id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060505.2 Rolnummer: F.05.0036.F Kamer: 1F - première chambre Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-03-14 Raadplegingen: 571 - laatst gezien 2026-07-04 02:40 Versie(s): Vertaling FR Fiche De kennisgeving van het vonnis of arrest gewezen inzake evenredige verdeling, die de griffier bij gerechtsbrief aan de partijen moet doen, strekt ertoe de termijn voor alle rechtsmiddelen te doen ingaan
(1).
(1)Betreffende het cassatieberoep, zie Cass., 3 sept. 1999, AR C.97.0262.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990903.5, nr
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Algemeen Vrije woorden: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Algemeen Termijn Begin Evenredige verdeling Vonnis Kennisgeving Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1634,1635 Tekst van de beslissing Nr. F.05.0036.F BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën, Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- G. B.,
- EXCITE INVEST, vennootschap naar Luxemburgs recht,
- BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën,
- SOCIETE WALLONNE DE DISTRIBUTION D'EAU, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
- GEMEENTE SAMBREVILLE,
- GEMEENTE SCHAARBEEK,
- R.-C. C.,
- G. S. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 24 januari 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Luik. Afdelingsvoorzitter Claude Parmentier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL Eiser voert in zijn memorie een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen De artikelen 50, inzonderheid, tweede lid, 792, inzonderheid tweede en derde lid, 1051, 1635 en 1636 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest neemt kennis van eisers hoger beroep, ingesteld bij een op 14 september 2001 ter griffie van het Hof van Beroep te Luik neergelegd verzoekschrift, tegen een door de beslagrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen gewezen vonnis van 20 juli 2001, dat uitspraak deed over tegenspraken die ingesteld waren tegen het ontwerp van verdeling dat was opgemaakt door gerechtsdeurwaarder A. B. te J., tot uitvoering van de in de artikelen 1627 tot 1638 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde procedure van evenredige verdeling; het bestreden arrest verklaart dat hoger beroep niet-ontvankelijk op grond "dat (de zevende verweerster) aanvoert dat het beroepen vonnis, dat op 20 juli 2001 is uitgesproken, op 23 juli 2001 ter kennis van de partijen is gebracht, overeenkomstig artikel 1635 van het Gerechtelijk Wetboek zodat het hoger beroep dat ingesteld is bij verzoekschrift van 14 september 2001 niet ontvankelijk zou zijn, aangezien de in artikel 50 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde verlenging wanneer de termijn van hoger beroep binnen de gerechtelijke vakantie begint te lopen en ook verstrijkt, in deze zaak niet van toepassing is aangezien die verlenging slechts betrekking heeft op de termijnen bedoeld in de artikelen 1048, 1051 et 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek; dat noch artikel 1048 van het Gerechtelijk Wetboek, dat betrekking heeft op verzet tegen een vonnis, noch artikel 1253quater, dat betrekking heeft op de vorderingen die ingesteld zijn op grond van de artikelen 214, 215, 216, 221, 223, 1420, 1421, 1442, 1463 en 1469 van het Burgerlijk Wetboek, verband houden met dit geschil; dat artikel 1051 m.b.t. het hoger beroep zegt dat de appèltermijn één maand bedraagt te rekenen van de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid, dat verwijst naar de zaken die worden genoemd in artikel 704, eerste lid, en geen verband houdt met dit geschil; dat hieruit volgt dat het hoger beroep niet ontvankelijk is, aangezien de in artikel 50 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde termijnverlenging in deze zaak niet geldt, aangezien dat geschil niet voorkomt binnen het bestek van rechtsmiddelen die in dat artikel op beperkende wijze worden opgesomd; dat uit het feit dat de wet op het faillissement en het gerechtelijk akkoord bepaalde termijnverlengingen uitsluit, niet kan worden besloten dat de in artikel 50, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde verlenging automatisch geldt in alle gevallen waar zij niet uitdrukkelijk is uitgesloten, aangezien dat artikel een beperkende opsomming geeft van de gevallen waarin zij geldt". Grieven
- Eerste onderdeel Luidens artikel 1051 van het Gerechtelijk Wetboek is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Hieruit volgt dat de termijn om hoger beroep in te stellen tegen een vonnis dat uitspraak doet over de tegenspraken tegen een ontwerp van proces-verbaal van verdeling, overeenkomstig de artikelen 1627 tot 1638 van het Gerechtelijk Wetboek, één maand bedraagt te rekenen vanaf de betekening van het vonnis en dat de in artikel 1635 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde kennisgeving, bij gebrek aan uitdrukkelijke tekst, niet het beginpunt van de termijn is. Uit de bekritiseerde redenen valt evenwel af te leiden dat het hof van beroep hier de termijn doet ingaan vanaf de in dat artikel bedoelde kennisgeving van het vonnis, zonder vast te stellen dat het beroepen vonnis aan eiser zou zijn betekend en zelfs zonder het bestaan van een dergelijke betekening na te gaan. Voorts blijkt uit geen enkel van de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan dat een dergelijke betekening zou zijn gebeurd. En geen enkele der partijen heeft aangevoerd dat zij zou zijn gebeurd. Hieruit volgt dat het arrest niet naar recht beslist, bijgevolg, dat die termijn verstreek op 14 september 2001, zijnde de datum waarop eisers appèlverzoekschrift ter griffie van het Hof van Beroep te Luik is neergelegd (schending van de artikelen 792, inzonderheid tweede en derde lid, 1051, 1635 en 1636 van het Gerechtelijk Wetboek). III. BESLISSING VAN HET HOF
- Eerste onderdeel Luidens artikel 1051, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, d.w.z. in de zaken die worden genoemd in artikel 704, eerste lid, van dat wetboek. Die opsomming is niet beperkend. Uit het onderling verband tussen de artikelen 1634, 1635 en 1636 van het Gerechtelijk Wetboek en uit hun finaliteit volgt dat de kennisgeving van het vonnis of arrest gewezen inzake evenredige verdeling, die de griffier bij gerechtsbrief aan de partijen moet doen, ertoe strekt de termijn voor alle rechtsmiddelen te doen ingaan. Het onderdeel dat staande houdt dat de in artikel 1635 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde kennisgeving niet het begin is van de appèltermijn, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest; Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over; Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, de raadsheren Christian Storck, Didier Batselé, Daniel Plas en Philippe Gosseries, en in openbare terechtzitting van vijf mei tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart. Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Philippe Van Geem. De griffier, De afdelingsvoorzitter, PDF document ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060505.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20070201.4 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20141127.8 ECLI:BE:CTLIE:2007:ARR.20070613.6 ECLI:BE:CTLIE:2008:ARR.20080123.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990903.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250328.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div