergunde maar vergunningsplichtige functiewijziging bestaat in het schuldig verzuim om aan het bestaan van de aldus wederrechtelijk doorgevoerde functiewijziging een einde te maken, wat inzonderheid blijkt uit het verdere gebruik van het onroerend bebouwd goed overeenkomstig de niet-vergunde gewijzigde functie. Als voortdurend misdrijf, dit is een misdrijf dat bestaat in een ononderbroken en door de dader bestendigde wederrechtelijke toestand, onderscheidt het zich van de wederrechtelijke functiewijziging doordat het noodzakelijk daarop volgt. De permanente bewoning maakt aldus geen constitutief deel uit van het misdrijf van uitvoering van de in deze zaak aan de orde zijnde vergunningsplichtige functiewijziging. De permanente bewoning is de wederrechtelijke toestand die volgt op dit misdrijf. Uit de permanente bewoning kan alleen worden afgeleid dat het misdrijf van uitvoering van de bedoelde functiewijziging heeft plaats gevonden.
- Het staat aan de rechter om in feite te oordelen wanneer de wederrechtelijke functiewijziging werd uitgevoerd en bijgevolg vanaf wanneer de wederrechtelijke functiewijziging werd in stand gehouden. Het Hof gaat alleen na of de rechter uit zijn vaststellingen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- Te dezen stellen de appelrechters vast: "waar de beide (verweerders) zelf verklaarden dat zij sinds 22 december 1998 ononderbroken wonen op het adres Reinakker 6/4 te Sint-Gillis-Waas en geen andere verblijfof woonplaats hebben, werd het misdrijf van het niet vergund wijzigen van de hoofdfunctie van het onroerend goed, voor zover het bewezen zou zijn, gepleegd op 22 december
- Het openbaar ministerie heeft echter enkel vervolging ingesteld voor de periode vanaf 1 mei 2000 tot en met 7 februari 2003 periode tijdens dewelke (...) de wederrechtelijke toestand door de beide (verweerders) werd in stand gehouden zodat het hof (van beroep) hier en nu niet te oordelen heeft over het misdrijf van het uitvoeren van de niet vergunde bestemmingswijziging". Deze beslissing is naar recht verantwoord.
- Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert aan dat, ongeacht de opheffing van de strafbaarstelling van de instandhouding, de appelrechters de tijdig voor hen aangebrachte herstelvordering moeten beoordelen.
- De in artikel 149, ,§1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 bedoelde herstelmaatregelen hebben een civielrechtelijk karakter. Als bijzondere vorm van vergoeding of teruggave strekken zij ertoe een einde te maken aan de met de wet strijdige toestand die uit het misdrijf is ontstaan en waardoor het algemeen belang wordt geschaad. De opheffing van het strafbare karakter van het misdrijf van instandhouding heeft alleen het verval van de op dat misdrijf gesteunde strafvordering tot gevolg. Deze wijziging brengt evenwel niet mee dat de instandhouding, die strafbaar was in de periode waarin zij plaatsvond, niet langer de grondslag kan uitmaken van een herstelvordering, noch dat de strafrechter voor wie de herstelvordering werd ingesteld op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, daardoor zijn bevoegdheid verliest. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, wat de beslissing over de herstelvordering betreft. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerders tot de helft van de kosten van het cassatieberoep; laat de overige kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Begroot de kosten op 127,24 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en op de openbare terechtzitting van 2 mei 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081104.2 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130208.4 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20131024.1 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20131024.2 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160225.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div